Het volgende verhaal is niet verzonnen.
Het gaat over een koelbloedige liquidatie van een inwoner van Groningen
Over Gerard Meesters die, 52 jaar oud, in de hal van zijn woning werd doodgeschoten.
Zomaar.
Donderdag staan twee mannen terecht die worden verdacht van deze weerzinwekkende moord.
De rechtbank heeft voor het proces een hele dag uitgetrokken en tamelijk ongebruikelijk, een optie genomen op vrijdag. Er worden extra veiligheidsmaatregelen getroffen.
Het verhaal.
Het is zondagavond 24 november 2002, half negen. Rond dat tijdstip melden vijf mannen zich aan de voordeur van de woning van Gerard Meesters aan de Uranusstraat in Groningen. Ze informeren naar de verblijfplaats van Janette, zijn zus. Meesters zegt de mannen niet te kunnen helpen omdat hij al geruime tijd geen contact meer met haar heeft. De mannen laten een briefje achter met daarop een Spaans telefoonnummer. Dat moet hij bellen en vertellen waar zus Janette uithangt. Doet hij dat niet, zo krijgt Meesters te horen, dan zullen ze terugkomen. Letterlijk wordt daar aan toegevoegd: ‘En dan komen we niet om te praten’.
De vijf mannen vertrekken in hun huurauto’s. Gerard Meesters belt de politie. Omdat hij weinig over de mannen kan vertellen, onderneemt de politie geen actie. Meesters besluit die avond met zijn gezin de nacht elders door te brengen.
Vier dagen later. Meesters komt thuis van een bezoek aan een computerbeurs in Utrecht. Om vijf minuten over zeven die avond, zo stellen rechercheurs later vast, logt hij in op zijn computer. Nog geen vijftien minuten later wordt Gerard Meesters dood aangetroffen in de hal van de woning. Er is acht keer op hem geschoten.
De politie staat voor een raadsel.
Meesters is onderwijzer en heeft met criminaliteit niets te maken.
Het speurwerk richt zich op zus Janette en haar vriendin Madeleine. Er is informatie dat de twee vrouwen in Spanje betrokken zijn bij drugshandel. Gewild of ongewild, zegt de politie. In het televisieprogramma Opsporing Verzocht worden foto’s van de twee vrouwen getoond. Officieel heet het dat zij worden vermist. De uitzending levert veel tips op, waarvan een groot deel afkomstig is uit Spanje
Omdat Janette na de dood van haar broer niets van zich laat horen, vreest de politie het ergste. Het onderzoek dat in alle stilte wordt uitgevoerd, verloopt moeizaam vanwege het internationale karakter. Er wordt niet alleen in Spanje gerechercheerd, maar ook in Engeland. En uiteindelijk niet zonder succes: in december 2003 worden aanhoudingen verricht.
Uit het politieonderzoek blijkt het volgende: zus Janette en vriendin Madeleine worden in 2002, zij rijden dan in een gehuurd busje door Spanje, aangehouden bij een alcoholcontrole. Ze hebben gedronken. Het busje wordt in beslag genomen en gaat vervolgens terug naar de verhuurder. Die ontdekt in het voertuig een grote partij drugs, zo’n 350 kilo en meldt dit aan de politie. Janette en Madeleine duiken onder en niet zonder reden: een criminele organisatie beweert dat in het busje niet 350 kilo drugs zaten verstopt, maar 1500. De organisatie verdenkt de twee Groninger vriendinnen van een opzetje. Ofwel van het achteroverdrukken van 1150 kilo drugs.
In criminele kringen is zoiets not done.
De drugsorganisatie laat het er dan ook niet bij zitten en begint een zoektocht naar Janette en Madeleine. De Nederlandse tak van de organisatie krijgt de opdracht de familie van Janette te benaderen. Dat gebeurt dus op die zondagavond van de 24e november met de fatale afloop vier dagen later.
Voor zover bekend heeft de politie de twee vrouwen weten te traceren en zijn zij als getuige gehoord. Niet duidelijk is waar zij op dit moment verblijven.
De twee mannen die vandaag terecht staan, hebben de Engelse nationaliteit. De jongste hoofdverdachte, Steven B., staat in zijn woonplaats Notthingham bekend als drugsgebruiker en werd daarvoor diverse keren veroordeeld. Hij werkte ook als drugskoerier. Eenmaal werd hij gegijzeld door een vrouw aan wie hij honderd pond verschuldigd was. Ernstiger was zijn aanvaring, in 2002, met John D., een zware crimineel die de drugsmarkt in Nottingham beheerste. John D. beschuldigde Steven B. ervan dat hij een kleine hoeveelheid heroïne, tijdens een transport vanuit Amsterdam, achterover had gedrukt. Het leverde Steven B. als ’gepaste waarschuwing’ een gebroken arm op en een kapotte knieschijf. Kort daarna verdween B. uit het lokale criminele circuit van Notthingham. Het vermoeden is dat hij toen naar Nederland, waarschijnlijk Amsterdam of Breda, is gegaan. John D. is in Engeland recentelijk veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf wegens drugshandel.
Mogelijk is Steven B. bij wijze van boetedoening gedwongen deel te nemen aan de liquidatie van Gerard Meesters. De drugsorganisatie die in Spanje zou zijn ’geript’ door Janette en Madeleine, werd geleid door Rob D., een jongere broer van de eerder genoemde John.
Daniel S., de andere hoofdverdachte die vandaag terechtstaat, zou deel uitmaken van de top van deze Spaans-Engelse bende in drugs.
Een jaar geleden zijn drie andere betrokkenen veroordeeld tot vier, tien en twaalf maanden gevangenisstraf. Deze drie mannen, uit Amsterdam en Almere, bezochten met de twee hoofdverdachten op die 24ste november 2002 de woning van Meesters om te informeren naar de verblijfplaats van zus Janette. Een van de drie, Gwen M., verklaarde tijdens zijn rechtszaak erg geschrokken te zijn toen hij hoorde dat het niet bij hun dreigementen was gebleven. M. was benaderd door de twee Engelsmannen om, in ruil voor ’wat geld’, een klusje op te knappen in Groningen. Daarbij kreeg M. het verzoek twee vrienden mee te nemen.
Steven B. (29) en Daniel S. (47) staan vandaag terecht voor moord en deelname aan een criminele organisatie. Zij zitten sinds hun aanhouding in december 2003, in voorarrest. Al die tijd hebben ze vooral gezwegen over hun daad.
Zij kunnen levenslang krijgen.
Het proces begint vandaag om tien uur.
Mijn voornemen is om tijdens de rechtszaak op deze plek regelmatig verslag te doen.
Rob Zijlstra