Pjotr, Huub en Martina hebben niets met elkaar gemeen en te maken.
Pjotr was eens een hardwerkende bouwvakker uit Estland.
Ergens in 2004 rijdt hij in zijn auto ergens in Talinn ergens naar toe.
Op een kruising slaat het noodlot toe: hij rijdt een auto aan.
Het ergste moet dan nog komen. De man die uit die gebutste auto stapt, is niet zomaar de eerste de beste.
Het is een mafia-Rus.
De schade aan de mafia-auto zou 7000 euro bedragen.
De Rus wil er geen politie bij.
Pjotr moet wel de schade vergoeden.
Niet lang daarna zit hij in het vliegtuig richting Parijs.
Zijn opdracht: overvallen plegen in Europa.
Op 24 januari 2005 wandelt Pjotr met twee lot- en landgenoten door de Herestraat in Groningen. De een heeft een pistool bij zich, Pjotr een hamer.
Bij juwelier Schaap & Citroen slaan ze hun slag.
Pjotr slaat de glazen vitrinekasten in, zijn twee landgenoten slaan het personeel.
Met zes horloges ter waarde van 20.000 euro gaan ze er vandoor.
De twee landgenoten van Pjotr worden direct opgepakt, Pjotr een week later bij een soortgelijke overval in Rotterdam.
Tegenover de Groninger rechters verklaart hij zijn misdaad te hebben gepleegd onder druk van die Rus met zijn dure auto in Talinn.
Met mafia-Russen moet je niet spotten dus wat anders kon Pjotr?
Psychische overmacht, probeert zijn advocaat om zo zijn cliënt voor een veroordeling te behoeden.
De officier van justitie doet het af als een spannend jongensboekverhaal, dus als nonsens, en eist drie jaar gevangenisstraf voor stelen met geweld in vereniging.
De rechtbank denkt daar net zo over en vonniste donderdagmiddag conform.
Huub.
Huub deed even in drugs.
Met anderen runde hij een henneplijn met Noord-Duitsland.
Hij is de initiator, de transporten worden als fors omschreven.
Huub’s probleem was dat Duitsland nog een appel met hem te schillen had: er wachtte hem daar een paar jaar niet te ontlopen gevangenisstraf.
En juist dit laatste was, zo had Huub de rechtbank willen doen geloven, het motief geweest even in drugs te doen: hij had extra geld nodig om zijn woning aan te kunnen houden als hij straks die paar jaar in Duitsland moest opknappen.
Geen goed excuus, vindt de rechtbank.
Huub krijgt voor zijn misdaad zoals wij dat in de perskamer op de rechtbank zeggen, achttien-zes.
Achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk.
De 43-jarige Martina.
Even oud als zwaar stond zij donderdagmiddag terecht.
In het verleden heeft ze wel eens wat gestolen.
Een ellendig verleden.
Seksueel misbruikt door haar vader, moeder dood, meerdere huwelijken en evenzoveel exen.
Een auto-ongeluk waarbij de vriendin die naast haar zat ter plaatse het leven laat.
Posttraumatische stress-stoornis.
Bij spanningen heeft ze momenten die ze zich achteraf niet kan herinneren.
Vaak heeft ze om hulp geroepen, soms geschreeuwd, maar bij de instanties vangt ze slechts bot.
‘Ze zeiden, we kunnen niet helpen, want je bent niet crimineel genoeg.’
De rechter verbetert: U bedoelt dat u niet voldoende in het strafrechttraject zat.
Martina knikt.
Dat bedoelt ze.
Op 24 februari dit jaar zou ze brand hebben gesticht in de kelderbox onder de serviceflat waar ze toen nog woonde.
In die box heeft ze zich samen met haar hond opgesloten na een ruzie met haar toenmalige echtgenoot.
Medebewoners ruiken rook, denken aan vuur en weten met een tafelkleed erger te voorkomen.
Een vrijwillige brandweerman forceert de kelderboxdeur.
Martina weet nog dat ze de hond heeft uitgelaten.
Daarna niks meer.
Zelf denkt ze overigens niet dat ze het vuur heeft aangestoken.
Ze denkt dat haar man dat heeft gedaan, nadat hij haar eerst had opgesloten.
Vanwege die ruzie.
Tegen de rechters zegt ze: ‘Ik ben onschuldig, maar wil wel hulp.’
De officier van justitie spreekt van een ongelukkige poging tot zelfmoord en om een roep om aandacht.
Hij concludeert dat Martina’s daad strafbaar is, maar dat haar handelen niet door het denken is aangestuurd.
Niet toerekeningsvatbaar.
Ontslag van rechtsvervolging en een opname voor een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis lijkt de officier een goed idee.
Martina ook.
De enige overeenkomst tussen haar, Pjotr en Huub is dat zij allen op dezelfde stoel zaten in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Rob Zijlstra