Ze kwamen zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen binnen alsof ze een sollicitatiegesprek moesten voeren.
Strak in het pak.
Gedistingeerd.
Het verhaal dat ze meebrachten getuigde echter weinig van welgemanierdheid.
Op 1 februari hadden ze gedineerd met twee meisjes in en uit Hoogezand.
Aan tafel ontvouwden ze hun snode plan.
Ze zouden een taxi stelen en dan gevieren naar Italië rijden.
In Milaan zouden ze voor de twee dames – niet op een last minute voorbereid – kleren kopen.
Zelf zouden ze zich aansluiten bij de mafia.
De twee meisjes wilden liever naar de bioscoop.
Ze dachten, typisch weer iets voor Armand en zijn tweelingbroer Dennis.
Leuke jongens, maar ze vertelden wel vaker grootse verhalen.
En ze hebben niet eens een rijbewijs.
Maar de taxi werd besteld en in de buurt van het station kreeg de chauffeur een klap op zijn kop en de woorden toegevoegd: pak je spullen en wegwezen.
De taxichauffeur liet zich dat geen tweede keer zeggen en maakte zich uit de voeten.
Ook de twee meisjes schrokken.
Nooit hadden ze verwacht dat Armand en Dennis het echt zouden doen.
En dus gingen ook de meisjes er vandoor, rechtstreeks naar een van hun moeders.
Voor Armand en Dennis was de lol er toen af.
Een carrière bij de Italiaanse mafia moest dan nog maar even wachten.
Ze waren per slot van rekening ook nog maar 22 jaar.
De taxi lieten ze voor wat die was en gingen naar huis.
De inmiddels gewaarschuwde politie trof het voertuig met draaiende motor aan.
Nog diezelfde avond werd de tweeling opgepakt.
De officier van justitie maakte er een poging tot diefstal met geweld in vereniging van.
Van wie was het idee, wilde rechter weten.
'Van Armand', zei Dennis.
'Van Dennis', zei Armand.
Rechter: Wie heeft de taxi besteld?
Dennis: 'Armand.'
Armand: 'Dennis.'
Rechter: Er is geslagen. Wie?
Dennis en Armand: 'Hij.'
Rechter: Klopt het zoals in het dossier staat dat u vooraf had afgesproken elkaar de schuld te zullen geven in het geval u gepakt zou worden?
Dennis: 'Ja.'
Armand: Nee, absoluut niet.'
Rechter twee keer tegen de tweeling: Uw broer liegt. Ziet u dat ook zo?
Dennis: 'Ja, ik vind het onbegrijpelijk.'
Armand: 'Ik vind het niet leuk dat hij niet de waarheid spreekt.'
Dennis, die in Leiden woont, vertelde dat hij naar Hoogezand was gekomen om zijn broer bij te staan. "Mijn broer had het moeilijk omdat zijn vrouw het land is uitgezet en zijn kind uit huis is geplaatst. Aan het sterfbed van mijn vader heb ik beloofd goed voor Armand te zorgen. Daarom was ik bij hem.'
Het hoofd van Armand schudt van nee.
'Het klopt niet dat ik privéproblemen heb. Dennis heeft problemen.'
De officier van justitie kwam niet tot een strafeis.
De tweeling zit nu zes maanden vast en de penitentiaire inrichting is niet de meest geschikte plek voor deze twee heren, zegt de officier. Hij geeft de voorkeur aan een opname ter observatie in een psychiatrische inrichting.
De broers lijden aan een zeldzame ziekte (familiaire dystonie) en niet uitgesloten wordt dat deze kwaal ook kan leiden tot een persoonlijkheidstoornis.
Maar omdat iedereen op vakantie is en de reclassering het kennelijk heel druk heeft, weet niemand wanneer ze kunnen worden opgenomen.
De rechtbank knikt en besluit dat het voor iedereen beter is de zaak eind augustus voort te zetten.
Twee uur lang zie ik Armand en Dennis als twee druppels water naast elkaar zitten.
Terwijl Dennis in een cel zit in Ter Apel en Armand 's ochtends wakker wordt in een kot in Zwolle, is zelfs de manier waarop beide met gel een klein kuifje in hun haar hebben gedraaid, hetzelfde.
Twee uur lang kijken ze eensgezind ernstig.
Maar gek genoeg geen seconde naar elkaar.
Alsof ze als bloedbroeders een plechtig verbond hebben gesloten en een spel spelen met de rest van de wereld.
Rechter: Klopt het dat u in elkaars armen een teken hebt gekerfd?
Dennis: 'Ja.'
Armand: 'Nee, dat is nooit gebeurd.'
Vervolg op 29 augustus.
Rob Zijlstra
update - vervolg
Gucci & Gucci hoorden vanmiddag 360 dagen gevangenisstraf eisen waarvan 148 voorwaardelijk. De rekensom die bij deze eis hoort, is gebaseerd op de datum van hun aanhouding en 20 september, de dag dat de tweeling ter observatie kan worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daar zit geen dag tussen.
De advocaten pleitten voor een onsje minder zodat Armand en Dennis alvorens zij worden opgenomen in de kliniek even op krachten kunnen komen, de een thuis bij zijn moeder in Leiden, de ander bij zijn echtgenote, één straat verder.
De officier wil daar niet aan. De kans op herhaling tijdens een weekje bijkomen is te groot, vindt hij.
Armand keek wat sneu.
Hij zei: 'Het zal nooit meer gebeuren. Ik ben geen lieve jongen, maar zeker ook geen slechte jongen.'
Dennis sprak dat niet tegen.
Hij zweeg.
update - uitspraak 12 september 2006
De rechtbank heeft de gebroeders conform de eis veroordeeld, met dit verschil dat er een proeftijd van drie in plaats van twee jaar is opgelegd. Een weekje bijkomen zit er dus niet in.