Zaterdag 26 februari 2005, sixties-festival in Meeden, Groningen.
Onder de bezoekers, drie broers.
Dirk, 43 jaar, is een van hen en hij gedraagt zich na verloop van tijd vervelend in de vrolijk swingende feesttent. Slok op. Onenigheid. Tumult. Het wordt eventjes aangezien, maar dan besluit de organisatie dat Dirk moet worden verwijderd. Dat gebeurt, maar hij blijft zich ook daarna misdragen. Bonkt op een auto, maakt - onvast ter been - karatetrappen in de lucht en zwaait met zijn jas. Eerst raakt hij niemand, maar dan de kin van Pascal, een 32-jarige vrijwillige beveiligingsmedewerker.
Pascal tikt terug.
Dirk valt.
Met het hoofd op de stoep.
Sloeg u hard, vragen de rechters?
Pascal:”Niet echt. Hij sloeg wel direct achterover. Ik dacht nog, dat is harder dan de bedoeling was.”
Waarom sloeg u, willen de rechters weten?
Pascal: “Het was genoeg. Ik wilde dat het stopte. Wilde hem weer bij positieven brengen. Het was een reactie.”
Had het ook anders gekund, zeggen de rechters?
Pascal: “Ja, achteraf wel, ja.”
De vuistslag wordt een drama.
Terwijl Dirk gestrekt ligt, waarschuwt Pascal de EHBO.
De hulpverleners stellen een bloedneus en een blauw oog vast en hebben de indruk dat de man, die dan redelijk aanspreekbaar is maar verward, behoorlijk dronken is. Besloten wordt hem naar huis te brengen. Ze zetten hem in de stoel in de woonkamer.
Zo doen ze dat in Meeden.
Voor de zekerheid komen de twee broers van Dirk die nacht nog eventjes langs.
Ze leggen hem op de bank.
De volgende ochtend, om kwart voor twaalf, ligt Dirk daar nog steeds.
Maar dan is hij dood.
De politie begint een groot onderzoek, met als resultaat dat Pascal zich donderdagochtend als verdachte moet verantwoorden voor de rechtbank. 'Eenvoudige mishandeling met de dood tot gevolg' is wat hem ten laste is gelegd.
De officier van justitie zegt dat er sprake is van een afschuwelijke gebeurtenis, voor de nabestaanden, voor heel het dorp. Maar nu, zegt hij, nu moeten vooral juridische vragen worden beantwoord. Is de vuistslag te kwalificeren als mishandeling, is de dood een gevolg geweest van die mishandeling en zo ja, is dat dan in redelijkheid toe te rekenen aan Pascal?
Drie maal ja, vindt de officier van justitie. Er was geen juridische noodzaak tot slaan en dus is er sprake van wederrechterlijke mishandeling. Er is pijn toegebracht, terwijl er andere middelen waren om Dirk tot de orde te roepen. Kortom, Pascal is een strafbare dader die, dat wel, met zijn vuistslag nooit de intentie heeft gehad te doden.
Op de publieke tribune staren rechts de twee broers en daarachter de andere nabestaanden en links de echtgenote en familie van Pascal verdrietig voor zich uit.
Zij horen de officier van justitie een werkstraf eisen, de maximale van 240 uur.
Ook dan blijft het heel stil.
Pascal buigt het hoofd.
Hij is geen prater, staat in het rapport van de reclassering. Mist communicatieve vaardigheden, maar nooit eerder in zijn leven heeft hij iemand geslagen.
Al eerder op de avond was hij betrokken bij een vervelend incident.
Toen had hij gehandeld zoals het hem was geleerd.
Amokmaker isoleren, uit de groep halen, oogcontact zoeken. Dat liep goed af.
Wat de rechtbank over twee weken ook zal beslissen, Pascal gaat de rest van zijn leven gebukt onder wat er is gebeurd, zei zijn advocaat Duco Keuning. Hij pleitte voor ontslag van rechtsvervolging.
Want op het advocatenkantoor hadden ze de zaak uitvoerig besproken en geconcludeerd dat het niet gekker moet worden.
Het dossier, zei Keuning, is eenzijdig. Schiedamse Parkmoord. Ook dit is een dossier met tunnelvisie. Veel vragen blijven onbeantwoord. Het dossier sluit niet uit dat er andere verklaringen denkbaar zijn voor het overlijden van Dirk. Er zijn tientallen getuigen gehoord, maar in het dossier is maar een beperkt aantal verklaringen opgenomen. Dus selectief. En: Dirk had meerdere verwondingen die niet aan Pascal kunnen worden toegeschreven. Hoe kwam hij aan die verwondingen aan armen, benen en borst? Is Dirk misschien, toen hij uit de feesttent werd verwijderd, al geslagen? En: wat is er gebeurd in de uren nadat hij door de EHBO’ers is thuisgebracht? Waarom is dat niet onderzocht? Waarom is het tijdstip van overlijden niet vastgesteld?
De rechters krijgen er ook van langs. Keuning bespeurt vooringenomenheid tegen de verdachte. Uw rechtbank zou ambtshalve wel wat nieuwsgieriger mogen zijn in het vinden van de waarheid in plaats van blindelings politie en justitie maar te geloven. Of, zo vraagt Keuning zich af, moet Barbertje hangen?
Diezelfde rechtbank oordeelt op 6 oktober.
Rob Zijlstra