
Een rechtbankverslaggever heeft een mooiste baan.
Hij zit met zijn neus vooraan andermans private ellende op te snuiven en schrijft daar dan stukjes over in de krant.
Zo heel moeilijk is dat niet.
De ingrediënten krijg je openbaar in de schoot geworpen.
Het is ook leerzaam.
Zo ondervind ik keer op keer hoe dun de scheidslijn is tussen het goede en het kwade. Vertel m ij wat: ieder mens is behept met mogelijkheden die tot verachtelijke daden kunnen leiden.
Zo mooi is de mens niet, maar de eerste crimineel moet nog geboren worden.
Ik hoor wel eens vragen, is het niet een beetje gevaarlijk dan, al dat jolig geschrijf over die criminelen?
Mow, ik kijk nooit uit wat ik schrijf.
Soms kijk in ’s nachts een beetje uit waar ik ben.
Dat weer wel.
Eenmaal mocht ik van de krant een weekje onderduiken in het Nieuwsblad van het Noorden-huisje op Schiermonnikoog (Karrepad). Eenmaal stond ik met de rug tegen de muur in de binnenstad, maar toen kwamen er op het juiste moment een paar gezonde jongens van de drukkerij voorbij. Problemen collega? ‘Mow.’ En eenmaal was ik met een grote mond op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Dat leverde een harde klap voor mijn kop op van een voetballiefhebber.
En verder?
Zo nu en dan een boos telefoontje.
Maar dat doet niet zeer.
De rechtbankjournalist zit veilig op de eerste rij van het theater waarin doorlopende voorstellingen worden gegeven over de schaduwzijde van het leven. En duisternis fascineert, omdat het leven van een journalist – en van wie niet – zich vooral in de het licht van de dag afspeelt.
De fascinatie voor criminaliteit, voor de duisternis, komt voort uit de jaloezie van de burgerman, schreef ik al eens.
Jouw ultieme droom?
Willem Holleeder afpersen, zei Youp van ’t Hek vorige week gevat in een televisiestudio.
Theatergelach volgde.
Die Youpie.
In Nederland hebben wij gemakkelijk praten.
De eerste rij is exclusief voor ons gereserveerd.
Daar hebben wij journalisten, hoeders van het vrije woord, zelfs recht op.
Vandaag, 3 mei, is het de Dag van de Persvrijheid.
Daar hebben wij, met onze mooie rechten, niet zo veel mee.
We hebben het immers al.
Maar in ons vakblad dat De Journalist heet, stond dat er in Nepal de afgelopen weken meer dan 200 journalisten zijn gearresteerd omdat zij zich kritisch uitlieten over hun koning. En ook dat Mexico voor journalisten een van de gevaarlijkste landen is geworden. Dat het in vakantieland Indonesië de goede kant opgaat. Daar worden journalisten niet meer direct vermoord, maar alleen nog maar in elkaar geslagen.
En verder?
Verder werden er het voorbije jaar 113 journalisten gedood tijdens de uitoefening van hun vak.
Zij zaten ook op de eerste rij.
Maar dan echt.
Rob Zijlstra
update:
http://www.villamedia.nl/n/nvj/nieuws/2006mei3persvrijheid.doc