Tuesday, November 08, 2005

In zittingszaal 14 moet Theo zich verantwoorden voor drie rechters.

Op de dagvaarding staat dat hij opzettelijk en met voorbedachten rade, na kalm beraad en rustig overleg met een opgeheven mes heeft geprobeerd zijn moeder van het leven te beroven, ‘terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid’.

 

Theo is 29 jaar.

Het leven verneukt 'm waar 'ie bijstaat.

Toen hij twaalf jaar oud was, kwam hij al dronken thuis en er was niemand die daar wat van zei.

Alles kon. Alles mocht.

Voor zijn moeder heeft hij geen goed woord over.

Hij moet wel vaak denken aan zijn vader.

Maar die is dood.

 

Theo is ongelukkig.

 

Bij hem zijn autistisch stoornissen waargenomen en psychotische belevingen.

Tegen de rechters: "Ik heb zoveel emoties in mij en die willen er niet uit."

De rechters: En u hoort stemmen.

Theo: “Waangedachten. Door die emoties krijgen mijn waangedachten steeds een push."

 

De blikken van de rechters zijn ernstiger dan gemiddeld.

Misschien piekeren ze wel over de vraag of uitgerekend zij – strafrechters – wel de aangewezenen zijn over Theo te oordelen.

 

Er was nogal wat voorafgegaan, aan de dag van 29 juli dit jaar.

Zo’n acht jaar ellende en te veel om het allemaal te benoemen tijdens de zitting.

Theo: “Vroeger keek ze niet naar me om, nu probeert ze mijn leven te controleren.”

 

Om zijn wild geraas in toom te houden, slikte hij medicijnen en dat beviel niet. Hij raakte er aan verslaafd en daar voelde hij niets voor. Daarom ging hij naar zijn huisarts in Grijpskerk en verzocht hem om een slaapmiddel. De arts wist het beter. Theo kreeg seresta’s.

 

Hij vraagt de rechters of die wel weten, wat dat zijn, seresta’s.

De rechters knikken. Dat horen ze wel vaker.

Theo: “Grotere troep bestaat niet. Mijn moeder slikt het ook.”

 

Hij bracht de rotzooi terug en probeerde het zonder.

Na drie weken ging het mis.

Zestig uur had hij niet geslapen toen hij naar haar huis ging en in de keuken ging zitten wachten.

Uit een lade had hij een mes gepakt.

Toen zijn moeder binnenkwam viel hij haar met opgeheven arm aan.

In plaats van te steken, duwde hij haar omver.

Zijn jongere broer bemoeide zich ermee, er volgde een angstige worsteling en toen maakte Theo zich uit de voeten. Niet veel later werd hij in zijn woning gearresteerd.

 

Rechters: Uw moeder was vreselijk bang, bang dat het mis zou gaan.

Theo: “Ja. Het had mis kunnen gaan. Vroeg of laat was het misgegaan. Ik had het mezelf nooit vergeven.”

Rechters: U koestert een grote woede tegen uw moeder.

Theo: “Ja. Maar soms is ze ook wel lief. Aan de ene kant wilde ik haar iets aandoen, aan de andere kant niet. Emoties en gedachten kan ik niet uit elkaar houden. Realiteit en waan lopen bij mij door elkaar heen. Het botst steeds.”

 

Rechters: De psychiater en psycholoog vinden dat u verminderd toerekeningsvatbaar bent en achten een behandeling noodzakelijk. Hoe kijkt u daar tegenaan?

 

Theo: “Ik vind dat een goede oplossing.”

 

Officier van justitie Andries Jongsma brengt de poging tot moord terug tot een poging tot doodslag. Er mogen dan ingrediënten aanwezig zijn voor een poging tot moord, van het vereiste kalm beraad en rustig overleg kan niet gesproken worden. “Ik zal een andere straf eisen dan in de regel voor dit soort zaken wordt geëist.” Twaalf maanden gevangenis waarvan zes voorwaardelijk, reclasseringstoezicht en zo mogelijk een psychiatrische behandeling.

 

Misschien dat je wel kunt zeggen dat het Theo dinsdagmiddag eindelijk eens een keertje meezat.

 

Rob Zijlstra

posted @ 9:18 PM | Feedback (28)