Posted on Tuesday, June 13, 2006 5:14 PM
Het is nooit goed.
Marcel keek zolang het proces duurde boos om zich heen.
Vier maanden gevangenisstraf had de officier van justitie tegen hem geëist.
Hij zou er later op de dag zes krijgen van de politierechter.
Sowieso veel te veel, vond hij.
Bij een eerder strafrechtelijk geintje had hij stijf de mond gehouden, want zijn mededaders waren vrienden.
Hij kreeg de volle mep.
En nu, nu had hij alles eerlijk opgebiecht.
Schoonschip gemaakt.
En wat?
Weer de volle mep.
Niet eerlijk.
De officier van justitie ziet Marcel als een van de hoofdmannen van een criminele organisatie die zich bezighield met flessentrekkerij.
Je bent flessentrekker – en geen oplichter - als je er een gewoonte van maakt (of je beroep) spullen te kopen, zonder dat het de bedoeling is daar ook voor te betalen.
En dat is wat Marcel en de zijnen ook niet deden.
Samen hadden ze een bedrijfje opgericht.
Een katvangende stroman ging eens langs bij de Kamer van Koophandel, kreeg er misschien wel een kopje koffie bij en het KvK-inschrijfnummer was zo geregeld.
Daarmee was Klussenbedrijf Kram een feit.
Er werd driftig besteld. Veel bouwmaterialen, zitmaaiers, een tuintractor van John Deere, een ligbad, honderd rollen dakleer, honderd meter daktrim, twee dozen trimnagels, vier betonnen brievenbussen en een softijsmachine werden op het KvK-geregistreerde adres in Den Ham afgeleverd.
Zodra de spullen in Den Ham waren aangekomen, werd de handel verplaatst naar een niet KvK-geregistreerde loods in Hoogkerk.
Dan werd het verpatst.
Bij Kram BV was de omzet gelijk de winst.
In de handel tellen blauwe ogen kennelijk nog.
Marcel zou gezegd hebben dat zijn vader was overleden en dat hij geld had geërfd.
Zijn broer niks, want die heeft, beetje sneu, een andere vader.
En nu wilde hij zijn broer, die een cafetaria had, een cadeautje geven.
De softijsmachine ter waarde van 17.000 euro werd met de vriendelijke groeten geleverd.
De katvangende stroman heet Pim.
Hij stond een paar maanden geleden al terecht.
In ruil voor 1200 euro en een zak wiet hadden ze zijn naam mogen gebruiken.
Want wist hij veel.
Van die 1200 euro had hij een nieuwe mobiele telefoon gekocht en sieraden en zo was hij blingbling feestend de stad ingetrokken.
Na drie dagen was het geld op.
De officier van justitie had vijftien maanden cel tegen Pim geëist, maar de rechtbank sprak hem vrij.
Het was niet aannemelijk geworden dat Pim wist wat de criminele organisatie van Marcel en de zijnen beoogden met zijn naam.
Pim was, zeg maar, net zo naïef geweest als die bedrijven die met de blauwe ogen van Kram BV in zee waren gegaan.
Rob Zijlstra