Sunday, December 04, 2005

moord en doodslag

 

Ik ben niet altijd rechtbankverslaggever geweest.

Voorheen was ik politieverslaggever.

 

Als politieverslaggever op de stadsredactie was ik belast met moord en doodslag in Groningen. Langzaam maar zeker werd deze belasting een fascinatie. Maandenlang verstopte ik mij in het krantenarchief op zoek naar levensdelicten.

Dit resulteerde in een eigen archief dat, ruw geschat, anderhalve meter aan documenten bevat. Een paar kilo papier. En een lijst met daarop 111 namen van mensen die sinds 1970 in Groningen op gewelddadige wijze het leven lieten.

 

Geen vrolijke lijst, maar wel een lijst die - wat de gek er voor geeft, maar desondanks – uniek is. Zelfs de politie beschikt niet over zo’n lijst.

 

Een lijst die onder meer leert   

dat het jongste slachtoffer 5 werd, het oudste 84,

dat mannelijke slachtoffers iets, maar niet veel, in de meerderheid zijn

dat dat landelijk anders is,

dat van de 111 slachtoffers er tien prostituee waren en zes studenten,

dat die studenten allen vrouw waren.

   

Dat in de categorie daders – dat wil zeggen, veroordeelde verdachten – de jongste 16 was, de oudste 69,

dat zij straffen kregen van zes maanden tot levenslang,

dat de meeste moorden en doodslagen plaatshadden in woningen,

dat de binnenstad in relatie tot de horeca een goede nummer twee is.

 

Dat verreweg de meeste slachtoffers slachtoffer werden van een hen bekende,

dat, anders gezegd, dat net als in de rest van Nederland ook in Groningen de woning de plek is waar een vrouw het meeste risico loopt te worden vermoord door haar lieftallige partner.

 

Dat ik zo nog wel een tijdje door kan gaan.

 

De 111 slachtoffers sinds 1970 zijn terug te voeren tot 109 zaken.

Van die zaken zijn er 13 vooralsnog niet opgelost.

 

De oplossing van één van die 13 zaken is nabij.

In die zaak staat de verdachte aanstaande donderdag terecht in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.

 

Dat is de zaak van Maja van Vloten.

Maja van Vloten was een onverschrokken vrouw van 49 jaar die het er niet bij liet zitten, maar zich inzette voor het goede.

Op 14 september 1994 werd zij dood aangetroffen in haar woning.

Gruwelijk doodgestoken.

 

Verslaggevers lossen doorgaans geen moorden op.

Dat is ook niet hun taak.

Politieverslaggevers houden, als het goed is, lopende onderzoeken waarbij de goede afloop uitblijft, wel kritisch in de gaten.

 

Zo zat ik eerder dit jaar in een woning in Groningen.

De woning was van een wanhopige vluchteling met erkende status.

Maja van Vloten was als vrijwilligster actief in het vluchtelingenwerk.

De vluchteling zei: Ik weet wie Maja heeft vermoord. Maja is vermoord door de politiek, dat wil zeggen door de geheime dienst van het land van mijn herkomst. Hij zei: “We moeten er alles aan doen om dit boven water te krijgen, om zo duidelijk te maken dat het land van mijn herkomst niet deugt.”

 

In mijn dossier zit een kopie van een brief die Maja van Vloten enkele uren voor haar dood schreef aan een medestrijder. Ze schreef: ‘Het is elf uur ’s nachts. Leve de vakantie.’

Maja van Vloten zou de volgende dag op reis gaan, naar Egypte.

 

Ik informeerde bij de betrokken rechercheurs of een geheime dienst ooit in beeld is geweest. Nee, dat was niet het geval. En dus had ik een nieuw spoor. Bij gebrek aan meer feiten, schreef ik er niet over.

 

Inmiddels is duidelijk dat de moord op Maja van Vloten niet het werk is geweest van een buitenlandse geheime dienst.

 

In augustus dit jaar meldde zich, na elf jaar stilte, plotsklaps een man op het politiebureau met de mededeling dat hij het was geweest die Maja van Vloten had vermoord.

Op het politiebureau wisten ze eventjes niet eens over wie hij het had.

Gaat u zitten.

Er komt zo iemand bij u.

Maja wie?

1994?

 

De man was niet van een geheime dienst.

Het was Karel uit Hoogeveen.

Karel liep op 13 september 1994 met zijn ziel onder de arm, dakloos door de stad. Hij liep toevallig door de straat waar Maja woonde. Haar deur zou hebben opgestaan. Toen moet het zijn gebeurd.

 

Donderdag staat Karel voor de rechtbank op verdenking van moord.

Zijn motief bij de politie te biecht te gaan, zou zijn dat hij denkt geen lang leven meer te hebben.

Zou.

 

Donderdag het vervolg: de ontknoping.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 3:54 AM | Feedback (143)