Lekenrechters kunnen er voor zorgen dat de menselijke maat in strafzaken wat meer gewicht krijgt, als tegenhanger van het juridisch gemierenmummel van echte rechters.
Dat is niet mijn mening, maar dat vinden zij die menen dat het de hoogste tijd is voor lekenrechters in de (straf-)rechtszalen. Een meerderheid van de Tweede Kamer wijst het mijns inziens malle idee niet bij voorbaat van de hand.
De rechtbank Groningen lijkt een klein voorschotje te hebben genomen op het innovatieve gedachtegoed van de meerderheid.
Zo nu en dan, zoals dinsdag, schuift mr. B.W.M. van de Lugt aan als rechter in het college van de meervoudige strafkamer.
Van der Lugt is een man met een even lange als respectabele staat van dienst in justitieland, een gezaghebbend man met een daarbij horend wijs gezicht. Met zijn grijswitte haren oogt hij als een rechter die je in Amerikaanse speelfilms meestal ziet zitten.
Kortom, met Van der Lugt is niks mis.
Alleen, hij is geen echte rechter.
Van der Lugt is rechter-plaatsvervanger.
Nu de vakantietijd is aangebroken, worden zij wat vaker opgeroepen.
In het dagelijks leven doet Van der Lugt andere dingen.
Zo is hij bijvoorbeeld voorzitter van veel maatschappelijke instellingen.
Een rechter-plaatsvervanger is in die zin een lekenrechter.
Tegenover de rechtbank zit Rolando.
De officier van justitie verdenkt hem van poging tot doodslag.
De advocaat bestrijdt dat.
Rolando zou in maart dit jaar drugs afleveren in een pand aan de Westersingel in Groningen. Een drugspand. Hij komt te laat en dat leidt bij binnenkomst eerst tot een woordenwisseling en vervolgens tot vechterij, zoals hij het zelf uitdrukt.
De opponent van Rolando is opgefokt en agressief.
Rolando roept: 'Wat sta je daar nou te koken.'
Daarop vliegt eerst een geluidsbox door de kamer en even later een stoel.
Het gaat er weinig beschaafd aan toe, zeg maar gerust tamelijk wild.
Op de tafel ligt ook nog eens een mes.
Rolando ziet de bui hangen: hij heeft geen zin in stekerij.
Dus pakt hij het mes en houdt het wapen achter zijn rug, terwijl de vechterij doorgaat.
Beide mannen komen ten val.
De ook aanwezige Sisca heeft er dan genoeg van.
Hiervoor is ze niet naar het drugspand gekomen.
Zij besluit in te grijpen.
Letterlijk: zij grijpt Rolando met de handen bij de oren en wil hem zo wegtrekken.
Dan valt ook zij.
In het mes.
Veel bloed.
Miltperforatie.
Rolando roept: bel 112 en rent in paniek het drugspand uit.
Sisca ligt korte tijd later in het ziekenhuis.
Rolando meldt zich twee dagen later op het politiebureau.
Een ongeluk, zegt hij.
De officier van justitie vindt van niet.
Zij is er van overtuigd dat Rolando willens en wetens het risico heeft genomen dat er erge dingen konden gebeuren. En vanwege dat willens en wetens is er sprake van voorwaardelijke opzet en daarmee de poging tot doodslag bewezen.
Niks daarvan, zegt de advocaat.
De essentie is hier de opzet.
Heeft Rolando willens en wetens de kans aanvaard dat er iemand gedood zou worden?
Was hij zich bewust van zijn daad?
Heeft de Hoge Raad niet gezegd dat het risico bewust aanvaard moet worden?
Hij wist aanvankelijk niet eens dat hij haar had geraakt.
Ofwel: vrijspraak.
Mr. B.W.M. van der Lugt luistert, een hand aan de kin, terwijl hij met de vingers van de andere op het tafelblad trommelt, met volle aandacht naar het juridische debat tussen de aanklager en de verdediger. Als penningmeester van de Debating Club Leeuwarden (sinds 1863) kan Van der Lugt zoiets waarderen.
Maar Van der Lugt wil ook weten hoe Rolando er nou zelf tegenaan kijkt.
Hij vraagt: Hoe vindt u dat nou, dat zij gewond is geraakt?
Rolando: 'Heel erg.'
Van der Lugt: En weet zij dat ook, dat u dat vindt? Heeft u dat haar wel laten weten?
Rolando: 'Ik zit vast.'
Van der Lugt: Heeft u haar een brief gestuurd?
Rolando: '…'
Van der Lugt: Een mooi en groot bos bloemen van vijftig euro misschien?
Rolando: '?'
Van der Lugt: 'Een taart?'
Rolando kijkt nu of hij ze ziet vliegen.
In kringen van rechters-plaatsvervanger is het misschien een goede gewoonte om bij onderlinge akkefietjes elkaar middels bloemen en taarten vergiffenis te vragen.
In de keiharde wereld van drugspanden, drugsdealers en drugsgebruikers gelden andere tradities.
'Het is nog niet te laat', stammelt Rolando richting de rechter-plaatsvervanger.
Die reageert, bijna vaderlijk: Zie het maar als een hint.
De officier van justitie eist twee jaar gevangenisstraf.
Rob Zijlstra
update - uitspraak 11 juli 2006
De rechtbank acht de poging tot doodslag niet bewezen. Mishandeling wel. Dat hij vocht met een hand op de rug met daarin een mes, vindt de rechtbank niet geloofwaardig. Het vonnis: acht maanden waarvan vier voorwaardelijk. Het drong niet direct tot Rolando door dat hij met dit vonnis vandaag nog de gevangenis mag verlaten. Gebak.
update - uitspraak 23 februari 2007 - hof (hoger beroep)
Vrijspraak.
Het Hof is van oordeel dat: verdachte door het mes ter hand te nemen terwijl hij in een handgemeen was verwikkeld onvoorzichtig heeft gehandeld maar dat niet is gebleken van een gedraging van verdachte die zozeer was gericht op het teweegbrengen van de dood dan wel zwaar, althans enig lichamelijk letsel dat daaruit volgt dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard (vrij naar advocaat Mathieu van Linde).