Saturday, October 08, 2005

In de Nieuwe Kerk in Groningen werd vrijdagmiddag, tijdens de installatieplechtigheid van drie rechters, het woord gevoerd door mr. W. Duitemeijer, president van de rechtbank van Groningen. Het is een al langer bestaand en goed gebruik in Groningen dat de rechtbankpresident deze plechtigheid aangrijpt om zich in beschouwende zin uit te laten over de wereld in Nederland van vandaag.

 

Het onderstaande is een letterlijke weergave van die beschouwing en is met instemming van Duitemeijer op deze weblog geplaatst:

 

 speech

 

 

De zelfbenoemde rechters

 

Het heeft er alle schijn van dat wij (rechters) gedurende de laatste jaren geduchte concurrentie hebben gekregen van een grote groep nieuwe rechters, de zogenaamde zelfbenoemde rechters. Hoeveel het er zijn, weet ik niet. Ik heb niet de indruk dat het er al evenveel zijn als het aantal zelfbenoemde bondscoaches, maar hun aantal kan nog groeien.

 

Het fenomeen de zelfbenoemde rechter doet zich in vele gedaanten voor. Het kan een lid zijn van het koninklijk huis, het kan een minister zijn, ook een Kamerlid en uiteraard ook een verslaggever. Sommigen van deze zelfbenoemde rechters hebben zichzelf ook benoemd tot aanklager, een enkeling combineert dat ook nog met de functie van zelfbenoemd rechter-commissaris.

 

Zo hadden we een prins die als zelfbenoemd rechter impliciet de straffeloosheid van twee medewerkers van een zelfbedieningswinkel vaststelde, een minister met een zelfbenoeming die de straf van Volkert van der G. te laag vond, een kamerlid met een zelfbenoeming die meende dat de Samir A. ten onrechte was vrijgesproken, we hadden vele zelfbenoemden met een oordeel over de vervolging en de uitspraak van de rechter in de zaak van Eric O. en onlangs hebben we het mogen meemaken dat vele zelfbenoemden die we tot de media mogen rekenen, vaststelden dat in de Schiedammer parkmoord sprake is van een rechterlijke dwaling.

 

Diezelfde zelfbenoemden zou het uiteraard ook zonder meer zijn toevertrouwd om harde kritiek op de rechter te hebben indien waarde was toegekend aan de ontkenning door Kees B. ter terechtzitting, gevolgd door een vrijspraak.

 

Daarmee bagatelliseer ik op geen enkele wijze de fouten die in die procedure zijn gemaakt. U kunt zich echter wel voorstellen dat, waar vroeger de klachten van justitiabelen gingen over onjuiste beoordelingen door de rechter, dat vandaag de dag al gauw rechterlijke dwalingen zijn.

 

De procedure van de zelfbenoemden die behoren tot de media beslaat drie stappen: de zelfbenoemde rechter wéét dat er iets fout is gegaan, wéét ook dat er dan altijd iemand verantwoordelijk is en beperkt zich tot de vraag wat er met de verantwoordelijke gaat gebeuren. Die volgorde lijkt logisch en legitiem, ware het niet dat bij de zelfbenoemde rechters in het algemeen de behoefte ontbreekt om te onderzoeken op welke wijze de fout is ontstaan.

 

Om het maar eens in een strafrechtelijk voorbeeld uit te drukken: een doodgestoken slachtoffer en een man met een bebloed mes ernaast, leidt voor de zelfbenoemde rechter tot aanwijzing van de verantwoordelijke, zonder dat de vraag naar moord, doodslag, mishandeling de dood tengevolge hebbend, noodweer of andere bijzondere omstandigheden wordt beantwoord.

 

De vraag is of wij rechters last hebben van deze zelfbenoemden.

Het antwoord is ja.

Ja, met de toevoeging dat het niet echt belangrijk is dat wij rechters er last van hebben en met de constatering dat we er tegen moeten kunnen.

 

Belangrijker is de maatschappelijke schade die de zelfbenoemde rechters kunnen aanrichten. Schade die op basis van een redenering die uitblinkt door simpelheid en die vaak gevoed wordt door hijgerigheid, electoraal opportunisme of simpelweg door de microfoon die voor iemands mond wordt gehouden, wordt toegebracht aan het vertrouwen dat burgers moeten kunnen stellen in de overheid en in het bijzonder de overheidsrechtspraak.

 

Dat betekent niet anders dan dat diegenen die in Den Haag en elders in het land dagelijks in de kloof (een woord waarop een absoluut verbod zou moeten komen) tussen overheid en burgers zitten te staren, zich eens de vraag moeten stellen welk belang (electoraal of het feit dat men belangrijk genoeg lijkt om in beeld in een microfoon te praten) het rechtvaardigt om een belangrijke basis, het vertrouwen in de rechtspraak te verzwakken. En diezelfde vraag geldt natuurlijk voor diegenen die camera, microfoon en pen bedienen: wat is de maatschappelijke betekenis (en dus niet de kijkcijfer- en oplagebetekenis) van die soms hijgerige rol van vaak­ zelfbenoemde aanklager en zelfbenoemde rechter tegelijk.

 

De gebruikelijke reactie: wij, media, hebben het altijd gedaan, is bekend. Een reactie: wij moeten ons die vraag eens stelen, zou in mijn ogen passender zijn.

 

In het kamerdebat over de Schiedammer parkmoord en de onjuiste oordelen van rechtbank en hof zei de minister van justitie op enig moment dat hij de kwestie met de Raad voor de Rechtspraak zou gaan bespreken.

 

Ik zat meteen recht overeind.

 

Een kamerlid vroeg wat hij dan zou bespreken.

De minister zag in dat hij nog maar één stap van zelfbenoeming was verwijderd en zag kans om van deze dwaling terug te keren.

Laat hij een voorbeeld zijn.

 

Mr. W. Duitemeijer

 

posted @ 12:24 AM | Feedback (65)