
Dinsdag gaan er rechtbankverslaggevers naar de Luttenbergstraat 5 in Zwolle.
Daar begint om tien uur het proces tegen Wicher.
Wicher was tot voor kort een hogere rechter in de zin dat hij raadsheer was bij het gerechtshof in Leeuwarden.
De hogere rechter wordt nu verdacht van poging tot doodslag en mishandeling.
Over het hoe en wat schreef ik al eerder.
En hoewel het proces dus nog moet beginnen en zijn voormalige collega’s pas over twee weken uitspraak doen, lijken de dagen voor de tot die tijd onschuldige Wicher geteld.
Nova rekende maandagavond op de televisie met hem af.
Een kleine reconstructie.
Op maandag 25 april bericht de Telegraaf bij ’t ontbijt over een meppende rechter uit Groningen. ’s Avonds verschijnt de beklaagde in Nova waar hij zijn kant van het gebeuren mag belichten.
De rechter doet dat met verve en zeer gedetailleerd.
Goed, hij heeft gemept, maar slechts uit zelfverdediging.
Zij begon.
Opmerkelijk is dat de Nova-opnames van een wandelde Wicher door de Groninger binnenstad al eerder zijn opgenomen. Nova had dus voor die 25ste april al lucht van de onverkwikkelijke rechterlijke dwaling.
Er zijn dan twee mogelijkheden: de publicatie in de ochtendkrant bedierf de primeur van Nova dan wel Nova en de Telegraaf hadden samen een dealtje. Jullie ’s ochtends het verhaal in de krant, wij ’s avonds op de tv.
Die dealtjes worden gemaakt.
De Nova-uitzending op 25 april wekt sterk de indruk dat de beklaagde zelf het initiatief heeft genomen tot publiciteit. De rechter laat zich uitgebreid filmen en ondervragen in zijn eigen woning. Die jongens van Nova, moet hij gedacht hebben, dat zijn mijn vrienden.
Op 6 mei duikt de rechter op in het NRC Handelsblad waar hij het Hollands Dagboek voor die week heeft mogen schrijven. Het stukje in de Telegraaf noemt hij daarin bombastisch. ‘Ik werd als een soort vampier afgeschilderd. Gelukkig is het beeld daarna enigszins rechtgezet in Nova’, schrijft hij.
Wicher ligt die dagen, zo deelt hij in het dagboek mede, vooral thuis op de bank, drinkt wijn en leest (onder meer) De morgen loeit weer aan van de dan pas overleden Tip Marugg. Dat verhaal handelt over een eenzame man die, met een grote drankvoorraad en een pistool op het nachtkastje, zijn leven overdenkt.
Misschien heeft de rechter wel gedacht, met de vrienden van Nova en de literaire jongens van het NRC aan mijn zijde, maakt niemand mij wat.
Maar maandagavond meldde Nova zich weer.
Ik denk dat de rechter na het bekijken van deze uitzending in zijn eigen woning onder de bank is gaan liggen, met de ogen stijf dichtgeknepen in de stille hoop dat het straks nooit meer morgen zal worden.
De vermeende vrienden van Nova schetsten van hem een beeld als ware hij een vampier.
Hij heeft zich niet alleen vergrepen aan Tatyana uit de Oekraïne, maar ook aan een serveerster uit Groningen en daarvoor al eens aan zijn toenmalige toekomstige ex. Ondertussen was hij gewoon rechter de raadsheer te Leeuwarden en wist de president van het hof in strijd met interne regels merkwaardig genoeg helemaal van niets.
Tot overmaat van ramp hebben de vrienden de hand weten te leggen op een brief die de rechter na zijn vermeende poging tot doodslag aan de politie schreef. Met klem verzoekt hij met het oog op zijn precaire positie als rechter de aangifte van die heks uit de Oekraïne toe te vertrouwen aan de papierversnipperaar. ‘De papierversnipperaar kan in deze zaak, die geen zaak is, goede diensten bewijzen…’
De rechter rekende kennelijk ook de politie tot zijn vrienden.
Het kan verkeren, besluit Wicher zijn Hollands Dagboek, mijmerend over een drankgelag, van kroeg naar kroeg. Maar met de Nova-uitzending van maandagavond moet hij dinsdagochtend de loodzware gang maken naar de Luttenbergstraat in Zwolle.
Daar zit nog een nacht tussen.
Tip Marugg schrijft in De morgen loeit weer aan:
‘In de valse vroegte van elke nieuwgeboren dag ontrafelen haar eerste stralen het rag van de afgelopen nacht en verdrijven de laatste resten parelende koelte van de ochtenddauw. Het vaste land en de eilanden ontwaken en allen weten dat ook deze dag niemand aan de suprematie van de zon zal ontkomen (…) Alles en iedereen raakt besmet en het carcinoom van harteloze daden kan zijn woekering herbeginnen.’
Ik hoop maar dat de rechter het boek niet heeft uitgelezen.
De ik richt het pistool bij het aanbreken van de dag op zichzelf.
Maar ik vind: iedereen heeft recht op een eerlijk proces.
Ook de beul zelve.
Rob Zijlstra
morgen: verslag van de zitting