Ik val niet in de categorie mensen die van mening is dat de politie een parasiterende organisatie is. Evenmin geloof ik niet dat de politie bonnen schrijft om ons te pesten of omdat er Haagse quota gehaald moeten worden. Verder denk ik dat het pertinent niet waar is dat de politie er niet is als je ze nodig hebt en dat het doen van aangifte geen zin heeft omdat ze toch niks oplossen omdat die gasten niks uitvreten.
Allemaal borrelnonsens.
Er zijn mensen die hier heel anders over denken en geen kans voorbij laten gaan de meest onzinnige en rare dingen te roepen over de politie. Maar zo de huisarts niet schuldig is aan het bestaan van ziektes en andere lichamelijke ongemakken, zo is de politie niet verantwoordelijk voor onveiligheid op straat en onheil.
Of neem de brandweer.
Bij de politie ligt dat vreemd genoeg anders. Maar wie zich morgen te pletter rijdt tegen een boom of tegen iemand anders is blij, en anders de nabestaanden wel, dat ‘ie de rotzooi die zoiets met zich meebrengt, niet zelf hoeft op te dweilen, hoe gering de herseninhoud ook moge zijn.
“Goedenavond, mevrouwtje.
’t Gaat hierom, uw man heeft zojuist een ongelukje gehad op de N33.
Gevalletje van tikkeltje te hard gereden, als u het mij vraagt.
Ja, nogal ernstig, ja.
Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend de boel op te ruimen.
Het is ter hoogte van kilometerpaal 13.4, maar dat ziet u vanzelf wel.
Hoe?
U kunt het beste een paar emmers en wat dweilen meenemen.
O ja, voor drie uur vannacht moet het schoon zijn.
Dan kunnen wij de weg weer vrijgeven.
Sterkte d’r mee.”
Zoiets?
Ik heb het te doen met de politie.
Er is geen organisatie in dit land die zo verwoed bezig is haar vermeende slechte imago op te krikken, terwijl slechts het tegenovergestelde wordt bereikt. De meest maffe dingen zijn in de loop der jaren bedacht om maar in het gevlij te komen bij het grote en verwende publiek. Het moet klantvriendelijker en er worden klanttevredenheidsonderzoeken (dat woord bestaat niet eens) gehouden.
Als ik de politie was, dan wist ik het wel.
Vanwaar dit politieuitstapje?
Iedere rechtszaak in zittingszaal 14 begint met een strafbaar feit.
Daarna komt de politie van Groningen.
En juist die politie hield maandagmiddag in cultuurcentrum d’ Oosterpoort haar nieuwjaarsreceptie.
Korpschef Oscar Dros hield er een halve nieuwjaarsspeech.
“Voor geïnteresseerden staat de andere helft op papier.”
Oscar Dros zei dat 27 procent van de Groninger bevolking in 2005 contact met de politie heeft gehad.
Politiecontact.
Dat zijn vorig jaar grofweg 150.000 mensen in Groningen geweest.
Die zijn weer allemaal onderzocht en wat bleek?
62 Procent is tevreden.
Oscar Dros hief vervolgens niet fier het glas terwijl hij uitriep: ‘dienders, hiep, hiep hoera! Slechts 38 procent van die 27 procent is niet tevreden over ons. Proost!’
Nee Oscar Dros zei, zorgelijk van toon: 62 procent collega’s, 62 procent, dat is te weinig.
Dat moet in 2006 beter.
Dat zei hij.
Ik zat op de een na voorste rij in de grote zaal van De Oosterpoort waar dit allemaal werd gezegd.
Ik hoorde Dros vervolgen met de mededeling dat er een top tien in de maak is met politiecontactverbeterpunten. Er komen mystery guests – under cover burgers – die de klantvriendelijkheid van de Groninger politie gaan meten.
Op die tweede rij van voren keek ik om mij heen en hoorde op het podium voor mij het cabaretgezelschap Vrouw Holland nogal gewaagde liedjes zingen over seks en een bevalling met uitscheuringen, ik zag één Vrouw Holland heel wulps over een piano schuren terwijl ze de pianist aanrandde, ik zag vier echte blote Vrouw Holland-konten boeren en wildplassen, ik zag iets dat zou kunnen duiden op een vaginamonoloog (dan wel -duet). En daarna zag ik een optreden van het Groninger homokoor Zangzaad.
‘En dit is niet door mij verzonnen.’
Achter mij zag ik een paar honderd politiemensen dit alles aanschouwen.
Waar ter wereld, dacht ik toen, worden vijf- tot zeshonderd agenten in uniform op een maandagmiddag zo verwend en onderhouden?
Onder die agenten waren de meningen overigens sterk verdeeld.
De een vond dat met die blote kont’n mooi, de ander zei dat het op het randje was, maar best wel lachen, een derde sprak er schande van. Zei dat zij het onfatsoenlijk vond, ‘terwijl wij juist qua norm’n en waard’n fatsoen dienen uit te dragen’.
In verwarring verliet ik bij wijze van spreke d’ Oosterpoort.
Dacht: wat een maffe politie hebben we eigenlijk.
Maar ter hoogte van de verkeerslichten prees ik me al gelukkig.
Dat zoiets kan.
Want ondertussen is Groningen wel voor het derde achtereenvolgende jaar veiliger geworden. Er is minder vaak aangifte gedaan, drank- en drugsoverlast is afgenomen, het aantal woninginbraken daalt ook al vijf jaar achtereen en het aantal autokraken is vorig jaar ten opzichte van 2004 zelfs gehalveerd.
Memorabel is, zei Oscar Dros ook nog, de omslag in het verkeer. We hadden niet alleen minder verkeersongelukken met bijbehorende ziekenhuisgewonden, maar ook minder verkeersdoden: 51 in 2003, vorig jaar 22. Te betreuren, dat wel.
Maar juist alleen daarom schrijft de politie bonnen voor (na correctie) zes of dertig kilometer te hard.
Als ik de politie was, dan wist ik het wel.
Ik zou met 62 procent klanttevreden Groningers fier het glas heffen en uitroepen: en de rest, collega’s, de rest kan de boom in.
Ik denk dat ze dat ook wel denken, maar zeggen zullen ze het niet.
Zij zijn Vrouw Holland niet.
Rob Zijlstra