Posted on Tuesday, June 07, 2005 5:23 PM
De rechter zei: "U komt joviaal en zeer betrouwbaar over."
De verdachte: "Ja, ik weet het, ik baal daar zelf ook van."
De officier van justitie schetste dat hij een dagtaak had gehad aan zijn oplichtingpraktijken.
Hij zei dat dat wel meeviel. "Er waren ook dagen dat ik de hele dag op de bank televisie zat te kijken."
Plof (36) noemen ze hem en daar is hij niet trots op. Hij heeft het helemaal gehad met het oplichten. Geld heeft hij er niet aan overgehouden. Wel heel veel stress. Het openbaar ministerie schat dat Olivier tientallen bedrijven in Noord-Nederland voor minimaal 100.000 euro heeft gedupeerd. Het geld ging naar de handelaren in cocaïne en naar zijn vrienden die hij graag wilde behagen.
"Ik wilde er bij horen.
Nou ik heb het geweten.
Ik hoor nergens bij.
Niemand is me komen opzoeken in de gevangenis.
Niemand die mij wat geld heeft gestuurd.
Ze hebben me laten vallen als een baksteen."
In 2003 lagen er bij de politie 65 aangiftes van oplichting. Het vermoeden was dat een grote criminele organisatie ijverig aan het werk was in de drie noordelijke provincies.. Om die reden droeg de Groninger politie het onderzoek over aan het bovenregionale rechercheteam in Zwolle. Al vrij snel kwam Olivier in beeld als de grote man. Maar in de loop van het onderzoek bleek dat Olivier zo'n beetje in zijn eentje een criminele organisatie vormde. Er waren wel andere betrokkenen, maar hun aandeel was steeds gering, zei officier van justitie Marleen Lameris.
Zij eiste drie jaar gevangenisstraf.
Plof richtte bedrijfjes op, meestal handelsondernemingen. Plof-bedrijven. Met het inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel ging hij, samen met zijn joviale voorkomen en vlotte babbels op pad. Tientallen ondernemers trapten er in; waar hij kwam mocht hij 'op rekening' goederen meenemen. Pizza's, grote partijen hout, vorkheftrucks, hoogwerkers, aanhangwagens, gebakjes van bakker Borgman, voor 34.000 euro autobanden in Assen.
Toen hij in februari dit jaar werd gearresteerd, was het rechercheonderzoek nog niet afgerond. Tot een vroegtijdige aanhouding werd besloten, omdat de economische schade die hij veroorzaakte te groot werd, zo hield het openbaar ministerie de rechtbank voor.
Plof: "Toen ik werd aangehouden, wilde ik er net mee stoppen."
Hij is al zeker een jaar of vijftien bezig. Geen rechtbank in Noord-Nederland waar hij niet is veroordeeld, geen hulpverlener die niet met hem bezig is geweest. De reclassering zegt geen chocola meer van Olivier te kunnen maken. Behandeling is noodzakelijk, vinden ook de psychiater en psycholoog die hem onderzochten. Zij rapporteerden: Olivier is een man met een ingewikkelde persoonlijkheidsstructuur.
De rechters wilden weten wat hij straks gaat doen, eenmaal weer vrij.
Rechters willen dat altijd weten.
Plof vertelde dat hij direct aan de slag kan, als assistent-bedrijfsleider bij een schoonmaakbedrijf. Vorig maand heeft hij het arbeidscontract getekend. Als bewijs was het contract aan het dossier toegevoegd.
Merkwaardig, merkte een rechter op. "Vorige maand? Toen zat u toch in de gevangenis? Waarom neemt een werkgever iemand aan die in de gevangenis zit?"
Tja, dat wist Plof ook niet.
De rechtbank wel: "Dat bedrijf waar u aan de slag kunt, dat bestaat niet. Het staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op het adres heeft wel een bedrijf ingeschreven gestaan, maar dat is in 2002 failliet gegaan."
Plof: "Oh."
Rechter: "Kent u de eigenaar van dat schoonmaakbedrijf?
Plof: "Ja, dat is een goede maat van me."
Twee bedrijven hebben een vordering ingediend.
De een wil 42.207, 84 euro van Plof hebben, de ander 1.386, 30 euro.
Hij wil het wel betalen.
"Ik heb nog een jacht in Stavoren liggen. Die kan ik verkopen."
De rechtbank, voor alle zekerheid: "Is die boot echt van u?"
Joviaal en zeer betrouwbaar: "Jazeker."
Uitspraak over twee weken.
Rob Zijlstra