Tuesday, January 10, 2006

De aard en omvang van de criminaliteit verschilt per regio.

Dat weet iedereen.

In het relatief crimineel rustige Groningen bestaan ook verschillen.

 

Moord en doodslag zijn in het noorden van Groningen en in het Westerkwartier zeldzaam voorkomende drama's. In de stad Groningen is dat niet zo, evenmin in de meer oostelijke delen van de provincie.

Ook geweldsdelicten blijven binnen grote delen van Groningen binnen de perken.

Niet in het Oosten.

 

In de perskamer van het gerechtsgebouw van Groningen spreken wij met regelmaat over 'typisch Oost-Groninger zaken'.

Kenmerk van zo'n typische zaak uit het oosten: korte lontjes.

 

Dinsdagochtend, kwart voor elf.

Beetje nors komt Rikus met zijn 27 jaren zittingszaal 14 binnenlopen.

 

Het gebeurde vorig jaar, op 15 juli, op de dag de luchthaven Schiphol voor even werd ontruimd omdat een boze Ier riep dat hij een bom had en dat Wall Street dankzij hamburgerketen McDonald's de handelsdag kon afsluiten met een plusje.

 

Op die dag stond Rikus wormen te steken.

Hij had zoals vaker de hond van zijn zuster meegenomen, een Husky.

 

Het was ook de dag dat Willem op zijn fiets stapte om naar de fabriek te gaan. Ineens zag Willem die hond weer. Een rothond, vond hij het. Altijd dat geblaf en gehap naar de hakken. Verderop zag Willem Rikus bezig. Hij besloot dat het de hoogste tijd was om er iets van te zeggen, van dat klotenbeest.

 

Dat leverde de navolgende conversatie op, waarbij de vriendelijkheid direct al zoek was:

 

Willem: 'Kan dat beest niet aangelijnd? Anders snij ik z'n staart d'r af.'

Rikus: 'Dat moet je dan maar es proberen.'

Willem: 'Als ik 'm weer voor de fiets krijg, dan is ie voor mij.'

Rikus: 'Als je een vinger naar mijn hond uitsteekt, dan pak ik een groot mes en steek je overhoop.'

 

Daarop gaf Willem Rikus een klap met zijn rechter klomp, waarna Rikus Willem met de linkervuist een optetter verkocht.

 

Einde conversatie. Ieder vervolgde zijn weg.

Althans, zo leek het.

 

Want terwijl Willem zijn weg richting fabriek voortzette, reed Rikus op zijn brommertje naar huis om kort daarna en gewapend met een schep de achtervolging in te zetten. Ze kwamen opnieuw tegenover elkaar te staan. En toen vielen er rake klappen. Willem raakte gewond bij het afweren aan de pols. Daarbij brak de schep. Ook het achterlichtje van de fiets van Willem sneuvelde.

 

Willem wist te ontkomen, maar hoorde nog wel dat Rikus hem nariep: 'Jou krijg ik nog wel'.

 

Zo is het ongeveer gegaan, bekende Rikus tegenover de rechters.

De officier van justitie kwalificeerde het gebeuren als een zuivere vorm van poging tot doodslag.

 

Een rechter vroeg: was het een goeie schep?

Rikus mompelde iets van ja.

Rechter: goed scherp ook?

Rikus: 'Mow, ik sloeg niet richting het hoofd.'

 

De officier van justitie dacht van wel.

'Er is hier sprake van een zeer ernstige vorm van geweld. Met een schep sla je gemakkelijk iemand dood. Het had allemaal heel anders kunnen aflopen', zo benadrukte de aanklager een paar keer.

 

Rikus' advocaat Fred Kappelhof vond dat de officier doorsloeg.

'Het was gewoon een ordinaire ruzie tussen twee mannen. Korte lontjes. En de officier moet niet vijf keer zeggen dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Het is niet anders afgelopen. Punt.'

 

De eis was niet kinderachtig: twee jaar gevangenisstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk en een straat- en contactverbod. Dit laatste, omdat Willem te kennen had gegeven dat hij de dag vreest dat Rikus op vrije voeten komt. Vanwege de 'jou-krijg-ik-nog-wel-opmerking'. Rikus liet desgevraagd weten dat hij geen plannen in die richting had.

 

In zijn laatste woord vroeg Rikus opheldering over het straat- en contactverbod.

De officier: als u Willem tegenkomt, moet u zich omdraaien en weglopen.

Rikus: 'En dat straatverbod, geldt dat ook voor de Dorpsstraat?'

De officier van justitie knikte. Zeker.

Rikus: 'Oh. Daar woon ik.'

 

Uitspraak over twee weken.

 

Rob Zijlstra

 

update uitspraak, - 24 januari 2006

De rechtbank heeft de zaak aangehouden in verband met het opstellen van een rapport over de behandeling van de agressieproblematiek van verdachte.

 

  

posted @ 6:19 PM | Feedback (18)

Ik val niet in de categorie mensen die van mening is dat de politie een parasiterende organisatie is. Evenmin geloof ik niet dat de politie bonnen schrijft om ons te pesten of omdat er Haagse quota gehaald moeten worden. Verder denk ik dat het pertinent niet waar is dat de politie er niet is als je ze nodig hebt en dat het doen van aangifte geen zin heeft omdat ze toch niks oplossen omdat die gasten niks uitvreten.

 

Allemaal borrelnonsens.

 

Er zijn mensen die hier heel anders over denken en geen kans voorbij laten gaan de meest onzinnige en rare dingen te roepen over de politie. Maar zo de huisarts niet schuldig is aan het bestaan van ziektes en andere lichamelijke ongemakken, zo is de politie niet verantwoordelijk voor onveiligheid op straat en onheil.

 

Of neem de brandweer.

 

Bij de politie ligt dat vreemd genoeg anders. Maar wie zich morgen te pletter rijdt tegen een boom of tegen iemand anders is blij, en anders de nabestaanden wel, dat ‘ie de rotzooi die zoiets met zich meebrengt, niet zelf hoeft op te dweilen, hoe gering de herseninhoud ook moge zijn.

 

“Goedenavond, mevrouwtje.

’t Gaat hierom, uw man heeft zojuist een ongelukje gehad op de N33.

Gevalletje van tikkeltje te hard gereden, als u het mij vraagt.

Ja, nogal ernstig, ja.

Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend de boel op te ruimen.

Het is ter hoogte van kilometerpaal 13.4, maar dat ziet u vanzelf wel.

Hoe?

U kunt het beste een paar emmers en wat dweilen meenemen.

O ja, voor drie uur vannacht moet het schoon zijn.

Dan kunnen wij de weg weer vrijgeven.

Sterkte d’r mee.”

 

Zoiets?

 

Ik heb het te doen met de politie.

Er is geen organisatie in dit land die zo verwoed bezig is haar vermeende slechte imago op te krikken, terwijl slechts het tegenovergestelde wordt bereikt. De meest maffe dingen zijn in de loop der jaren bedacht om maar in het gevlij te komen bij het grote en verwende publiek. Het moet klantvriendelijker en er worden klanttevredenheidsonderzoeken (dat woord bestaat niet eens) gehouden.

 

Als ik de politie was, dan wist ik het wel.

 

Vanwaar dit politieuitstapje?

Iedere rechtszaak in zittingszaal 14 begint met een strafbaar feit.

Daarna komt de politie van Groningen.

En juist die politie hield maandagmiddag in cultuurcentrum d’ Oosterpoort haar nieuwjaarsreceptie.

Korpschef Oscar Dros hield er een halve nieuwjaarsspeech.

“Voor geïnteresseerden staat de andere helft op papier.”

 

Oscar Dros zei dat 27 procent van de Groninger bevolking in 2005 contact met de politie heeft gehad.

Politiecontact.

Dat zijn vorig jaar grofweg 150.000 mensen in Groningen geweest.

Die zijn weer allemaal onderzocht en wat bleek?

62 Procent is tevreden.

 

Oscar Dros hief vervolgens niet fier het glas terwijl hij uitriep: ‘dienders, hiep, hiep hoera! Slechts 38 procent van die 27 procent is niet tevreden over ons. Proost!’

Nee Oscar Dros zei, zorgelijk van toon: 62 procent collega’s, 62 procent, dat is te weinig.

Dat moet in 2006 beter.

Dat zei hij.

 

Ik zat op de een na voorste rij in de grote zaal van De Oosterpoort waar dit allemaal werd gezegd.

 

Ik hoorde Dros vervolgen met de mededeling dat er een top tien in de maak is met politiecontactverbeterpunten. Er komen mystery guests – under cover burgers – die de klantvriendelijkheid van de Groninger politie gaan meten.

 

Op die tweede rij van voren keek ik om mij heen en hoorde op het podium voor mij het cabaretgezelschap Vrouw Holland nogal gewaagde liedjes zingen over seks en een  bevalling met uitscheuringen, ik zag één Vrouw Holland heel wulps over een piano schuren terwijl ze de pianist aanrandde, ik zag vier echte blote Vrouw Holland-konten boeren en wildplassen, ik zag iets dat zou kunnen duiden op een vaginamonoloog (dan wel -duet). En daarna zag ik een optreden van het Groninger homokoor Zangzaad.

 

‘En dit is niet door mij verzonnen.’

 

Achter mij zag ik een paar honderd politiemensen dit alles aanschouwen.

Waar ter wereld, dacht ik toen, worden vijf- tot zeshonderd agenten in uniform op een maandagmiddag zo verwend en onderhouden?

 

Onder die agenten waren de meningen overigens sterk verdeeld.

De een vond dat met die blote kont’n mooi, de ander zei dat het op het randje was, maar best wel lachen, een derde sprak er schande van. Zei dat zij het onfatsoenlijk vond, ‘terwijl wij juist qua norm’n en waard’n fatsoen dienen uit te dragen’.

 

In verwarring verliet ik bij wijze van spreke d’ Oosterpoort.

Dacht: wat een maffe politie hebben we eigenlijk.

Maar ter hoogte van de verkeerslichten prees ik me al gelukkig.

Dat zoiets kan.

 

Want ondertussen is Groningen wel voor het derde achtereenvolgende jaar veiliger geworden. Er is minder vaak aangifte gedaan, drank- en drugsoverlast is afgenomen, het aantal woninginbraken daalt ook al vijf jaar achtereen en het aantal autokraken is vorig jaar ten opzichte van 2004 zelfs gehalveerd.

 

Memorabel is, zei Oscar Dros ook nog, de omslag in het verkeer. We hadden niet alleen minder verkeersongelukken met bijbehorende ziekenhuisgewonden, maar ook minder verkeersdoden: 51 in 2003, vorig jaar 22. Te betreuren, dat wel.

 

Maar juist alleen daarom schrijft de politie bonnen voor (na correctie) zes of dertig kilometer te hard.

 

Als ik de politie was, dan wist ik het wel.

Ik zou met 62 procent klanttevreden Groningers fier het glas heffen en uitroepen: en de rest, collega’s, de rest kan de boom in.

 

Ik denk dat ze dat ook wel denken, maar zeggen zullen ze het niet.

Zij zijn Vrouw Holland niet.

 

Rob Zijlstra

 

 

posted @ 2:41 AM | Feedback (45)