Je kunt je natuurlijk afvragen wat het kost, vijf jonge mensen in totaal vijftien jaar opsluiten in een gevangenis. Vijftien jaren zijn, minus wat proef- en bijzonder verlof, al snel vijfduizend celdagen. Reken dan maar uit.
Maar zo werkt het niet in de rechtspraak.
Recht mag wat kosten.
Op 11 maart hadden ze hun snode plan bedacht.
Steven, Mohamed, Saimon, Kilembe en Gijs.
'We gaan die shit doen.'
De volgende dag, 's avonds laat, belden ze aan.
Eentje deed zich voor als politieman.
Eenmaal binnen namen ze hem flink te grazen.
Hij werd geslagen, ook met een riem in het gezicht, geschopt, in de handen gestoken met een mes en hij kreeg een vuurwapen, een nepper bleek later, op het hoofd gezet.
De buit: drie mobiele telefoontjes.
De officier van justitie eiste gisteren opgeteld vijftien jaar en zes maanden celstraf tegen de vijf jonge mannen uit (oorspronkelijk) Zaïre, Sierra Leone, Guinee, Liberia en Nederland.
Wie wat had gedaan, waarom en hoe, het bleef nogal vaag.
De een was dronken, de andere ook, een derde had stevig wiet gerookt, een vierde had altijd rode ogen en staat sowieso permanent stijf van de coke en een vijfde was meegegaan zonder te weten wat de plannen waren.
Ze gaven vooral elkaar de schuld en drie verklaarden ook nog eens bang te zijn voor nummer vijf. En deze laatste zei weer niets met de overval te maken te hebben. Hij is, zegt hij, onschuldig en erin geluisd.
Ze deden het voor het geld.
Ze hadden verwacht zeker duizend euro buit te zullen maken.
Het slachtoffer had een van de verdachten benaderd met de vraag of hij hem tien mobiele telefoons kon leveren.
De jongen uit Zaïre, jaren geleden als 13-jarige moederziel alleen naar Nederland gekomen, dacht: als hij telefoons wil kopen, heeft hij geld.
Hij besprak het met lotgenoot Sierra Leone.
Die legde het voor aan Guinee en Liberia.
Nederland ging als laatste mee. "Ik wilde dat geld wel."
Zo of ietsje anders moet het ongeveer zijn gegaan.
Nederland was de jongen die het slachtoffer met de riem in het gezicht sloeg.
"Hij schreeuwde als een weet ik niet wat…
Ik wilde dat hij ophield.
Ik vond het zielig.
Het was echt heel heftig.
Maar je komt daar niet voor een zielige jongen.
Je komt voor 't geld.
Toen ik hem had geslagen, keek hij mij recht in de ogen aan en zei: waarom doe je dat? Als ik hier weer aan terug denk, dan vind ik het weer heel vervelend."
De strafeisen - variërend van dertig tot 42 maanden – zijn fors.
Zeg maar gerust: echt heel heftig.
Drie van de vijf waren niet eerder met de politie in aanraking geweest.
"Nooit wat en dan zoiets", zei de rechter.
Twee melden zich de volgende dag vrijwillig bij de politie.
Eentje is enigszins verminderd toerekeningsvatbaar (je slaat niet bij volle verstand iemand met een riem in het gezicht).
Twee hebben kleine kinderen thuis.
De andere vanaf volgende maand.
Vier hebben spijt.
Eentje begon bijna te huilen.
In een brief aan het slachtoffer had hij om vergiffenis gevraagd.
Ze kunnen maar moeilijk hun draai in Nederland vinden.
Nederland zelf ook.
Over twee weken de uitspraak.
Rob Zijlstra