Thursday, November 03, 2005

Vorige maand moest ik het genoegen smaken justitieminister Donner te interviewen.

Dat was geen verdienste. Donner was in Groningen en de pr-machines van ministers weten in toenemende mate de regionale pers te vinden. Dat is wel eens anders geweest.

 

Een van de vragen aan Donner luidde of het nou de moeite loont, zo’n heel de dag he-le-maal in Groningen?

En zo ja, waarom dan wel?

Wij zijn kritisch in de regio.

 

De minister antwoordde adequaat: ‘Wis en waarachtig.’

En waarom dan wel?

‘Ik heb zojuist kennis genomen van het fenomeen advertentiefraude.

Daar had ik nog nooit van gehoord, wist niet dat het bestond.’

 

Dat was nog eens een onthulling van Donner.

 

Advertentiefraude bestaat al zeker een jaar vijftien en – heel raar is dat  – Groningen is al net zo lang een spil in deze uiterst lucratieve vorm van oplichting. Het is hier bedacht, maar heel het land is slachtoffer. Advertentiefraude komt er – kort door de bocht - op neer dat bedrijven en organisaties ten onrechte worden geconfronteerd met rekeningen van advertenties die nooit zijn geplaatst. Vasthoudendheid in combinatie met het niet schuwen van intimidatie leidt er toe dat veel boekhouders – die d’r helemaal gek van worden - betalen.

 

En deze duistere Groningers zijn niet gek: jaarlijks weet’n zij tiental’n miljoen’n jeuroos te onttrek’n aan de BV Nederland, ja.

 

Wat Donner ook niet wist, misschien wel niet eens kon weten met het oog op achtergehouden informatie, is dat advertentiefraude sinds een jaar of twee in de opsporing een hoge prioriteit heeft gekregen.

 

Een hoge prioriteit, dat zou ze wel leren.

 

Maar de praktijk leert dat justitie nauwelijks indruk maakt bij die snelle advertentiejongens. Ze gaan nadat ze worden gepakt gewoon door en zo gaat het maar door.

 

Woensdagmiddag stonden twee zakenmannen terecht.

Zittingszaal 17, bovenste (vierde) verdieping: noordelijke fraudekamer.

Achter hun namen zouden twaalf BV’s schuilgaan.

Omvangrijke zaak. Miljoenen. Niet alleen de gebruikelijke midden-en kleinbedrijven werden geflest, maar ook kinderdagverblijven en ziekenhuizen (Tilburg).

 

Het werd een drama voor de prioriteit.

 

In volle omvang: een half jaar geleden stonden diezelfde twee zakenmensen ook terecht, ook in 17 en voor precies dezelfde dingen. Het openbaar ministerie liet haar tanden zien, maar de raadslieden Dam en Rappa maakten samen gehakt van de tenlastelegging. Nu doen raadslieden dat wel vaker, maar in dit geval vonden ze de rechtbank aan hun zijde. De officier van justitie had prutswerk geleverd. De rechtbank verklaarde de tenlastelegging nietig. Wij zijn Margootje niet.

 

De twee zakenmannen lachten zich te barsten.

 

De fraudeofficier liet het er niet bij zitten.

Prioriteit is prioriteit.

Deze twee ellendige zakenmannen zouden de dans niet ontspringen en er kwam een nieuwe tenlastelegging. Zoiets kan.

 

En daarom stond het duo woensdagmiddag opnieuw terecht.

Voor dezelfde dingen.

Opnieuw omvangrijk.

 

Maar het ging weer net zo.

De officier van justitie moest wederom zandhappen.

Ze had hier een zinnetje toegevoegd en daar een regeltje weggelaten in de twintig pagina’s tellende dagvaarding. En verder waren en paar cijfertjes vervangen door aandachtsstreepjes.

 

De rechtbank zei, na een lang beraad: ‘t was prutswerk en het blijft prutswerk. Niet alleen de tenlastelegging deugt niet, heel het dossier is een zooitje. Geen touw aan vast te knopen en dus wederom nietig.

 

Vier van de vijf aanwezige rechercheurs van de FIOD – hoogst geïnteresseerd in dit soort kwesties – waren al eerder weggegaan, zoals hondstrouwe supporter van FC Groningen het Oosterparkstadion een kwartier voor het laatste fluitsignaal mokkend kunnen verlaten. De Fiod-rechercheurs zagen de bui als boer’n met kiespijn al hangen. Al dat werk voor niks, ja.

 

De officier van justitie zei nog wel manmoedig dat ze een nieuwe tenlastelegging er wel eventjes in twee weken opnieuw zou uitfietsen, maar vooral dat laatste sloeg in de juiste context nergens op. De twee Groninger mannen in zaken verlieten vrolijk lachend tot buikpijns toe de rechtbank.

Wie maakt ons wat!

’t Was niet eens een vraag.

   

Piet Hein, Piet Hein

Hij moest eens weten

Zijn grote woorden

De daden zo klein

 

 

Rob Zijlstra

 

 

posted @ 12:58 AM | Feedback (72)