Even terug naar donderdag, naar twee weken geleden.
In de wachtruimte voor zittingszaal 14 zit een man die echt bestaat en zeg maar Alderik heet. De verleidelijke glossy magazines die naast hem op het tafeltje liggen, leest hij niet.
Hij lijkt in gedachten.
Alleen hij weet waarom hij nerveus is en daar maar zit te zitten.
Alleen hij weet dat hij zo meteen moet terechtstaan.
Het is al bijna weer een jaar geleden dat hij tegen de lamp liep.
Ineens stond de politie voor zijn deur in Groningen. Hij wist toen direct, nu is het gebeurd. Ze weten het en ze zullen het vinden.
Hij – met zijn 51 jaren en een goede baan – heeft vreselijk tegen deze dag opgekeken. Zijn advocaat had het over een werkstraf van 240 uur en misschien nog een voorwaardelijke gevangenisstraf. Misschien! In dat geval zou de schade beperkt kunnen blijven. Dan zou het allemaal nog meevallen. Maar de onzekerheid blijft en maakt nerveus of wel meer dan dat.
Als Alderik om kwart voor twaalf aan de beurt is, bijna anderhalf uur later dan op de dagvaarding staat geschreven, loopt hij met gebogen hoofd zaal 14 in. De gerechtdeurwaarder gebiedt hem achter het verdachtenhekje plaats te nemen.
En daar staat hij dan.
Met zijn 51 jaren.
Met zijn carrière, al zijn kennis, met zijn goede baan.
De rechter biedt haar verontschuldigingen aan omdat hij zo lang heeft moeten wachten. Al het vriendelijke van deze zitting is daarmee wel gezegd.
Alderik heeft na de inval maar heel kort vastgezeten. Paar dagen. Na tussenkomst van een rechter werd zijn voorlopige hechtenis om allerlei redenen geschorst. Dat betekende dat hij zijn proces in vrijheid mocht afwachten. Via de bedrijfsarts was hij onmiddellijk in therapie gegaan. Eén dag in de week. Via de bedrijfsarts - met beroepsgeheim - had hij ook voor elkaar weten te krijgen dat zijn arbeidscontract zonder consequenties van een vijf- naar een vierdaagse werkweek werd omgezet. Zijn werkgever en zijn collega’s met wie hij al zoveel jaar samenwerkt, weten daardoor van niets. Ook nu niet.
De zitting.
Die is heftig.
Het openbaar ministerie maakt weinig worden vuil aan de bewijslast.
Het bewijs is duidelijk.
Alderik ontkent niets.
Nee, hij snapt zelf ook niet hoe het zover heeft kunnen komen.
Het onderzoek was in de Verenigde Staten begonnen. Daar had hij sporen achtergelaten. Bancaire sporen, omdat hij betaalde met zijn creditcard. Zo kwam Alderik in beeld. Zo stonden ze ineens voor zijn deur in Groningen.
De officier van justitie spreekt van een zeer ernstige zaak.
Zegt: “Hier past geen werkstraf, hier is vergelding op z’n plaats. Ik eis 20 maanden gevangenis, waarvan vier voorwaardelijk.”
Alderik zijn hoofd zakt diep.
Dat is een jaar zitten.
Zijn lichaam trilt.
En dat terwijl de officier van justitie nog niets eens is uitgesproken.
De officier van justitie vraagt de rechtbank om Alderik per direct aan te houden en hem wel nu af te voeren naar de gevangenis. Niets daarvan dat hij de uitspraak over twee weken in vrijheid mag afwachten, zegt ze. Om te voorkomen dat hij het hazenpad kiest.
Alderik krimpt van ellende ineen en legt het voorhoofd op de tafel. Zo blijft hij zitten.
De advocaat pleegt verzet. Alderik is al bijna een jaar op vrije voeten.
Mocht hij toch worden veroordeeld tot een vrijheidsstraf, dan mag hij zich daar toch enigszins op voorbereiden? Dan moet hij, zeg maar, toch rustig zijn koffers kunnen pakken?
De rechtbank vindt dat ook en stuurt Alderik met de eis van die twintig maanden cel vooralsnog naar huis. Met trillende stem belooft Alderik dat hij over twee weken aanwezig is, om zich dan als het recht dat wil, voorbereid naar het einde van zijn wereld te laten leiden.
Over twee weken is vandaag.
Om één uur vanmiddag doet de rechtbank uitspraak.
De vraag is of Alderik zijn plechtige belofte van twee weken geleden nakomt.
Komt iemand vrijwillig naar het schavot?
Ik vraag mij af hoe zwaar het moet zijn om als verdachte in vrijheid aan te horen welk lot het recht in petto heeft. In de wetenschap dat een veroordeling tot een vrijheidsstraf betekent dat je het gerechtsgebouw in een geblindeerd boevenbusje zult verlaten. Wie vertelt dat dan aan de werkgever, de collega’s en de buren van hiernaast? Wie licht de zorgverzekering in en vooral hypotheekverstrekker? Wie zegt de krant op, het internetabonnement en hoe moet het nu verder met de lekkage? Hoe lang zal tante Hermien nog leven en wie zorgt voor Mowgli, de poes?
Misschien heeft Alderik zich de afgelopen twee weken wel heel andere dingen afgevraagd.
Heeft hij zich afgevraagd hoe het zover heeft kunnen komen dat hij 345.149 kinderpornofoto’s en 3800 kinderpornofilmpjes tegen betaling (met die verraderlijke creditcard) heeft ge-download van het internet? En waarom hij zich niet eerder heeft gerealiseerd dat, zoals de officier van justitie het zo treffend zei, hij als grootafnemer medeverantwoordelijk is voor de uitbuiting van kinderen? En probeerde hij de gedachte te onderdrukken dat zijn goede collega’s, zijn beste vrienden, hem straks als alles uitkomt vooral een grote klootzak zullen vinden.
Rob Zijlstra