Sunday, September 10, 2006

‘Ik moet weer naar Lauwersoog

Terug op die vissersboot

Zo zout en zo nat

Terug naar de wereld van kerels op zee…’

 

Dit zingt trompettist Jeroen Zijlstra.

Hij zingt over de harde wereld van vissersmannen op zee.

Zijlstra’s kunnen dat, trompet spelen en zingen.

Geen familie.

 

Johan is vissersman.

Kapitein op een viskotter te Lauwersoog.

Van zondag tot en met vrijdag is hij op zee.

Op zaterdag doet hij het onderhoud aan ’t schip en koopt hij proviand in voor de komende week op zee.

Hij is 28 jaar.

 

Zijn werkgever liet de rechtbank weten dat Johan niet alleen een harde werker is, maar ook een uiterst betrouwbare werknemer.

Johan: ‘Het schip is niet van mij, maar ik behandel haar als ware zij de mijne.’

Zo ziet hij er ook uit, recht door zee.

Niet heel groot, maar zonder twijfel sterk als een beer.

Een blauwe zeemanswaardige tatoeage op de gespierde rechterbovenarm.

 

De trompettist zingt:

‘De zee is wild, de giek is krom en ik zit er helemaal door.

Alleen de motor stampt, die ouwe dame gaat ervoor’.

 

Johan is niet een man van veel woorden.

Dat zegt zijn moeder die ook in de rechtszaal zit.

Helemaal niet na die 28ste oktober, vorig jaar.

Sinds die dag is hij niet meer de zoon die hij daarvoor was.

 

Op die dag, even na half elf 's ochtends, verlaat Johan met de bedrijfsbus de haven van Lauwersoog. Om elf uur moet hij bij de huisarts in Zoutkamp zijn.

Nee, hij heeft geen haast, want nog tijd zat.

 

Was zijn aandacht dan afgeleid, de kop ergens anders?

En was er niet een technisch probleem aan boord?

'Ja, maar niet rampzalig of zo.'

En financieel?, vragen de rechters.

'Neuh, wat gedoe met de belastingen, meer niet.'

Strafblad?

Blanco.

 

Een paar minuten later die ochtend, om twintig voor elf, rijdt Johan op de kruising Kustweg – Marneweg met de bestelbus de ouwe Boersma (82 jaar) op de fiets aan.

 

De traumahelikopter was er op tijd.

 

Johan hoort het aan het begin van de middag van die dag, op het moment dat de politie bij hem thuis zijn verklaring optekent.

Tijdens het optekenen gaat de telefoon van de wijkagent.

Zojuist is de ouwe Boersma in het ziekenhuis doodgegaan.

Inwendig letsel.

 

De verdrietige zeemansmoeder van de blonde viskotterkapitein zegt dat de impact van het ongeluk enorm is.

Er is nauwelijks nog contact met hem mogelijk.

 

De officier van justitie heeft Johan een misdrijf ten laste gelegd.

Op de dagvaarding staat dat Johan roekeloos, in elk geval aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gereden. Roekeloosheid is juridische vereiste om van een misdrijf te kunnen spreken.

 

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Zo staat het onverbiddelijk op papier.

 

De officier van justitie: ‘Dit drama kent alleen maar verliezers en dit ongeluk is de nachtmerrie voor iedere verkeersdeelnemer.'

 

De verkeerspolitie heeft een ongevallenanalyse gemaakt.

Drie conclusies:

1. De ouwe Boersma heeft een beoordelingsfout gemaakt. Hij had daar op zijn fiets voor de haaientanden voorrang moeten verlenen.

2. Johan reed te hard. Minimaal 68, maximaal 78. Hij mocht 60.

3. Had de zeekapitein zich aan de maximum snelheid gehouden, dan was het ongeluk te voorkomen geweest.

 

Johan zegt: ‘Ik zag hem. Hij maakte een stoppende beweging. Hij had al een voet van de trapper, alsof hij zou afstappen.’

 

Rechters: Zag u dat het een oude man was?

Johan: 'Nee, ik zag wel dat hij geen 18 meer was, of een jongeman.'

Rechters: Reed u te hard?

Johan: 'Ik weet het niet meer. Het zou kunnen. Maar ik rijd daar nooit te hard.'

 

De officier van justitie zegt dat hij dit drama juridisch moet vertalen.

En zegt: 'Ik twijfel.'

En dat die twijfel in het voordeel van Johan moet uitpakken.

 

'Hij heeft de ouwe Boersma gezien en hij mocht er op vertrouwen dat de fietser zou stoppen. Het vertrouwensbeginsel. Toen de ouwe Boersma toch plotseling overstak, stond Johan boven op de rem. Hij was dus alert. We moeten onze oren niet laten hangen naar het gevolg, in dit geval de dood van de ouwe Boersma. We moeten een oordeel vellen los van het trieste gevolg.’

 

De officier van justitie vordert vrijspraak voor het door hem zelf ten laste gelegde misdrijf.

Rest het feit van de snelheidsovertreding.

De officier vindt dat dat feit een geldboete waard is.

En dat dat meer moet zijn dan een flitspaal eist.

Hij eist duizend euro.

 

Johan hoort de juridische vertaling aan met gebogen hoofd.

De rechters vragen wat een eventuele gevangenisstraf voor hem zal betekenen.

Johan, zachtjes: ‘Ontslag.’

 

Jeroen Zijlstra zingt:

‘Zijn schip was vertrokken en hij voer niet mee

Een aanblik zonder genade

De haven was leeg, zijn droom lag op zee.

Jongen gestrand op de kade…’

 

De uitspraak is over twee weken.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak 21 september 2006

De rechtbank heeft niet alleen de eis, maar ook de daarbij horende overwegingen van de officier van justitie overgenomen: 1000 euro boete (en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor een periode van zes maanden). Johan kan blijven varen.

 

 

 

 

 

posted @ 11:52 PM | Feedback (87)