Tuesday, July 18, 2006

Met z'n drieën stuiteren ze zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen binnen.

Alex en Bert waren er afgelopen vrijdag ook al.

Ze hadden negen kratten bier gestolen.

Leeg weliswaar, maar wel van de rechtbank.

Politiemensen zagen in avonduren hoe ze de kratten over het hek achter het gerechtsgebouw tilden en naar een avondwinkel sleepten om het statiegeld te innen.

Om niet de schijn van partijdigheid te wekken - de rechtbank was immers partij - was speciaal voor hun zaak een politierechter uit Friesland ingevlogen.

Hij gaf beide een werkstraf van twintig uur.

 

Nu staan Alex en Bert in het verdachtenbankje van de meervoudige strafkamer.

Tussen hen in zweeft Hendrik.

Hij murmelt tegen een parketwachter iets over aardbeien.

Hij – zonder advocaat - heeft geen benul waarom hij er is.

Misschien ook niet waar.

Ter plaatse krijgt Hendrik de dagvaarding uitgereikt.

Hij krabt driftig aan het achterhoofd.

 

De officier van justitie draagt de zaak voor.

Op 7 april bezoeken de heren via een openstaand raampje een studentenwoning aan de Hereweg.

Alex en Bert vinden in de keuken wat ze zochten: vier lege colaflessen en een half gevuld kratje bier.

Hendrik stopt in een studentenkamer tien cd's, een geldpotje met 10 euro en juwelen

in zijn rugtas.

Buiten drinken ze het bier op en leveren de flessen en het krat in bij de Edah. De opbrengst wordt omgezet in meer bier en tijdens het nuttigen krijgt een van hen een goed idee: we gaan er nog een keertje naar toe.

 

Hendrik zegt dat wat betreft de juwelen er sprake is van een absoluut rare situatie.

 

Het tweede bezoek verloopt minder voorspoedig.

Hendrik klimt, het is dan rond het middaguur, naar binnen en laat Alex en Bert via de voordeur binnen.

Kort daarop gaat het mis, zo leest de rechter voor uit het dossier.

'U werd plots geconfronteerd met een wakker wordende student.'

 

Bert knikt.

'Dat zou kunnen.'

Alex ontkent het niet.

'Ik was een verdieping hoger en hoorde heibel op de gang.'

 

Hendrik: 'Wie is Bert?'

 

De confrontatie leidt tot een woordenwisseling en daarna tot klappen.

Bert: 'Hij maakte een beweging. Logisch, want je schrikt. Ik zal toen ook wel een beweging hebben gemaakt. Geschopt of zo. Ik weet het niet meer.'

Alex: 'Ik ging er tussen staan want ik zag dat het verkeerd ging.'

 

Hendrik probeert een zware jeukaanval op de rug te bestrijden.

 

Alex moet zich ook verantwoorden voor een straatroof, die hij samen zou hebben gepleegd met 'twee dames' en een losgebroken hond.

'We waren hem gevolgd. Hij werd gevloerd en een steegje ingetrokken. Ik probeerde zijn hand uit zijn broekzak te trekken. Daar zat zijn portemonnee.'

Het slachtoffer dat het proces volgt, zal na afloop zeggen dat de strafeisen hem niet tegenvallen.

 

Hendrik: 'Zo raar. Ik heb die juwelen dus in mijn tas gestopt, maar toen ik thuiskwam waren ze weg.' Ondertussen vouwt hij de dagvaarding tot een klein pakketje en stopt dat weg in het bovenzakje van zijn spijkerjas.

 

De rechter neemt met Alex diens persoonlijke omstandigheden door.

Een aardig strafblad met veel diefstalletjes.

Twintig halve liters per dag, minimaal.

Zegt: 'Ik ontken nu niet meer dat ik alcoholist ben. Ja, eerst wel.'

Een rechter wil weten wanneer hij tot dat inzicht is gekomen.

Alex: 'Dat weet ik niet meer.'

Hij wil graag naar een kliniek.

 

Hendrik haalt de dagvaarding weer tevoorschijn en probeert er strijkend drie A-viertjes van te maken.

 

Bert was eens gelukkig getrouwd en verdiende goed geld in de bouw als stukadoor. Drie kinderen, een huis. Maar toen kwam de scheiding, ras daarna de drank en later het welhaast onvermijdelijke ontslag. Nu is hij dakloos en alcoholist.

Dit laatste ontkent hij overigens.

'Ik ben een stevige drinker.'

Naar een kliniek wil hij niet omdat de verslavingszorg 'mij heeft verneukt'.

Met 'de instanties' wil hij nooit meer te maken krijgen.

'Ik heb er niks mee nodig. Ik doe niet aan behandeling, ik red mezelf wel.'

De rest van de zitting kijkt hij boos voor zich uit.

 

Hendrik krabt nu langdurig aan zijn rechterbeen.

 

Zegt: 'U mag mij van alles vragen.

Ik ben bezig te stoppen.'

Rechter: Met wat?

Hendrik: 'Met inbreken en drugs.

Ik gebruik nu alcohol op medische gronden.

Mijn nieren werken nog maar voor twintig procent.

Bij drugs ging't allemaal vastzitten.

Daarom alcohol.

En methadon.'

 

Rechter: Als u uit detentie komt, wat gaat u dan doen?

Hendrik: 'Dat is een goeie vraag.

 

Hij zegt dat het geen zin meer heeft.

'Ik ben te ziek om nog beter te worden.

Het zit overal.

Maar ik probeer wel rechtlijnig te blijven.'

 

De officier van justitie spreekt van een dubbele insluiping met geweld.

Dit laatste rekent ze Bert extra aan.

Hij krijgt een eis van 15 maanden waarvan vijf voorwaardelijk om de oren.

 

Alex hoort 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk tegen zich eisen.

In de woning mag hij misschien geprobeerd hebben de heibel met de student te sussen, aan de straatroof met de twee dames en die hond tilt de aanklager zwaar.

 

Voor Hendrik heeft de officier van justitie vijftien maanden onvoorwaardelijke celstraf in petto. Een koude afstraffing, zegt ze, want met het eigendomsrecht neemt dit heerschap het niet zo nauw.

 

Hendrik zegt niks meer.

Zijn hoofd trilt.

Hij verscheurt de verkreukelde dagvaarding.

 

Rob Zijlstra

 

update - uitspraak 1 augustus 2006

Alex: 18 maand waarvan 9 voorwaardelijk

Bert: 12 maand waarvan 4 voorwaardelijk

Hendrik: 10 maand

 

 

 

 

posted @ 6:25 PM | Feedback (33)