
Camera's boven het gerechtgebouw van Groningen (google earth)
Als rechtbankverslaggever breng ik minimaal twee dagen per week door in de rechtbank.
In zittingszaal 14 zit ik urenlang oog in oog met drie rechters.
Soms knikken we naar elkaar bij binnenkomst.
Soms zeggen we vriendelijk: 'goedemorgen'.
Maar dat is ook het enige contact dat er is tussen de rechtsprekende en de verslaggevende sector.
Toch weet ik dat ze het er moeilijk mee hebben, die rechters.
Ze spreken recht namens ons de samenleving.
Om gekonkel te voorkomen, hebben wij ze voor het leven benoemd.
Maar wij, de stervelingen, mopperen.
Wij vinden dat ze krom spreken.
Met de vraag of wij vinden dat criminelen te lage straffen krijgen, weten we wel raad.
Die vraag beantwoorden we gretig met een 'ja!'
Er is wel een nuance, zo wil het vorige week verschenen onderzoek Op de stoel van de rechter: wij burgers zijn een tikkeltje milder wanneer we meer weten over een strafzaak.
Maar dan nog.
Er is wat aan de hand: er heerst een pu-ni-ti-vi-teits-kloof.
De Groninger rechtbankpresident Willem Duitemeijer vroeg zich afgelopen vrijdag hardop af wat wij – ons de rechters – daar nou mee moeten.
Hij vroeg: 'Is het erg, een dergelijk punitiviteitskloof, los van het woord?'
Hij antwoordde: 'Ja. Het vertrouwen neemt af en daarmee is de legitimiteit van het strafrecht in het geding.'
De Groninger rechtbankpresident zei dit vrijdag tijdens een buitengewone terechtzitting die plaatshad omdat er twee nieuwe rechters werden geïnstalleerd.
De naar schatting 150 familieleden van de twee 'nieuwelingen' luisterden beleefd.
De rechtbankpresident vervolgde met de opmerking dat hij zich zorgen maakt en dat er een valkuil is.
Zijn zorg en de valkuil: 'Wij rechters voelen ons al snel veroordeeld en daar kunnen we niet zo goed tegen. Wij nemen een defensieve houding aan en dat werpt een beeld op dat wij rechters het beter weten.'
De 28 aanwezige rechters, onder wie acht strafrechtrechters, keken vooral heel ernstig, een enkeling zelfs, ietwat voorovergebogen in de toga, met de wijsvinger aan de kin.
De Groninger president was nog niet klaar.
Hij haalde een ander onderzoek aan dat Geloof in de kloof heet.
Dit onderzoek gaat niet over recht en krom, maar over de ongelijkheid in de netwerksamenleving.
Dit terzijde.
De president ging verder: 'Een kloof is een beetje onvermijdelijk. Het publiek zit niet te wachten op rechters die hun oren laten hangen naar de publieke opinie.'
Met die kanttekening kwam hij met een paar aanbevelingen die het veronderstelde gapende gat niet minder diep, maar de afstand tot de andere kant wellicht ietsje kleiner kunnen maken.
'De voorlichting vanuit de rechtbank aan het publiek moet beter.
De taal die rechters spreken moet duidelijker.
Rechters moeten meer laten zien wat ze doen.'
Ik noteer 'dat is drie keer moeten' en kijk vanaf de balustrade naar beneden in het rond.
Vijf rechters bestuderen het plafond van de doopsgezinde kerk waar de buitengewone terechtzitting plaatsheeft. Zou de televisie er bij zijn, dan zouden hun camera's dit en dat ongenadig registreren.
De laatste aanbeveling van de president is een privé-opvatting:
'We zouden de regels voor camera's is de rechtszaal wat ruimer moeten hanteren.'
Terwijl de familieleden meer en meer op hun 150 stoelen heen en weer beginnen te wippen, mag de deken van de orde van advocaten, afdeling Groningen, ook wat zeggen.
De deken: 'De rechtstaat heeft nog een probleem.
'We hadden al 16 miljoen voetbalcoaches.
Daar kwamen vorig televisieseizoen nog eens 16 miljoen rechters bij.
Maar nu dreigen er ook nog eens 16 miljoen officieren van justitie bij te komen.'
Deken Dijkstra doelde op de Nawijns en de Mauricen de Hond.
Hij zei: 'We willen niet alleen rechtertje spelen, maar ook graag aanklagertje.
Er dreigt een opmars naar de lekenrechtspraak.
Naar John Wayne-rechtspraak.
Naar een rechtspraak die gepaard gaat met emoties en onderbuikgevoelens.'
Nawijn, zei deken Dijkstra ten slotte, 'is een verontrustende ontwikkeling.'
Twee van de 28 rechters zijn dan afgehaakt.
Zij onderhouden of vervelen zich met ogenschijnlijk vermakelijke onderonsjes.
Na een uur en een kwartier is de buitengewone terechtzitting ten einde.
Het gezelschap begeeft zich wandelend door de Oude Boteringestraat naar het gerechtsgebouw voor de borrel en een hap.
Ik borrel en hap mee.
Netwerksamenleving.
Ik zeg hier en daar dat ik het met de president en de deken eens ben.
Er is weinig tegenspraak.
Ik maak links en rechts een afspraak, schud zo nu en dan een hand.
Leuk, dat u mijn weblog leest.
Ja, ik schrijf die met veel plezier.
Ik beklaag mij bij de rechter die – nota bene juist op deze dag - heeft besloten dat de wekelijkse toezending van de interne rechtbankagenda - die ik al een jaar ontvang – met onmiddellijke ingang wordt gestaakt.
Ik vraag of ik dit zomaar heb verdiend?
Nee, het is niet zomaar.
Het is meer iets met privacy.
Onduidelijk vonnis.
Ik moet in hoger beroep.
Als ik het gerechtsgebouw verlaat zal het niet lang meer duren voordat het begint te schemeren. Op het houten bankje voor het gerecht aait een man een tevreden hond.
Het wordt nacht.
Ik drink een laatste glas bij Jos, in jazzcafé De Spieghel, Peperstraat.
Hé, kijk.
Een rechter!
Rob Zijlstra