Posted on Sunday, November 27, 2005 11:48 PM

Onlangs opende ik een envelop met daarin een brief die een advocaat uit Den Haag er een dag eerder had ingestopt. Hij wil geld zien. Drieduizend euro en wel onmiddellijk, dat wil zeggen binnen veertien dagen op de derdenrekening van zijn kantoor. Zoniet, dan zal ik er van lusten: dan word ik gedagvaard.
Ik heb iets misdaan.
Ik pleegde mijn misdaad op klaarlichte dag, kalm en met voorbedachten rade.
In de krant waarvoor ik werk.
Ik schreef een stukje en vermeldde daarin de volledige naam van een man in kwestie, zeg maar de m.i.k.
Dat vond de m.i.k. niet leuk.
En hoewel de m.i.k. ter beveiliging van de samenleving achter de tralies zit - al heel lang – heeft hij door die naamsvermelding niet alleen hinder ondervonden, maar ook immateriële schade.
Dat zegt hij en daarom dus ook die advocaat uit Den Haag.
Eerlijkheidshalve moet opgemerkt dat de brief wel voor mij was bestemd, maar dat het geld van mijn werkgever wordt geëist. Dat is één voordeel van journalist zijn in loondienst van een krant: de hoofdredacteur is verantwoordelijk voor mijn teksten. Ook als het er op aankomt.
Dat geldt niet voor de teksten op deze weblog.
Die zijn voor mijn rekening.
Daarom wil ik hier en nu nog maar eens benadrukken dat namen die op deze weblog de revue passeren, doorgaans verzonnen namen zijn. Het gaat om de feiten en die verzin ik niet.
Feiten in de journalistiek behoren - gelijk de rechtspraak - heilig te zijn.
En zo is het ook.
Neemt niet weg dat die feiten soms wel lastig zijn.
Lastig, maar waar.
Jeroentje uit Meppel met zijn kinderporno-gedownload - was en is wel student bedrijfskunde uit het zuiden van Drenthe, maar hij heet geen Jeroentje.
Ik moet het niet erger maken dan het al is.
Vorige maand schreef ik over de kapper ‘ten noorden van de stad Groningen’.
In Bedum wist iedereen onmiddellijk dat hier de kapper van Bedum werd bedoeld.
Zoveel kappers zijn daar niet, maar de kapper kende iedereen in Bedum.
Ik schreef over deze kapper ‘dat hij met die gore knippoten van ‘m van die meiden had moeten afblijven’.
Kapper werd verdacht van verkrachting en ontucht.
Rechtbank sprak hem vrij van het eerste, maar gelaste gevangenisstraf voor het tweede.
Kapper ontkende en wilde een hoger beroep.
Dat deed hij in sommige opzichten: hij pleegde twee weken geleden zelfmoord.
Onherroepelijk.
Was het zijn geweten?
De schaamte? Zijn gezin? Was het overmoed of vrienden die geen vrienden bleken?
Of de publiciteit waar hij niet op zat te wachten?
Ik weet het niet.
Als boodschapper heb ik er geen boodschap aan.
Maar het knaagt wel.
Van Bedum naar Den Haag.
Sommige politici willen de rechtspraak dichter bij de burger brengen, met lekenrechters, burgerjury’s en schandpalen.
Ik betwijfel of die wens het doel moet dienen de kwaliteit van het gesprokene recht te verbeteren.
Eerlijk gezegd geloof ik daar geen fuck van.
De wens is gebaseerd op de primitieve gedachte dat oog om oog, tand om tand een oplossing is.
Dat is het niet.
Het is verwildering.
Ik geloof dat verreweg de meeste mensen helemaal niet zitten te wachten op rechtspraak dichterbij. Je kunt er leuk en luchtig over schrijven, maar zo leuk en luchtig is die rechtspraak alles behalve. Rechtspraak gaat bijna altijd over doffe ellende.
Wat die advocaat uit Den Haag betreft: na het verstrijken van het ultimatum heb ik niets meer van de man mogen vernemen.
Dat was wel Haagse Bluf.
Rob Zijlstra