Friday, March 03, 2006

Ik had willen schrijven over de 20-jarige Pim uit Groningen die denkt dat het leven een feest is. Hij had ter verder vermaak van zijn leven zomaar een auto in de brand gestoken en 1200 euro met een zak wiet aangenomen. Dat laatste had niets met die Renault Twingo te maken.

 

In ruil voor het geld en de drugs had hij een bedrijf op zijn naam laten schrijven bij de Kamer van Koophandel Groningen, zonder te weten waarom ‘ze’ dat deden. Dat ontdekte hij drie maanden later toen een boze leverancier van een John Deere-tuintractor bij zijn moeder op de stoep stond, wapperend met een onbetaalde rekening van heb ik jou daar.

 

Het nepbedrijf wende kredietwaardigheid voor en bestelde op naam van de onwetende ‘directeur’ Pim van alles en nog wat (honderd rollen dakleer, een softijsmachine, vier betonnen brievenbussen en meer van zulks). Alles en nog wat werd ook geleverd, want handel is handel. Betaald werd er natuurlijk niks. Er werd wel doorverkocht.

 

Ik had willen schrijven dat het toch wel een beetje raar is dat iemand als Pim, die oogt als zestien – ogenschijnlijk de kinderrechter nog niet ontgroeid – zomaar bij de Kamer van Koophandel een onderneming kan stichten. Daarna wilde ik schrijven dat fakedirecteur Pim met zijn 1200 euro en een zak vol wiet met een veel te grote broek aan in de stad mister Big Spender had uitgehangen. Hij had er een nieuwe mobiele telefoon van gekocht, een paar sieraden om daarna blingbling stevig en feestend op stap te gaan. Na drie dagen was de 1200 foetsie.

 

Ik bedacht dat ik op het eind zou schrijven dat mister Pim – die uiteraard anders heet – met zijn kinderlijke voorkomen om de oren werd geslagen met een allesbehalve kinderachtige strafeis: 15 maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk. Dat is niet mis, ook al omdat Pim het verblijf in het huis van bewaring – drie maanden inmiddels – allesbehalve feestelijk vindt. Hij vindt het er saai.

 

Dat alles had ik anders dan hierboven willen opschrijven.

 

Maar toen kwam Alex Allersma de perskamer binnen.

Alex Allersma is advocaat.

De advocaat had een probleem.

Hij zei: mijn cliënt is hopeloos depressief en suïcidaal bovendien.

Zei: ik ben zo bang dat als hij met naam en initiaal in de krant komt, dat dat helemaal fout gaat aflopen. Dat dat zijn einde is. Met man een paard: dat hij dan zelfmoord pleegt.

   

Allersma is nooit een advocaat die onzin verkoopt.

Er was dus een serieus probleem, een journalistiek probleem, daar in de perskamer.

 

De depressieve cliënt van Allersma stond na Pim terecht. Hij had zich ingelaten met het downloaden van kinderporno en ze hadden hem gesnapt aan de hand van creditcard-gegevens. De zoveelste. De depressievelling woont in een klein dorpje ergens tussen Ter Apel en Pieterburen. Dorpje van niks en ‘t wist ook van niks en dat moest als ’t even kon ook zo blijven. Want heel het dorpje kent de cliënt als maatschappelijk heel actief. De schande zou groot en dodelijk kunnen zijn.

 

Wij van de perskamer moesten wel even stevig nadenken.

Wij van de perskamer zijn bedoeld om te publiceren.

Niet om te verzwijgen.

 

Wij zeiden tegen Allersma: Tjsa. Leg het voor aan de rechtbank.

Zeiden: Verzoek de rechtbank de zaak achter gesloten deuren te behandelen.

 

En zo geschiedde.

Een advocaat behoort alles te doen wat in het belang is van de cliënt.

 

De officier van justitie wilde er niet aan.

Geen gekonkel in achterkamertjes, bromde hij.

 

De rechtbank trok zich terug in de raadkamer en kwam na een kwartier terug in de openbaarheid. De rechtbank zei toen dat het voor iedere verdachte niet leuk is, een stukkie in de krant. Maar dat openbaarheid zwaarder weegt. Dus niks gesloten deuren.

 

Wij aan de perstafel knikten tevreden.

Zegevierend recht, geen gekonkel achter dichte deuren.

Moet je ook maar niet met je vunzige muisklikken, muisklikken.

 

Daarop werd de strafzaak tegen Raskolnikov – die natuurlijk niet zo heet - uit dat dorpje tussen Ter Apel en Pieterburen voortgezet. En daarop ook verlieten wij aan de perstafel zittingszaal 14.

 

Want wij van de perskamer hebben onze eigen verantwoordelijkheid.

 

Daarom staat er vandaag geen verhaal in de krant over de gluiperd Raskolnikov tegen wie de officier van justitie een werkstraf eiste van 240 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf.

 

Wat ons van de perskamer betreft zou daar een verplichting tot een levenslang abonnement op de krant mogen bijkomen.

 

Rob Zijlstra

 

 

update - uitspraak 16 maart 2006

 

Pim heeft zich niet met opzet schuldig gemaakt aan oplichting, oordeelde de rechtbank vandaag en sprak hem op dit punt vrij. Voor het zomaar in brand steken van de auto kreeg hij vier maanden cel, waarvan eentje voorwaardelijk.

 

Raskolnikov moet 150 in plaats van 240 uur uur werken en als hij dat niet naar behoren doet, wacht hem drie maanden cel.

 

 

 

posted @ 1:36 AM | Feedback (26)