Ontluisterende ontknoping.
Zo kan de opheldering van de moord op het echtpaar Leendert (29) en Lisa (23) van der Lei het beste worden omschreven. Het stel werd op 5 december 1991 gewurgd. Het is vandaag exact veertien jaar geleden dat de politie de lichamen aantreft in de slaapkamer van hun flatwoning aan de Planetenlaan in Groningen.
Bijna veertien jaar lang wisten rechercheurs ook bijna zeker wie verantwoordelijk was voor deze dubbele moord: Omer A.
Vanmiddag is bekendgemaakt dat Omer A. dood is.
Vorig jaar werd zijn lichaam gevonden in een stadje in Turkije. Uit overwegingen van privacy wil het openbaar ministerie de naam van dat stadje niet bekendmaken. Wel dat de man al enige maanden dood was toen hij werd gevonden. En ook dat naast hem het lichaam lag van een dood meisje: zijn elfjarige dochter.
Het openbaar ministerie en de politie gaven vanmiddag opening van zaken.
Leendert is voordat hij om het leven werd gebracht, gemarteld. Het stel is aan handen en voeten vastgebonden geweest aan het bed. Het openbaar ministerie omschrijft het martelen als falaka. Het touw waarmee het echtpaar is vastgebonden, wordt niet gevonden. Het touw zal bijna veertien jaar later wel voor de ontknoping zorgen.
Daags na de moord wordt zo’n 1500 gulden van de bankrekening van het echtpaar gehaald. Er worden pintransacties geregistreerd bij twee banken in Groningen. Aan de hand van bankgegevens weet de politie mensen te traceren die rond datzelfde tijdstip bij die geldautomaten hebben gepind. Een getuige, een vrouw, kan een signalement geven van een man die zij op het bewuste tijdstip heeft zien pinnen. De man was haar opgevallen omdat die een lange jas droeg en op een racefiets reed.
Die man is, zo zal later blijken, Omer A., dan 33 jaar.
Hij is geen onbekende van Leendert en Lisa.
Omer heeft enige jaren een relatie gehad met de zus van Leendert.
Op dat moment is hij verdachte en wordt hij in de gaten gehouden.
Rechercheurs ontdekken dat hij – ook op die 6e december – een nieuw kapsel heeft genomen. En dat het geld dat hij heeft gepind, op zijn bankrekening terechtkomt.
Half januari 1992 wordt Omer A. aangehouden.
Hij ontkent alles.
In zijn woning wordt een touw gevonden. Op zijn slaapkamer staat de racefiets. Sporenonderzoek op het touw levert niets op.
De techniek wist toen niet beter.
Veel meer aan belastend materiaal is er blijkbaar niet, want in maart wordt Omer op last van de rechtbank op vrije voeten gesteld. De rechters zien geen redenen hem langer vast te houden. Hij blijft wel verdachte.
Omer verdwijnt, naar, zo zal later blijken, Duitsland, naar zijn zuster. Omdat de politie geen nieuwe feiten heeft, kan niets worden ondernomen.
Het blijft dan stil tot december 1992.
In die maand neemt de zus uit Duitsland contact op met de Groninger politie. Zij vertelt dat ze op gewelddadige wijze is beroofd door haar broer. Het zou gaan om 20.000 Marken. Ook zou hij tegen zijn zus hebben gezegd dat hij ‘dat echtpaar in Groningen’ heeft vermoord.
Hij vlucht na de roof naar Turkije.
Omer lijkt daar in veilige haven; Turkije levert geen eigen onderdanen uit.
De zaak Van der Lei wordt ‘op de plank gelegd’ en blijft daar tien jaar onaangeroerd liggen.
In 2003 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak. Het team is voor onopgeloste ernstige delicten in het leven geroepen. Het touw, goed bewaard, duikt weer op. Met de nieuwste technieken wordt het touw onderzocht op sporen. De uitkomst van dat onderzoek laat langer dan een jaar op zich wachten. Maar in maart dit jaar wordt dan bekend dat op het touw DNA is aangetroffen van Leendert en van Lisa. En van Omer A. Dit laatste betekent: bingo.
De Turkse autoriteiten leveren nog altijd niet uit, maar zijn wel bereid Omer in Turkije te vervolgen voor de moord op het echtpaar in Groningen. Het politiedossier wordt opgestuurd. Het loopt anders: tijdens de voorbereidingen komt het bericht dat Omer A. in 2004 onder onduidelijke omstandigheden is overleden.
De Groninger politie reist – oktober dit jaar - naar Turkije. Aan de hand van DNA wordt dan vastgesteld dat de overledene inderdaad Omer A. is. Zijn doodsoorzaak is, net als die van het elfjarige dochtertje, niet bekend. De Turkse justitie heeft geen sectie laten verrichten.
Er is een derde slachtoffer.
Omer kende Leendert en Lisa omdat hij een relatie heeft gehad met de zus van Leendert. Tijdens het eerste onderzoek ontdekken rechercheurs dat het zoontje van de zus in 1990 op vijfjarige leeftijd is overleden. Een natuurlijke dood, heet het formeel, maar in het proces verbaal ontdekken twee rechercheurs tegenstrijdigheden.
De zus van Leendert verklaart dat Omer haar twee kinderen regelmatig mishandelde. Zij had dat ook gemeld bij de politie, maar harde bewijzen zouden er niet zijn geweest. Het jongetje is, zo heet het, tijdens een epileptische aanval gestikt in het kussen van zijn bedje.
Er zijn bange vermoedens.
Het kind sliep, juist vanwege de ziekte, altijd zonder kussen.
Op grond van het medische dossier hebben deskundigen van het NFI vastgesteld dat het kind niet gestikt kan zijn in een kussen tijdens een aanval van epilepsie.
Het openbaar ministerie concludeert dat ’het vrijwel zeker is dat een derde betrokken is geweest bij de dood van het jongetje’.
Of die derde Omer A. is, is niet met zekerheid te zeggen, zegt officier van justitie Pieter van Rest. Wel staat vast dat Omer en zijn toenmalige vriendin de avond voor de dood van het kind, ruzie hebben gehad. Zij zou te veel tijd besteden aan het kind en te weinig aan hem.
Gesmoord in jaloezie.
Rob Zijlstra