Rechtbankverslaggever heeft weekeinde-dienst.
Het leek de chef van de redactie een goed idee mij op zondagmiddag naar een debat over partydrugs te sturen in de openbare bibliotheek in Groningen.
Om half drie.
Wie gaat er op zondagmiddag om half drie naar een debat in de openbare bibliotheek over partydrugs?
Er waren negen bezoekers, vier debaters, een wetenschapsjournalist als leider van het gesprek, een inleider van het geheel en iemand voor het geluid dat het niet deed. Het debat was gekoppeld, zo staat het ergens, aan een expositie getiteld Get high on life.
De expositie vond ik mooi en feestelijk en ook om die reden mooi.
Het debat vond ik niks aan want het ging nergens over.
Een partybeest zat er niet eens tussen.
Tjitse Hofman, dichter, was nog de ergste. Hij blowt op dagelijkse basis (zei hij), slikt wel smartshopachtige zaken, pilletjes, poedertjes, speed, maar weer niet op zo'n wijze dat hij ieder weekeinde door de stad stuitert. Hofman doet het verantwoord, zeker als hij de volgende ochtend om acht uur de kinderen moet verzorgen.
Er zaten twee lokale politici (een en twee) op te scheppen dat ze hooguit en dan ook nog ergens heel lang geleden één blowtje hadden gerookt. En dat ze dat toen niet eens lekker hadden gevonden, ook nog (…). Liever wijn.
De vierde debater was Derk Jan Hento van de afdeling preventie, regio Groningen van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN). Alleen hij had iets zinnigs te melden in het debat: de knuffeldrug xtc is uit, cocaïne is in. Coke is cool in de binnenstad. Met 45 tot 50 euro per gram misschien wat aan de prijzige kant voor de jongere, maar niet duurder dan een avondje breezers drinken. Coke geeft status en is ook vreselijk handig als je een nacht stevig wilt doorzakken. Wie halverwege scheef staat van de drank neemt gewoon een snuifje en dan kun je er weer even tegen.
Voor het idee: één gram is goed voor acht tot twaalf lijntjes dan wel snuifjes.
Voor de duidelijkheid: het is niet zo dat preventiemedewerker Hento een nachtje cocaïne met drank aanmoedigt. Combi-gebruik is altijd onverstandig, zei hij, en het gebruik van drugs nooit zonder risico.
De dichter zei: Ja, en het Zuiderdiep (gedempt) oversteken ook niet. En iedereen knikte.
Ik had daar in de openbare bibliotheek best willen roepen dat ik partydrugs een nogal valse aanduiding vind. Dat het net zoiets is als ordinaire vrouwenhandelaren liefelijk loverboys noemen. Partydrugs zijn geen onschuldige feestsnoepjes. 't Zijn killers. Niet dat ik er iets op tegen heb – moet je zelf weten - had ik dan gezegd, maar een verslaggever ter plaatse zwijgt. Hij luistert.
Dat deden zes van de negen bezoekers ook.
Wie organiseert er nou ook op zondagmiddag half drie een debat over partydrugs in de openbare bibliotheek van Groningen?
Het kunstenaarscollectief SUBstitution.
Dat bestaat uit vier jonge en ruimdenkende creatievellingen die een creatieve explosie op gang willen brengen.
Dat het zondagmiddag niet knalde, geeft niks.
De expositie is prachtig en de website van SUBstitution ook.
Rob Zijlstra