Wie het niet eens is met een vonnis uit zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen, kan in de herkansing in Leeuwarden, bij het Gerechtshof aan het Zaailand. In november vorig jaar werd Geert M. in Groningen veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Er was levenslang geëist. Het openbaar ministerie was het met het vonnis niet eens en ging in hoger beroep. Ook Geert M. ging voor een herkansing.
De rechtbank in Groningen acht wettig en overtuigend bewezen dat hij in oktober 1997 op een erf van een boerderij in Oost-Groningen een drugshandelaar uit Limburg heeft doodgeschoten. Daarna heeft hij het lichaam gedumpt in een oven die hij eerder eigenhandig en met voorbedachten rade in elkaar had geknutseld. Het bijzondere aan deze moord is dat op de plaats delict niets terug is gevonden van de Limburger. Zelfs geen DNA-spoortje.
Moord zonder lijk.
Geert M. is een rare vogel. Hij ontkent de Limburger te hebben vermoord, maar dat is dan ook alles. Hij zwijgt. En dat is op z’n minst merkwaardig als het levenslang boven je hoofd hangt voor een moord die je zegt niet te hebben gepleegd.
Geert M. is niet zomaar iemand. Toen hij op verdenking van de moord werd aangehouden, zat hij een straf van acht jaar uit in een gevangenis in Engeland wegens het smokkelen van 970 kilo softdrugs. Het transport werd destijds heimelijk door de politie van Groningen gevolgd en eenmaal in Engeland werden hij en zijn twee medesmokkelaars gearresteerd. M. & Co. hadden ook wel in Nederland aangehouden kunnen worden, maar de politie koos er voor de Engelsen dit klusje te laten klaren. Een uitgestelde aanhouding heette dat toen.
In verband met die moord werd hij uitgeleverd aan Nederland. En vanaf dat moment doet Geert M. er het zwijgen toe.
Hij zweeg tijdens de verhoren op het politiebureau. Zelfs de vraag of hij een kop koffie wilde, beantwoordde hij met: ‘ik beroep mijn op mijn zwijgrecht’. Hij zweeg ook tijdens zijn verblijf in het justitiële observatiecentrum Pieter Baan in Utrecht waar hij iedere medewerking weigerde. Het rapport dat de deskundigen over hem opstelden, telde een A-viertje. Daarin stond dat er geen zinnig woord over hem gezegd kan worden, op één ding na: dat hij gevoel voor humor heeft.
Misschien is het galgenhumor, want tijdens de rechtszaak, vorig jaar november in Groningen, zette M het zwijgen consequent voort.
Hij glimlachte alleen maar, soms vriendelijk, dan weer minzaam.
Ook in andere opzichten is Geert M. niet zomaar iemand. De rechtszaak in Groningen ging gepaard met uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen. Zo werd het gerechtsgebouw voorafgaand aan de zitting minutieus doorzocht op mogelijk verstopte wapens of ander goed. Prullenbakken werden omgekieperd, met spiegeltjes aan stokken werden moeilijke hoekjes geïnspecteerd. Tijdens de zitting mocht het publiek alleen achter glas aanwezig zijn. Buiten het gerechtsgebouw was extra politie aanwezig.
Eerder dit jaar diende het eerste deel van het hoger beroep. De zitting van het hof in Leeuwarden had plaats in de Bunker in Amsterdam, ook al weer in verband met de veiligheid. Zoiets is niet iedereen gegund. Er zijn aanwijzingen die erop duiden dat dit noodzakelijk is.
Dinsdag zou de zaak tegen M. worden voortgezet, maar dat kwam er niet van. De Bunker was bezet in verband met een andere kwestie waar al veel over is gezegd, maar waar ook het zwijgen de boventoon voert.
M. hangt in zijn herkansing nog steeds levenslang boven het hoofd. Het gerechtshof moet straks een nieuw oordeel over hem vellen, maar wil dat niet doen alvorens enig inzicht te hebben in zijn geestesgesteldheid. Ofwel, het hof wil weten of Geert de Zwijger ze wel alle zeven op een rijtje heeft. Tijdens de korte zitting van vanmiddag in Leeuwarden lieten de raadsheren weten dat het hof aan deskundigen opdracht heeft gegeven een analyse te maken van alles wat er maar over hem te vinden is. Gehoopt wordt dat dit enig inzicht geeft in de belevingswereld van M. Binnen drie maanden wordt de zaak, dan weer in de Bunker, voortgezet.
Het laatste woord is dus nog niet gezegd.
Rob Zijlstra