Posted on Tuesday, September 05, 2006 12:33 AM
'Strafrechters zijn niet geïnteresseerd in de waarheid.'
Dat zeg ik niet.
Het is hoogleraar psychologie en recht Willem Albert Wagenaar die dit beweert.
Hij zegt het in een interview in het augustusnummer van het Advocatenblad.
Hij zegt daarin ook dat 'het is een ernstige beschuldiging' is, die desinteresse.
Aanleiding voor het interview is een boek van de hand van Wagenaar dat eerder dit jaar verscheen. Dat boek (Vincent plast op de grond) gaat over nachtmerries in het Nederlands recht.
Het achterhalen van de waarheid is vaak niet zo simpel als men zou willen, beweert de hoogleraar en zijn boek zou daar het verbijsterende bewijs voor leveren. Er is alle reden verontrust te zijn over de rechtsgang in Nederland. Rechterlijke dwalingen zijn geen incidenten, maar het gevolg van structurele tekortkomingen. En zolang verbeteringen uitblijven, wacht Nederland nog vele (strafrechtelijke) nachtmerries.
Willem Albert Wagenaar is de eerste de beste niet.
Hij geldt als een autoriteit en treedt regelmatig op als deskundige in strafzaken.
De strafzaken in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank worden afgehandeld door drie rechters. Dit in wisselende samenstelling opererende trio wekt, zo meen ik wekelijks waar te kunnen nemen, niet de indruk een loopje te nemen met de waarheid.
Maar wat zegt dat?
Niets zo onbetrouwbaar dan de menselijke waarneming.
Laat ik mij in de luren leggen?
Wagenaar schrijft in zijn boek dat strafrechters een betreurenswaardige opvatting hebben over de pikorde van het recht. In die orde staat de civiele rechtspraak bovenaan, de – juridisch simpele - strafrechtspraak onderaan. Veel rechters beschouwen, aldus Wagenaar, het lidmaatschap van de strafkamer als een verblijf op het strafbankje, waar je zo snel mogelijk moet zien weg te komen.
Gevolg: juridisch broddelwerk.
Nachtmerries.
Ik denk aan 'mijn' rechters.
Is hun de waarheid wel heilig?
Zouden de Groninger strafrechters in 14 uitzonderingen zijn?
Of zijn ook zij broddelaars?
Ik sla de Van Dale open.
Waarheid.
'De mens is niet in staat om de waarheid te vinden, wel in staat om naar de waarheid te zoeken', zo citeert het (grijze) woordenboek Kader Abdolah.
Ik blader door mijn (zwart) notitieboekje, vol waarnemingen.
'De dood is een ongenode gast, maar met de waarheid zitten we ook niet graag aan tafel.' (Monogaam, Marek van der Jagt, blz. 7)
Ik ga (moet) daar aan de perstafel beter opletten.
Rob Zijlstra