
Ik geloof niet dat de werkelijkheid zich in cijfers laat vatten.
Cijfers en hun statistieken zijn te uitgesproken, de werkelijkheid te grillig.
Ik ben per definitie huiverig als ik berichten lees over de toe- en afgenomen misdaad of veiligheid.
De meeste moorden worden in de grote steden gepleegd.
Omdat daar – in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag - de meeste mensen wonen en omdat het al jaar in en jaar uit zo is, is dat zo.
Maar in Groningen en Drenthe – waar niet de meeste mensen wonen – kwamen de afgelopen vijf weken zes mensen om het leven als gevolg van fataal geweld.
In de stad Utrecht – vierde stad van Nederland – werden in heel 2005 twee mensen vermoord.
Ik bedoel maar.
Wat cijfers wel (kunnen) doen is intrigeren.
In zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen staan de verdachten van de meest ernstige misdaden van Groningen terecht.
Ik telde sinds januari 216 vonnissen.
De beklaagden waren tussen de 18 en 71 jaar jong en oud.
De meeste verdachten stonden terecht op gympies.
De tweevoudige kindermoordenaar kreeg er 18 jaar en tbs.
Hij was de hoogste.
De laagste was voor de man die een andere man in het verkeer onbedoeld doodreed: 40 uur werkstraf.
De hardnekkigste fietsendief werd voor twee jaar opgeborgen.
Voor één fiets.
Die 216 vonnissen van dit jaar tot nu toe hadden betrekking op 204 mannen en 12 vrouwen.
Daar zaten 16 Antillianen (en geen Arubanen) bij en 142 Nederlanders, onder wie 56 geboren stad-Groningers.
Ik hoorde acht vrijspraken waarvan er maar liefst drie betrekking hadden op verdachte asielzoekers.
Tweemaal een ontslag van rechtsvervolging.
Zeven maal werd iemand een tbs met dwangverpleging opgelegd en tweemaal een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.
Er werd in zaal 14 voor 1,4 miljoen euro aan crimineel geld gevorderd.
Driemaal werd een elektronisch huisarrest voor de duur van vier tot zes maanden opgelegd.
Negen maal kreeg een beklaagde in combinatie met werken of zitten een verplichte cursus aangeboden om het alcoholgebruik ietwat te beteugelen en/of de agressie een tikkeltje te reguleren.
Het aantal uren onvoorwaardelijke werkstraf ten nutte: 7.250.
Van de 216 vonnissen draaide het 32 keer om een poging tot doodslag, acht maal om een poging tot moord, dertien keer om verkrachting.
Er was veel drugs.
En ook te veel ontucht met kinderen die de leeftijd van 16 jaar nog niet hadden bereikt.
Alles bij elkaar opgeteld sinds januari, kwam ik tot 257 jaar gevangenisstraf, waarvan vijftig voorwaardelijk.
257 Jaar in acht maanden en dat alleen in Groningen, terwijl er ook nog 18 andere rechtbanken zijn.
De grote ‘opbergwoede’ waarover de Franse filosoof Michel Foucault in zijn ‘surveiller et punir’ sprak, is kennelijk nog niet ten einde.
Een stuk of tien vonnissen heb ik gemist.
De behandelingen in hoger beroep heb ik niet meegerekend evenmin de rechterlijke dwalingen.
En de rechtbank die altijd twee weken later uitspraak doet, buigt zich nog over een jaar of vijftien.
Wat dit zegt over zittingszaal 14?
Over Utrecht en Groningen?
Of over mij?
Ik weet het even niet.
Vakantie.
Eind augustus ga ik op deze weblog - met volgens de statistieken 500 trouwe bezoekers per dag – verder met de grillige werkelijkheid.
Rob Zijlstra