In de nacht van 28 op 29 augustus 2004 – het is dan feest in Groningen – werd in de vroege ochtend in een steeg in de Gelkingestraat een asielzoeker doodgeslagen. Dat wil zeggen, de man uit Afrika kreeg een klap, viel met het hoofd op de grond en ging dood.
De asielzoeker was die nacht een zatlap en viel mensen lastig.
Daarom die klap.
De klapper werd de volgende dag aangehouden en moest zich vorig jaar verantwoorden voor de rechtbank.
Doodslag, zei de officier van justitie eerst, maar daarna mishandeling met de dood tot gevolg. De eis: achttien maanden cel. Het werd een werkstraf van 240 uur en een verplichte training agressiebeheersing.
Voor Mohammed Danio kwam die cursus te laat.
Dit tragisch incident leverde nauwelijks publiciteit op.
De verdachte, leeftijdsgenoot van het slachtoffer, was daar niet rouwig om.
Zijn ouders wisten van niets en dat wilde hij graag ook zo houden.
Het regionale dagblad besteedde er een paar berichtjes aan, maar lokale, regionale en/of landelijke verontwaardiging bleef uit.
Niks zinloos geweld.
Groninger werd uitgeroepen tot de veiligste stad van het land.
En Mohammed Danio vergeten.
Ik ken de geschiedenis van deze asielzoeker niet.
Maar hij is nooit naar Groningen gekomen om als zatte lastpost op de stoep van de Gelkingestraat te sterven. Daar geloof ik niks van.
Nu is de ene tragiek de ander niet, zoals ook de ene de andere asielzoeker niet is.
Gistermiddag werd gedemonstreerd voor de rechtbank in Groningen.
Met spandoeken, waarop stond dat Verdonk haar geweten heeft uitgezet.
Op een bord: ‘Geef Taida haar leven terug’.
Niet dat Taida ook dood is.
Taida Pasic is een 18-jarige VWO-scholiere uit Kosovo, in spijkerbroek, leren jack met capuchon die over vier maanden eindexamen moet doen op haar school in Winterswijk. Het ministerie van justitie wil daar niets van weten. Taida moet het land uit. En omdat regel nu eenmaal regel is, werd zij twee weken geleden door de politie uit haar schoolklas gehaald, in een politiecel gestopt en na twee dagen opgesloten in een uitzetcentrum.
Haar medescholieren sloten zich solidair op in een kooi in Winterswijk en demonstreerden daarna op het Haagse Binnenhof. Afgelopen vrijdag werd de afwijzing van het verzoek in Nederland te mogen blijven tot na het eindexamen aangevochten voor de rechtbank in Amsterdam. De uitkomst is nog ongewis. De landelijke Nederlandse pers berichtte er dit weekeinde enigszins verontwaardigd over.
Scholieren van 18 jaar horen niet opgesloten.
Die horen op school.
Maandagmiddag werd voor de rechtbank in Groningen haar gedwongen verblijf in het uitzetcentrum aangevochten. De advocaat van Taida zei niet dat het niet humaan is, of schandalig, om een meisje van net 18 jaar dat binnenkort eindexamen moet doen, op te sluiten. De advocaat voerde allerlei juridische argumenten uit de onnavolgbare vreemdelingenwetgeving aan om het vermeende onrecht te herstellen.
Logisch, want rechters hebben niets met sentiment.
Die hebben te maken met de letters in de vreemdelingenwet.
De Justitieman die namens de Staat der Nederlanden de opsluiting van Taida Pasic moest goedpraten, sprak in de rechtbank van Groningen van een trieste zaak. Hij heeft zelf kinderen in die leeftijd die dit jaar ook eindexamen moeten doen.
“Dus.”
Maar daarmee is niet gezegd, vervolgde De Justitieman, dat hier iets onrechtmatigs aan de hand is. Taida moet weg. Omdat regel regel is, hoe bizar ook. Een rechtsstaat verdraagt willekeur noch voorkeur.
Kortom, zo zei De Justitieman: het vertrektraject is rechtmatig.
Taida moest huilen.
Met een boevenbus was ze maandag vanuit Rotterdam naar de rechtbank in Groningen gebracht.
In het cellencomplex in de kelder had ze moeten wachten.
Dat cellencomplex in de kelder heb ik wel eens gezien.
Dat is geen prettig verblijf.
De vreemdelingenrechter vroeg aan het einde van de zitting of ze nog wat wilde zeggen.
Taida zei snikkend dat ze graag wilde vertellen hoe ze zich voelde, maar daar de woorden niet voor kon vinden. Ze zei dat ze zo teleurgesteld is, dat ze niets verkeerds heeft gedaan, maar nu wel als crimineel wordt behandeld. Ze zei dat ze zit opgesloten tussen oplichters en prostituees, dat ze daartussen zo vreselijk bang is en dat ze het allemaal onmenselijk vindt.
Dat zei ze hulpeloos in tranen tegen Nederland.
De vreemdelingenrechter beloofde binnen een week uitspraak te doen.
Eerder kan kennelijk niet.
En dus werd Taida als een bang meisje in afwachting van, afgevoerd.
Terug naar de cel van beton in de kelder beneden, de boevenbus naar Rotterdam, dieper het uitzettraject in.
Het verhaal van Taida Pasic kan misschien wel in 26.000 varianten worden verteld.
Als het geweten wordt uitgezet omdat regel nu eenmaal regel is, is recht krom.
Net zo krom dat de ene asielzoeker de andere niet is.
Rob Zijlstra