Posted on Tuesday, December 13, 2005 6:08 PM
Er was eens een rechter.
Hij sprak recht en dat deed hij met ziel en zaligheid.
De rechter had plezier in zijn werk en velen hadden plezier in hem.
Zijn manier van rechtspreken sprak aan.
Hij sprak eigenzinnig, maar verfrissend.
Zijn kennis van zaken was groot.
Zo groot dat dat opviel.
Dossiers – groot en klein - kende hij uit het hoofd.
Hij kende zelfs de bijnamen van alle verdachten.
Hij was een rechter die ook de taal sprak van de straat.
En die straattaal bezigde hij zonodig ook in de rechtszaal.
Daardoor snapte ook menig verdachte waar 't om ging, want veel verdachten zijn van de straat.
Kortom, het was een heel goede rechter.
Maar op een dag was hij verdwenen.
Ja, zelfs een beetje spoorloos.
Er gingen geruchten, maar die bleken maar ten dele waar.
De waarheid is dat rechters moeten rouleren.
Dat moet nu eenmaal van de rechtbank.
Tijdje strafrecht, paar jaartjes civiel, tijdje bestuursrecht.
Een deel van het gerucht - het deel dat waar is - was dat deze rechter helemaal geen zin had in rouleren.
Hij voelde zich als een vis in het water in strafzittingszaal 14.
Elders had hij niets te zoeken.
Maar het moest en de rechter werd toen maanden ziek.
De vraag is of een strafrechter die het niet eens is met een beslissing van zijn rechtbank beroep kan aantekenen? En zo ja, bij wat? Bij een interne commissie met externen? En dan? Moet een strafrechter uiteindelijk naar de bestuursrechter om zijn gelijk te halen?
Dat zou wel raar zijn in dit geval.
Want deze strafrechter is inmiddels gerouleerd tot bestuursrechter.
Dan moet hij naar zichzelf en blijf dan maar eens onafhankelijk.
In de wandelgangen van het gerechtsgebouw wordt gezegd dat deze roulatie een groot verlies betekent voor het strafrecht te Groningen.
Gezegd wordt dat je natuurlijk nooit een goede strafrechter naar 'bestuur' moet sturen.
Dat dat dom is.
Net zo dom dan wanneer je een echte bestuursrechter naar 'straf' rouleert.
Want dat doen ze ook.
Eens was er een rechter die met ziel en zaligheid rechtsprak in zaal 14.
Dat deed hij verfrissend en goed.
Hij bracht bij wijze van spreken de rechtspraak ietsje dichterbij de burger.
Maar toen kreeg hij een nieuw kamertje, hoog in het gerechtsgebouw en daar moest hij drie jaar blijven zitten. Voor straf.
Sprookje uit.
Rob Zijlstra