Saturday, July 23, 2005

De verhalen op deze weblog spelen zich grotendeels af in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen. Anders dan het zaalnummer doet vermoeden, is het de grootste en best beveiligde rechtszaal van Groningen.

 

foto: anp

 

 

Er is een glazen scheidingswand. Om er te komen moet je naar de eerste verdieping. Over de inrichting is veel te zeggen. Die is sober, om niet te zeggen saai, maar 14 doet daarmee niet onder voor andere rechtszalen in Nederlandse rechtbanken. In de hoek staat een borstbeeld van Beatrix met een gek gedraaide nek. Achter de rechters hangen vijf panelen, samen een in pastel geschilderd kunstwerk dat na verloop van tijd weigert nog te boeien. Aan het plafond hangen bakken met daarin 28 TL-lampen. Het resterende licht, geen daglicht, komt binnen via een paar honderd kleine raampjes.

 

Ik heb ze wel eens geteld.

 

Als het buiten erg warm is, kan het in 14 toch aangenaam koel zijn. Tot vijf uur 's middags, want na dat tijdstip schakelt de verkoeling automatisch uit en kan de temperatuur oplopen. Dat is in Den Haag zo bepaald.

 

Een heel ander verhaal is te vertellen over de mensen die in zaal 14 hun dagelijkse kost verdienen. Dat zijn altijd drie rechters, een griffier, een officier van justitie, doorgaans twee parketwachters (van de politie), een bode die vroeger gerechtsdeurwaarder heette en nog wel eens zo wordt aangesproken, regelmatig een medewerker van de reclassering, een afgestudeerde deskundige zo af en toe. En rechtbankverslaggevers.

 

De verdachte valt buiten deze opsomming. Hij, heel soms een zij, verdient er niks, hij heeft er alleen maar wat te verliezen.

 

De dagelijkse kostverdieners, neem de rechters.

 

Die zijn er in alle soorten en maten. Altijd is er een oudste rechter die in het echt best  de jongste kan zijn en andersom. Ook dat is ooit bedacht. En ja, bij drie rechters naast elkaar, is er ook altijd een linker rechter, maar dat is flauw.

 

Er zijn rechters in 14 die met zichtbaar plezier hun plicht vervullen en er zijn er die aftellen hoe lang ze nog moeten zitten alvorens hun vervroegde invrijheidsstelling ingaat. Er zijn saaie rechters die wel goed zijn en er zijn rechters die steeds beter worden. Strenge rechters met bijbehorende uitstraling, kortaf, die buiten de rechtszaal toch heel vriendelijk blijken te zijn en er zijn rechters die in een half uur tijd 37 vragen kunnen stellen die de verdachte alleen maar met een ja of nee kan beantwoorden, waarbij deze rechters ook nog eens de indruk weten op te roepen dat ze niet of nauwelijks zijn geïnteresseerd in die antwoorden.

 

(…)

Klopt dat?

'Ja.'

Volgende vraag.

'Klopt.'

 

Gelukkig zijn er ook rechters die een verdachte op de kop kan zetten en het zo weten te fiksen dat de verdachte die never niet wilde, toch gaat praten. Die rechters spreken hun taal en maak je niets wijs.

"Niet dat ik dat vind, maar ik hou het U alleen maar eventjes voor: wat U net zei, dat is toch dikke bullshit?"

 

En natuurlijk zullen er ook wel rechters zijn die in de winter gaan skiën of in de lente een affaire beginnen met een collega.

Niks menselijks is rechters vreemd.

 

Dat geldt ook voor officieren van justitie die in 14 uit naam van het Nederlandse volk en passanten op Neerlands grondgebied hun werk doen. Onder hen bevinden zich crimefigthers die zich 's avonds in bed in slaap dromen met gedachten dat zij hoogst persoonlijk de laatste dolksteek uitdelen aan het kwaad der criminaliteit om daarna te worden ingehuldigd bij Nova in Hilversum om zich een en ander te laten welgevallen. Er werken ook staande magistraten in 14 met wie je laat op straat liever geen ruzie krijgt, maar met wie de strijd niet te winnen is.

 

Nog veel meer valt te vertellen over alle strafrechtadvocaten van 14, maar dat een andere keer, graag.

 

Hebben die dagelijkse en goed opgeleide kostverdieners van 14 ook iets gemeen?

Ja. Wel.

 

De naakte verdachte.

 

Zij allen doen hun werk bij de gratie van de slechteriken.

Enige fascinatie voor het slechte kwaad is onontbeerlijk om dag in dag uit te moeten kunnen oordelen en veroordelen. Op de radio zei laatst iemand dat de fascinatie van de braverik voor het slechte, terug te voeren is tot de jaloezie van de burgerman.

 

Ik vond dat een mooi gezegde.

 

Want het zou toch wel raar en niet des mensen zijn dat rechters in alle soorten en maten, officieren van justitie met ambitie of niet, griffiers en parketwachters die het allemaal stilzwijgend in 14 moeten aanhoren, niet zo nu en dan stiekempjes dromen van een leven als outlaw, met alle romantiek en vermeende vrijheid en zonder de 593 bedachte wettelijke strafrechtregels en allerhande beteugelende normen en waarden, de ontbering van de drugs even niet meegerekend?

 

‘t Zou heel raar zijn.

Er zijn ook verschillen

De vaste kostverdieners genieten de komende weken vakantie.

Daarom is met ingang van deze week het zomerschema van het strafrecht van kracht geworden. Alles is op een laag pitje gezet omwille van de welverdiende rust. Dat geldt allemaal niet voor de doorsnee crimineel die door wroet om te overleven. Hij kan zich de luxe van drie weken niks niet permitteren.

Dat maakt het verschil.

 

Rechtbankverslaggevers behoren al lang niet meer tot de outlaws, maar zijn ook burgermannen. Om die simpele reden zal het de komende drie weken stil blijven op deze weblog.

Alsof er niks is gebeurd, pak ik de draad halverwege augustus weer op. Mijn voornemen is om daarna nog tot het einde van dit jaar door te gaan met zaal 14.

 

Opmerkingen, kritiek, suggesties en heimelijke extra informatie, het blijft allemaal welkom.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 12:50 AM | Feedback (29)