Ze heten Kwic, Kwac en Kwec en komen uit Turkije.
De een bestiert een eethuisje in de provincie Groningen, de ander wil een eethuisje openen en heeft onlangs de vereiste cursus sociale hygiëne met succes afgerond. De derde zoekt werk, wat voor dan ook.
Kwic zegt dat hij niets heeft gedaan. De mensen die hem beschuldigen en hem bij de politie op foto’s herkenden, kent hij niet eens.
Kwac denkt dat hij misschien wel is verward met iemand anders.
Kwec meent dat Turken altijd de schuld krijgen, voor wat dan ook.
Ze zitten gedrieën naast elkaar tegenover de politierechter.
Kwac en Kwec hebben beide dezelfde advocaat.
Kwic doet het zonder, want redeneert hij, als je niets hebt gedaan, dan heb je ook niets te vrezen en dus geen advocaat nodig. Je kunt je toch niet verdedigen tegen iets waar je niets vanaf weet? Aan het einde van de drie uur durende zitting denkt hij daar nogal anders over.
Wat zij niet gedaan hebben, maar waar de officier van justitie heel anders over denkt, is het volgende:
Kwec werkt als kok in een cafetaria annex shoarmazaak in Zuidhorn. Lubbe is daar kind aan huis. Hij drinkt er veel, vergokt er nog meer en geeft royaal drankjes weg. Lubbe heeft de naam de grootste crimineel van het dorp te zijn. Hij zou met regelmaat op Duitsland rijden met drugs.
Kwec vraagt op een goed moment of Lubbe ook niet eens voor hem en zijn vrienden een ritje kan maken. Ze hebben tien kilo softdrugs in de markt te zetten.
Lubbe neemt het aanbod aan. Lubbe bespreekt vervolgens de deal met een kennis die het weer vertelt aan Arie. En Arie, geen onbekende op deze weblog, verzint een list.
Op een afgesproken tijdstip neemt Lubbe de tien kilo, verpakt in twee roodgele tassen, in ontvangst bij het BIM-tankstation tegenover de kazerne in Assen. Het plan is dat Kwec
in een ‘schone’ auto voorop rijdt en zal waarschuwen als er onverhoopt toch grenscontrole is. Lubbe daar achter aan. De smokkelroute loopt vanuit Assen naar Groningen, richting Hoogezand en Winschoten en dan zo Duitsland in. Tien kilometer over de grens zullen ze elkaar weer treffen.
Kwec wacht en wacht, maar alles wat komt, geen Lubbe en tien kilo.
Lubbe is kort voor de grens gestopt en heeft de handel overgedragen aan listige Arie.
Dan belt hij de ongerust wachtende Kwec op en deelt mee dat er een kink in de kabel is gekomen. Zegt dat hij op het nippertje aan een politiecontrole is ontsnapt, maar dat hij de drugs heeft moeten weggooien.
Ja, shit, zeg dat wel.
En nee, vraag hem niet waar.
Maar Kwic, Kwac en Kwec zijn niet van gisteren.
Ze hebben het opzetje door en gaan op zoek.
Arie – het zat hem weer eens tegen - vinden ze in Het Trefpunt in Zuidhorn.
Hij krijgt een waarschuwing: de tien kilo moet terug en anders moet er betaald: 11.000 euro. Om duidelijk te maken dat het hen menens is, slaan ze Arie met een honkbalknuppel in elkaar. Fiks.
Lubbe hoort dit en kijkt wel uit.
Hij duikt onder.
Zijn ouders geven hem bij de politie op als vermist.
Na bemiddeling betaalt Arie de ingediende rekening.
Zelfs zou hij gezegd hebben dat hij ook wel een pak slaag had verdiend.
Leer Arie de regels van het spel kennen.
Een poging tot de uitvoer van tien kilo softdrugs en afpersing met geweld, dan wel mishandeling is wat de officier van justitie de drie mannen ten laste legt. Een ernstig feit zegt ze, uitgevoerd door drie heel professionele criminelen. De officier eist de maximale gevangenisstraf die bij de politierechter gevraagd kan worden: ieder een jaar de gevangenis in. Ook wil de officier van justitie die 11.000 euro hebben. Immers, dat is wederrechtelijk verkregen voordeel en de bedoeling is nou juist dat misdaad niet lonen mag.
Wij, zegt Kwic, hebben het, zegt Kwac, niet gedaan, zegt Kwec.
De advocaat zegt dat het dossier mistig is en dat er vele losse eindjes zijn. Zo zijn er wel meer Turken die Kwic, Kwac en Kwec heten. Er zijn allerlei verklaringen, maar het overtuigende bewijs ontbreekt.
De politierechter doet normaliter direct uitspraak.
Over dit verhaal wil ze twee weken nadenken alvorens met een oordeel te komen.
Rob Zijlstra
update, uitspraak 31 januari 2006
Kwec is schuldig bevonden en kreeg in plaats van een jaar cel een werkstraf opgelegd van 240 uur met 8 maanden voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur. Kwic en Kwac moeten ieder ook 240 uur werken met 3 maanden voorwaardelijk. Volgens de rechter is niet bewezen dat Kwic en Kwac zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot drugssmokkel. Wel aan de mishandeling.