Wednesday, May 24, 2006

En daar zat hij dan, tikkeltje onwennig.

Rechter tot voor kort, 48 jaar, werkloos en nu in het verdachtenbankje.

Misschien dacht hij wel: zo voelt dat dus.

Hij zat iets onderuitgezakt, met de armen gekruist voor de borst.

Klaar om zijn strijd te strijden.

 

'U moet goed opletten en u bent niet verplicht antwoord te geven op vragen. Maar u kent de regels', zei de rechter.

De oud-rechter knikte.

Die standaardzin aan het begin van een strafproces had hij zelf zo vaak gezegd.

Zo nu en dan wierp hij een vijandige blik richting de officier van justitie.

Zij keek gewoon terug.

 

Een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, had de officier van justitie geëist.

Als oud rechter in een verdachtenbankje moeten zitten is een ding.

Maar daarna ook nog tussen die anderen achter de tralies?

In die zin had deze beklaagde geen reden tot klagen.

 

Voor een poging tot doodslag en mishandeling worden wel eens zwaardere straffen geëist en opgelegd.

Ook door hem zelf?

Vast en zeker.

 

Ik heb het nagekeken.

Van de ruim 700 strafzaken die de meervoudige kamer van de rechtbank in Groningen vorig jaar behandelde, bestond zeker tien procent uit pogingen tot doodslag. Het is een van de meest voorkomende misdrijven. Dat kan ook gemakkelijk want een poging tot doodslag heb je ook zo aan de broek.

 

Over de behandeling van zijn zaak door de rechtbank in Zwolle kan de oud rechter eveneens tevreden zijn. Normaliter wordt voor dit soort strafzaken een uurtje gereserveerd. Maar voor hem hadden ze alle tijd gehad.

Zes uur, zo bleek achteraf.

De oud rechter kreeg ruim de gelegenheid zijn versie van het verhaal te vertellen en zijn voormalige collega’s wilden ook van alles weten.

 

Rechter: In augustus 2003 kreeg u via het internet contact met Tatiana. U bent twee keer bij haar geweest en zij twee keer bij u. Klopt dat?

Wicher: 'Ja.'

R: Was er sprake van vriendschap, in het begin?

W: 'Ik zag mogelijkheden het te laten uitgroeien.'

R: Op 21 oktober ging u eten in een Japans restaurant. Wie heeft de tafel gereserveerd?

W: 'Ik heb de tafel gereserveerd. Haar Engels is zo gebrekkig dat ze geen tafel kan reserveren.'

R: U dronk samen twee flessen champagne. Is dat voor u geen ongebruikelijke hoeveelheid?

W: ‘Voor mij wel, voor haar niet. Ze drinken veel in de Oekraïne.'

R: U was niet tipsy?

W: 'Nee.'

 

Echt leuk was het etentje niet geweest. Tatiana had zich kinky gedragen.

Ze stak kinky stokjes in haar mond. Later was ze op een auto geklommen.

Hij had het vervelend gedrag gevonden. De bubbeltjes waren kennelijk naar haar hoofd gestegen. Eenmaal thuis ging het mis. Er ontstond een nachtelijke worsteling.

 

R: Hoe lang heeft u geworsteld?

W: 'Een hele tijd. We hebben behoorlijk gerollebold. Misschien wel een uur.

Ik probeerde haar in een houdgreep te krijgen. Ik heb vroeger aan judo gedaan en ik probeerde haar met de enige greep die ik mij nog kon herinneren er onder te krijgen. Ze vocht als een gek terug. Soms zat ze bovenop me. Ze is een sterke vrouw, deed veel aan sport.'

R: Werd er tijdens het worstelen ook gesproken?

W: 'Nee.'

R: Wat beoogde u met het worstelen?

W: 'Ik was bang dat ze gekke dingen zou gaan doen. Een mes pakken of zo. Dat wilde ik voorkomen.'

 

Na een tijd was de worstelrechter moe en ging hij naar boven, naar de slaapkamer.

W: 'Ik was kapot. Ik moest de volgende dag werken. Ik had zitting. Zij kwam ook en kleedde zich half uit. Ze ging naast mij op bed liggen. Er ontstond toen nog een korte worstelpartij. Maar ik wilde slapen.

 

R: Maar u zei eerder dat u bang was dat ze een mes zou pakken. En toch gaat u dan gewoon naast haar liggen?

W: 'We waren beide uitgeput.'

R: Uw angst was over.

W: 'Ik wilde slapen.'

 

Zijn Tatiana had een ander verhaal en zo zag ze er de volgende ochtend ook uit.

Overal gebutst.

Op doktersadvies belandde ze in het ziekenhuis.

Van de trap gevallen, zei ze nog, maar in het Martini weten ze dan wel beter.

Ze gaven haar het advies aangifte te doen.

Dat deed ze uiteindelijk twee weken later.

Kort daarna verdween ze, terug naar huis in de Oekraïne.

 

De officier van justitie acht een poging tot doodslag tijdens dat gedoe op de slaapkamer en mishandeling wettig en overtuigend bewezen. 'Ik heb geen enkele reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verhaal.

 

Wicher wel.

Hij hekelde herhaaldelijk het openbaar ministerie die in zijn ogen vooral veel heeft nagelaten de waarheid te achterhalen.

Had Tatiana niet verteld dat heel de kamer besmeurd was met bloed?

Waarom is dat dan niet onderzocht?

Dat had haar verhaal kunnen ontkrachten.

Maar deze officier van justitie kent het begrip ontlastend bewijs kennelijk niet.

 

De herhaaldelijke kritiek kwam de worstelrechter op een berisping te staan.

R: Ik eis dat u met respect praat over de officier van justitie.

W: 'Ik ben disrespectvol behandeld.'

 

Advocaat Peter Plasman pleitte voor een geheel voorwaardelijke straf.

Hij zei: Wicher heeft niet de boze opzet gehad haar te doden.

Ze heeft verklaard dat ze een klein stukje van een seconde geen lucht kreeg.

Haar verhaal is niet geloofwaardig, dan wel is er wantrouwen op z'n plaats.

Er kan hooguit gesproken worden van een eenvoudige mishandeling. Zij maakt het allemaal veel erger dan het is.

 

En zo gaat het nou altijd bij dit soort zaken.

De een overdrijft hier en daar, de ander bagatelliseert de boel een beetje.

 

De officier van justitie had zitten plussen en minnen.

Wicher had vaker geweld gebruikt tegen vrouwen.

Tegen zijn voormalige (zwangere) partner bijvoorbeeld in 2001.

Die had daarvan ook aangifte gedaan.

 

Deze zaak zit op het randje van gevangenisstraf, zei de officier van justitie.

Dat ze uiteindelijk en ondanks zijn vijandige blikken mild een taakstraf eiste, kwam omdat hij zelf zijn ontslag had aangevraagd.

En ook omdat het voor een rechter extra pijnlijk is om publiekelijk terecht te moeten staan.

 

Ik weet het niet.

Dat het pijnlijk is, dat zag je wel aan hem, maar extra pijnlijk?

En dat hij zelf ontslag had genomen, is toch geen heldendaad?

Hij had het sowieso gekregen.

 

Het zal mij niet verbazen dat de oud rechter vanavond nog een flesje champagne heeft doen ontkurken, terwijl hij sprak: proost, op de 240 uur. En nu op zoek naar werk.

 

Rob Zijlstra

 

update - uitspraak 6 juni 2006

Poging tot doodslag niet bewezen, toebrengen zwaar lichamelijk letsel ook niet.

Wel: tweemaal een mishandeling.

Vonnis: 80 uur werkstraf, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Proeftijd: twee jaar.

 

Het vonnis van de rechtbank Zwolle staat hier.

  

posted @ 1:07 AM | Feedback (37)