Wednesday, May 17, 2006

Vorig jaar.

 

Monter komt Jan de rechtszaal binnenlopen. De publieke tribune zit vol. Ze zijn voor hem gekomen. ‘He Harrie’, roept Jan olijk, jij ook hier? Krijg je nog geld van me of zo?’

De tribune moet lachen.

De toon is gezet.

 

In de dagen voorafgaand aan het proces heeft Jan vanuit het huis van bewaring een dagboekje bijgehouden dat via via werd gepubliceerd op zijn eigen website. Hij heeft een ieder opgeroepen naar de rechtbank te komen met de toezegging dat het een gezellige boel zal gaan worden.

Zijn show.

 

De al even vrolijke rechter vertelt bij aanvang dat hij de publicaties op het internet heeft gelezen. De rechter wijst Jan op enkele juridische onvolkomenheden daarin. Jan haalt de schouders op.

‘U heeft er voor doorgeleerd. Ik niet. Laten we beginnen.’

 

Zijn advocaat is inmiddels ook gearriveerd. Hij heeft een barkruk meegenomen die hij pontificaal in de zittingszaal neerzet. De barkruk is bedoeld als ontlastend bewijs, zo kondigt de raadsman aan. De rechter vindt het best als de raadsman maar belooft dat hij geen gekke dingen met die kruk gaat uithalen. ‘We gaan hier niet slaan.’

 

Daar gaat het wel om.

 

Jan staat terecht wegens poging tot doodslag en mishandeling.

Jan heeft (had) cafés in Winschoten.

In een daarvan is ’s nachts wat aan de hand.

Jan wordt gebeld en gaat ter plaatste.

Hij zegt dat wat hij toen aantrof hem razend maakte.

Jan zegt: ‘De bedrijfsleidster was ladderzat en op een barkruk stond een hem onbekend persoon jolig droogbloemen uit het plafond te trekken.’

 

Er wordt vervolgens geslagen en geschopt en met de barkruk gezwaaid.

Drie vrouwen en de droogbloemenvandaal, een man, worden geraakt, al dan niet gewond.

De politie komt en Jan moet mee.

 

De raadsman spreekt van stemmingmakerij.

En van een samenzwering.

Tegen Jan.

 

Iemand die met een barkruk op het hoofd wordt geslagen, kan wel dood zijn.

Maar er was hooguit sprake van een buil.

Het ontlastende bewijs staat daar, pontificaal.

Dus, zo concludeert de advocaat, wat nou poging tot doodslag?

Vrijspraak!

 

Jan zegt: ‘Achteraf zeg je, dat had zo niet gemoeten. Maar in dit geval kon ik niet anders. Ik was hartstikke trots op het bloemenplafond.’

Zo is het maar net, weet de publieke tribune.

Jan is gek met droogbloemen.

 

De officier van justitie vindt het allemaal een stuk minder gezellig.

De officier zegt: ‘De man die de koning van het Marktplein van Winschoten wordt genoemd, zich regelmatig te buiten gaat aan fors geweld, meent dat hij zich alles kan permitteren. Maar mooi niet. Achttien maanden gevangenisstraf, zes voorwaardelijk.’


De raadsman briest: ‘Het openbaar ministerie heeft de oorlog verklaard aan mijn cliënt.’

 

De vrolijke rechter is twee weken later mild.

Niks poging tot doodslag, maar zware mishandeling en pogingen daartoe.

Acht maanden cel, vier voorwaardelijk.

De koning van het Marktplein, niet ontevreden, mag naar huis.

De netto-straf heeft hij al uitgezeten.

 

Een ieder vervolgt zijn weg.

 

Jan kondigt aan politieke aspiraties te hebben.

De gevestigde politieke orde is hij zat.

Hij wil in plaats van koning wel burgemeester worden van Winschoten.

Een loco heeft hij ook al op het oog: zijn advocaat.

Maar als het D66-idee van de gekozen burgemeester het niet haalt, vergaat Jan de lust.

In 2010 misschien.

 

Eerst gaat hij andere dingen doen.

 

Zijn advocaat ook.

Die beëindigt, eind 2005, zijn eenmanspraktijk aan de Grote Markt in Groningen.

 

Vorige maand.

 

De voormalige advocaat wordt op de snelweg tussen Groningen en Drachten, ter hoogte van Marum, gearresteerd.

Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de handel in en de invoer van drugs.

De verdenkingen zijn gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken.

Met Jan.

 

Gisteren.

 

De politie maakt wereldkundig dat een 50-jarige horecaondernemer uit Winschoten is aangehouden op grond van verdenkingen van oplichting, valsheid in geschrifte, hypotheekfraude, drugshandel en deelname aan een criminele organisatie: Jan.

 

De politie heeft hem vanaf het najaar 2005 op de korrel.

Aanvankelijk voor de financiële malversaties.

Maar al snel komen daar vermoedens van betrokkenheid bij drugshandel bij.

Jan wordt met zijn Mercedes bijvoorbeeld gesignaleerd bij een gevangenis op de dag dat Willem L. zijn vrijheid herkrijgt.

Willem L. – oud cliënt van de advocaat - was veroordeeld tot twee jaar wegens cocaïnesmokkel vanuit Suriname.

Jan kwam Willem ophalen.

 

De politie denkt: wat moet onze Jan nou met de gewiekste Willem?

Met Willem die in Suriname met subsidiegeld werkgelegenheidsprojecten had opgezet, waar kansarme Surinamers polyester bootjes fabriceerden.

Coca-bootjes, zo bleek later.

 

Gewiekste Willem zit nu ook weer vast.

De ex-advocaat mocht na twee weken (in beperking – geen radio, televisie en kranten) in de cel te hebben gezeten naar huis, maar blijft wel verdachte.

Koning Jan wordt morgen voorgeleid aan de rechter-commissaris.

 

Toch een samenzwering?

 

Rob Zijlstra

 

update - voorgeleiding 18 mei 2006

De rechter-commissaris heeft donderdagmiddag bevolen dat de inbewaringstelling van Jan B. - wie kent hem niet - met veertien dagen wordt verlengd. Dat betekent dat er voldoende ernstige bezwaren zijn. Over twee weken moet de raadkamer zich over de vrijheidsbeneming buigen. B. kan dan nog eens zonder openbaar proces negentig dagen worden vastgehouden.

 

update - voorgeleiding 1 juni 2006

De raadkamer heeft vanmiddag besloten Jan B. op vrije voeten te stellen. Er zijn geen ernstige bezwaren meer de man langer vast te houden. Het onderzoek wordt voortgezet en Jan blijft verdachte. 

 

 

 

posted @ 2:09 AM | Feedback (52)