Ik zeg wel eens niet voor de grap dat ik in de rechtbank veel slechteriken tegenkom en maar weinig echte criminelen.
Een echte crimineel is in mijn beleving een professionele slechterik die beredeneerd te werk gaat ten gunste van zichzelf en gewetenloos ten koste van een willekeurige ander.
De man die donderdagmiddag werd veroordeeld wegens cocaïnehandel kun je met recht een echte noemen.
Dertien jaar in Nederland.
Daarvan bracht hij er twaalf door in de gevangenis.
Donderdagmiddag kwamen er nog eens twaalf maanden bij.
‘U bent een essentiële schakel tussen de drugsproducent en de verslaafde en het is een feit van algemene bekendheid dat drugs schadelijk is voor de volksgezondheid en veel criminaliteit en overlast voor de buurt met zich meebrengt,’ zei de rechter.
Buba was het er niet mee eens.
‘Ik ga in hoger beroep’, riep hij de klappen van de zweep kennende.
Eerder op de dag stond Bob terecht.
Ook hij hoorde twaalf maanden cel eisen.
Bob is volgens officier van justitie Jongsma een echte IWAB.
Een echte IWAB?
Jongsma: ‘Een: Ik Weet Alles Beter.’
Bob drinkt tien flesjes bier per dag.
Maar hij is niet alcoholverslaafd.
Hij is een liefhebber.
Dat zegt hij.
Bob is ook een bouwer.
Zijn werkgever was gek met ’m.
Want Bob kon alles maken.
Als zijn collega’s moe naar huis gingen, ging Bob nog wel eventjes door.
Zijn inzet was altijd 120 procent.
Tot hij op een ongelukkige dag in 1995 nuchter van een hoogwerker naar beneden sodemieterde.
Toen was het gebeurd.
Na de coma volgde een jaar van revalidatie, arbeidsongeschiktheid in percentages en daardoor frustraties.
De werkgever vroeg toen Bob weer op de been was: kunnen we dat maken?
‘Nou en of’, riep hij.
En om dat te bewijzen ging hij voor 150 procent.
Maar het ging niet, niet meer.
Hersenkneuzing, de rug.
Vlak voor kerst vorig jaar kwam de brief.
Zijn arbeidscontract werd niet verlengd.
Dat kun je niet maken, zei Bob.
Ja, zei de werkgever. ‘Wel.’
Bob belandde in de put.
Zo werd hij liefhebber.
Op tweede kerstdag, even na vijf uur, belde Bob 112.
De politie had immers tegen hem gezegd: als er iets is, mis is, dan mag jij altijd bellen.
En dus belde hij en zei: ‘Ik heb de gaskraan opengezet.’
112 Zei: Denk aan de buren. Doe het gas uit.
Bob: ‘Nee, de hele boel gaat de lucht in.’
Zeven minuten later denderden politie en brandweer de straat in.
Daar had hij niet op gerekend.
Hij zat op de bank met een net gedraaid shagje.
Brandweermannen renden vrijwillig naar binnen, draaiden de knop om en zetten ramen open.
Bob liep naar buiten en stak zijn shagje aan.
Natuurlijk, zei Bob, was ik niet van plan om de boel te laten exploderen.
‘Ik wilde aandacht. Dacht: ik moet iets doen om die aandacht te krijgen.’
Zei: ‘Op 30 april heb ik al eens mijn complete inboedel naar buiten gegooid. Dat heeft me toen handenvol geld gekost, maar het leverde geen aandacht op.’
Zijn radeloze kerstgedachte: 112.
Gas.
Rechter: ‘Maar als u alleen aandacht wilde voor uw problemen, als het alleen daar om te doen was, dan had u ook 112 kunnen bellen zonder de gaskraan open te zetten.’
Bob: ‘Ja. Dat had gekund. Toen ik op het politiebureau zat, dacht ik ook, Bob, je hebt weer iets stoms gedaan. Maar het was bluf.’
Een rechter: Bluf? Het aan/uit-lichtknopje was voldoende geweest.’
Willens en wetens.
Bob: ‘Ik had niet de intentie. Ik wilde de aandacht’
De officier van justitie, niet van gisteren, zei dat gevangenisstraf in dit geval niet helpt. Zei dat hier een taak van de hulpverlening ligt. In principe. Dat hij dat ook wel snapte. De grote vraag en tevens het probleem is of Bob met zijn tien liefhebbende flesjes per dag daar wel open voor staat?
De officier dacht eerlijk gezegd van niet.
Want Bob is een eigenwijze IWAB.
Zodoende die twaalf maanden.
Bob en Buba zitten allebei in de misdaadstatistiek.
Maar Bob is Buba niet.
Rob Zijlstra