Wednesday, February 08, 2006

In de rechtszaal gaat het om de waarheid en niets dan de waarheid.

Dat wil zeggen, dat moet.

Maar wat als de waarheid niet thuis geeft?

Of gemeen is?

 

Zij is in het zwart gekleed en zegt als een berg tegen deze zitting te hebben opgekeken.

Dat straalt ze ook uit, met haar trieste ogen vol tranen.

Ze mag de rechtbank toespreken en zegt dat ze lang heeft gezocht, maar voor haar verdriet geen woorden heeft kunnen vinden. Toch spreekt ze, minuten lang, hartverscheurende woorden. Over dat ze er nu met haar drie jongetjes jongens alleen voorstaat. Dat ze dat niet wil. En ook niet kan. Dat ze naar huis gaat, zonder thuis te komen. Dat alles wat voor 15 juli vorig jaar zo vanzelfsprekend was, weg is. Ook de kleine dingetjes, vooral ook die kleine dingetjes.

 

Een rechter is ook maar een rechter en pakt een papieren zakdoekje.

 

Drie meter naast de vrouw in het zwart zit de man die als verdachte is opgeroepen. Hij is de veroorzaker van het verkeersongeluk. Terwijl zij uitdrukking probeert te geven aan haar intens verdriet, buigt hij diep het hoofd.

Zakte hij maar door de grond.

 

Op die 15e juli is hij op weg naar het voetbalveld in Delfzijl.

Hij is er bijna.

Hij moet alleen nog eventjes links afslaan.

Honderd meter voor de afslag geeft hij richting aan.

Daarna sorteert hij voor.

Hij rijdt niet hard.

Hij zegt herhaaldelijk in buiten- en binnenspiegel te hebben gekeken.

Zegt dat het rustig was op de weg.

 

Dan ineens zomaar een afgrijselijke klap.

De motorrijder wordt gelanceerd en raakt in zijn val hard een lantaarnpaal.

Hij zegt dat hij er niets aan kon doen, dat hij de motorrijder nooit heeft gezien.

De 47-jarige Albert Tammenga, de vader van de drie jongetjes jongens, is dan dood.

 

Er zijn mensen die het ongeluk hebben gezien.

Op grond daarvan en op basis van technisch onderzoek is een analyse gemaakt om de lelijke waarheid te achterhalen.

 

De motorrijder heeft vermoedelijk harder gereden dan de ter plaatse maximaal toegestane 50 kilometer per uur, verklaren getuigen

De motorrijder voerde, ook al was het dag, vermoedelijk geen verlichting, want het lichtknopje stond op off, stelt de politie later vast.

En de motorrijder wilde de links afslaande en voorgesorteerde auto links passeren.

Rechts was gezien de situatie logischer geweest, zegt de logica.

 

De officier van justitie had naar de waarheid gezocht en concludeert dat de bestuurder van de auto niets valt te verwijten.

Hij is noch roekeloos noch onvoorzichtig geweest.

De officier eist vrijspraak.

Dat doen officieren niet vaak.

Wel acht hij de automobilist schuldig aan een verkeersovertreding – hij had rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voor moeten laten gaan – maar vindt voor zoiets in dit geval een straf niet gepast.

 

De automobilist luistert met de ogen gesloten.

Een rechter zegt niet tegen hem: ‘U heeft iemand doodgereden.’

De rechter zegt: ‘U bent betrokken geweest bij het einde van een geliefde.’

 

De automobilist zegt zachtjes: 'Ja.'

Wat anders moet hij zeggen?

Dat hij er niets aan kon doen?

Dat had hij al gezegd.

 

Maar de verdrietige vrouw schudt haar hoofd vol pijn en zegt: ‘Ik had zo graag dat hij gewoon toegeeft dat hij niet goed in de spiegels heeft gekeken. Hij heeft niets gezien, maar Albert was er wel. Hij kwam toch niet uit de lucht vallen.’

 

Het publiek in zittingszaal 14 is onder de indruk.

Beseft: dit kan iedereen die ergens naar toe gaat – en iedereen gaat altijd ergens naar toe - overkomen.

Het zal na afloop zeggen dat de eis van de officier van justitie een terechte eis is.

Hier past geen straf, zegt het publiek.

Maar het publiek zegt ook dat de vrouw gelijk heeft.

En haar verhaal heel begrijpelijk.

Dat haar woorden door merg en been waren gegaan.

Dat ook.

 

Wie durft een zo bedroefde vrouw tegen te spreken?

Wie vertelt haar dat haar man is verongelukt omdat hij misschien wel te hard reed op die rotmotor, geen verlichting voerde. Dat hij links probeerde in te halen terwijl hij dat nooit had moeten doen.

Ja, dat het zijn eigen stomme schuld is geweest?

Dat zegt niemand, ook al is het de waarheid misschien.

 

De rechtbank kan over twee weken tot een andere juistheid komen.

De rechtbank kan anders dan de conclusie van de officier van justitie oordelen dat de weg daar recht en overzichtelijk is, niet druk, en dat het juist daarom raar is dat de automobilist de motorrijder niet heeft gezien. En dus dat maar één conclusie waar kan zijn: de automobilist lette even niet op en dus is hij onvoorzichtig geweest.

 

Soms vindt de waarheid noch stal noch haard.

 

Rob Zijlstra

 

update - uitspraak 21 februari 2006

 

De rechtbank volgt de officier van justitie niet; de automobilist is veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur. De rechtbank stelt dat het ongeluk is veroorzaakt door een beoordelingsfout van zowel de motorrijder als de automobilist. Ook is de rechtbank van mening dat de automoblist, die zegt goed in de spiegels te hebben gekeken, de motorrijder heeft kunnen en moeten zien.

 

Het volledige vonnis van de rechtbank is hier te lezen.

 

posted @ 11:50 PM | Feedback (21)