De aard en omvang van de criminaliteit verschilt per regio.
Dat weet iedereen.
In het relatief crimineel rustige Groningen bestaan ook verschillen.
Moord en doodslag zijn in het noorden van Groningen en in het Westerkwartier zeldzaam voorkomende drama's. In de stad Groningen is dat niet zo, evenmin in de meer oostelijke delen van de provincie.
Ook geweldsdelicten blijven binnen grote delen van Groningen binnen de perken.
Niet in het Oosten.
In de perskamer van het gerechtsgebouw van Groningen spreken wij met regelmaat over 'typisch Oost-Groninger zaken'.
Kenmerk van zo'n typische zaak uit het oosten: korte lontjes.
Dinsdagochtend, kwart voor elf.
Beetje nors komt Rikus met zijn 27 jaren zittingszaal 14 binnenlopen.
Het gebeurde vorig jaar, op 15 juli, op de dag de luchthaven Schiphol voor even werd ontruimd omdat een boze Ier riep dat hij een bom had en dat Wall Street dankzij hamburgerketen McDonald's de handelsdag kon afsluiten met een plusje.
Op die dag stond Rikus wormen te steken.
Hij had zoals vaker de hond van zijn zuster meegenomen, een Husky.
Het was ook de dag dat Willem op zijn fiets stapte om naar de fabriek te gaan. Ineens zag Willem die hond weer. Een rothond, vond hij het. Altijd dat geblaf en gehap naar de hakken. Verderop zag Willem Rikus bezig. Hij besloot dat het de hoogste tijd was om er iets van te zeggen, van dat klotenbeest.
Dat leverde de navolgende conversatie op, waarbij de vriendelijkheid direct al zoek was:
Willem: 'Kan dat beest niet aangelijnd? Anders snij ik z'n staart d'r af.'
Rikus: 'Dat moet je dan maar es proberen.'
Willem: 'Als ik 'm weer voor de fiets krijg, dan is ie voor mij.'
Rikus: 'Als je een vinger naar mijn hond uitsteekt, dan pak ik een groot mes en steek je overhoop.'
Daarop gaf Willem Rikus een klap met zijn rechter klomp, waarna Rikus Willem met de linkervuist een optetter verkocht.
Einde conversatie. Ieder vervolgde zijn weg.
Althans, zo leek het.
Want terwijl Willem zijn weg richting fabriek voortzette, reed Rikus op zijn brommertje naar huis om kort daarna en gewapend met een schep de achtervolging in te zetten. Ze kwamen opnieuw tegenover elkaar te staan. En toen vielen er rake klappen. Willem raakte gewond bij het afweren aan de pols. Daarbij brak de schep. Ook het achterlichtje van de fiets van Willem sneuvelde.
Willem wist te ontkomen, maar hoorde nog wel dat Rikus hem nariep: 'Jou krijg ik nog wel'.
Zo is het ongeveer gegaan, bekende Rikus tegenover de rechters.
De officier van justitie kwalificeerde het gebeuren als een zuivere vorm van poging tot doodslag.
Een rechter vroeg: was het een goeie schep?
Rikus mompelde iets van ja.
Rechter: goed scherp ook?
Rikus: 'Mow, ik sloeg niet richting het hoofd.'
De officier van justitie dacht van wel.
'Er is hier sprake van een zeer ernstige vorm van geweld. Met een schep sla je gemakkelijk iemand dood. Het had allemaal heel anders kunnen aflopen', zo benadrukte de aanklager een paar keer.
Rikus' advocaat Fred Kappelhof vond dat de officier doorsloeg.
'Het was gewoon een ordinaire ruzie tussen twee mannen. Korte lontjes. En de officier moet niet vijf keer zeggen dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Het is niet anders afgelopen. Punt.'
De eis was niet kinderachtig: twee jaar gevangenisstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk en een straat- en contactverbod. Dit laatste, omdat Willem te kennen had gegeven dat hij de dag vreest dat Rikus op vrije voeten komt. Vanwege de 'jou-krijg-ik-nog-wel-opmerking'. Rikus liet desgevraagd weten dat hij geen plannen in die richting had.
In zijn laatste woord vroeg Rikus opheldering over het straat- en contactverbod.
De officier: als u Willem tegenkomt, moet u zich omdraaien en weglopen.
Rikus: 'En dat straatverbod, geldt dat ook voor de Dorpsstraat?'
De officier van justitie knikte. Zeker.
Rikus: 'Oh. Daar woon ik.'
Uitspraak over twee weken.
Rob Zijlstra
update uitspraak, - 24 januari 2006
De rechtbank heeft de zaak aangehouden in verband met het opstellen van een rapport over de behandeling van de agressieproblematiek van verdachte.