Friday, June 23, 2006

Heel de week zit ik te piekeren waarom ik niet geloof in lekenrechtspraak.

Maandag debatteerden deskundigen en leden van de Tweede Kamer hierover met als uitkomst dat een meerderheid van het parlement het idee niet bij voorbaat afwijst.

Rechters verzanden in juridisch gepriegel, een leek zou meer oog hebben voor de menselijke maat.

 

Ik geloof daar niks van.

Misschien geloof ik er niet in omdat het een idee is van de LPF.

Ik heb per definitie niets met het gedachtegoed van Eerdmans en de zijnen.

 

Misschien daarom.

Maar daarom is reden, is geen overtuigend argument.

 

Ik heb er de pest in dat ik er maar niet in slaag voldoende argumenten te verzinnen die mijn ongeloof in lekenrechtspraak kunnen onderbouwen.

 

Mijn vertrouwen in de rechtspraak is groot.

Dat komt vooral door de rechters die in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen rechtspreken.

Dat zijn rechtvaardige mannen en vrouwen die echt wel weten wat er in de wereld te koop is.

 

Vanmiddag dacht ik voldoende overtuigende ingrediënten te hebben verzameld voor een gloedvol betoog tegen lekenrechtspraak.

Maar net toen ik dat dacht, hoorde ik een rechter uitspraak doen.

Zij zei in het vonnis: ‘Een glazen asbak is een deugdelijk middel om een fataal gevolg te bewerkstelligen.

 

Huh?

 

Een deugdelijk middel om een fataal gevolg te bewerkstelligen.

 

Dacht: hoe zouden anderen zoiets zeggen?

 

Rob Zijlstra

 

  

posted @ 1:57 AM | Feedback (198)