Er is één land in de wereld waar je in de rechtszaal én uit de mond van een officier van justitie kan optekenen dat het slachtoffer een aardige, vriendelijke en sociale man was die softdrugs verkocht aan minderjarigen die in koffieshops niet terechtkunnen.
Officier van justitie Pieter van Rest zei het donderdagochtend in Nederland, in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen. Die aardige man was Jan Andriaan Hensen, een 53-jarige op Curaçao geboren Delfzijlster, die op 15 december vorig jaar in zijn woning werd doodgestoken.
Hensen deed in softdrugs, dat wist iedereen in Delfzijl-Noord. Wie even geen geld had, mocht op de pof. Dan schreef hij je naam in een schriftje. Iedere week belde hij met zijn 92-jarige moeder die op Curaçao woont. De moeder wist niet dat haar zoon 'softdealer' was. Dat weet ze nu wel. We hebben haar dat wel moeten vertellen, verklaarde de zus van Jan Hensen in de rechtszaal. Het doet heel veel pijn dat deze vrouw dit op haar leeftijd allemaal nog moet verwerken. "Wij zijn streng opgevoed."
Jan Adriaan Hensen werd op die 15e december om kwart over tien 's avonds in de gang van zijn flatwoning diverse malen gestoken. Twee dagen later leenden twee agenten bij de buren een huishoudtrapje, keken door het bovenraam en zagen hem liggen, in een inmiddels opgedroogde plas bloed. Het is er heftig aan toegegaan, zei de officier.
Ferhat (20) en (medeflatbewoner) Mihnea (19) hebben het gedaan.
Niet dat het de bedoeling was.
Ze wilden hem alleen maar beroven van zijn geld en wiet.
Hij zou toch geen aangifte durven doen. Welke dealer stapt nou naar de politie?
Aanvankelijk hadden ze de McDonald's in Appingedam willen pakken, maar dat leek hen bij nader inzien toch te link.
Te veel mensen.
Hensen zou een eenvoudig klusje zijn.
Hun motief was geld. Niet dat ze daar nou zo heel erg om verlegen zaten, maar Minhea wilde graag een auto. En Ferhat ("je laat je kameraden niet in de steek") wilde hem daarbij wel een handje helpen.
Het eenvoudige klusje liep ernstig uit de hand.
Waar Ferhat en Mihnea geen rekening mee hadden gehouden was dat Hensen zich zou gaan verzetten. Toen dat wel gebeurde, staken ze toe, in paniek. Dat wil zeggen Minhea. Ferhat ontkent gestoken te hebben, maar de officier van justitie gelooft daar niks van.
Zwaargewond lieten ze de softdealer achter in de woning.
Waarom ze geen ambulance hadden gebeld, wilden de rechters weten.
Omdat we niet wilden dat we gepakt werden, zeiden ze.
En omdat we dachten dat het niet zo erg was, dat hij wel op eigen kracht naar het ziekenhuis zou gaan.
Terwijl ze dat dachten, bloedde Hensen dood.
Anderhalve maand later werden Ferhat en Mihnea opgepakt, samen met anderen.
De officier van justitie zei dat het politieonderzoek moeizaam was verlopen, omdat de vele getuigen die zijn gehoord, vrijwel allemaal stevige softdruggebruikers waren. "Hun verhalen waren warrig en hun houding jegens de politie zeer vijandig. Er waren veel jongens, buiten de verdachten, die precies wisten wat er was gebeurd. Er waren ouders van die jongens die het wisten. Maar niemand die praatte. De sfeer was er eentje van ieder voor zich."
Een psychiater en een psycholoog hadden bij Ferhat en Mihnea tussen de oren gekeken en vastgesteld dat het daar tamelijk normaal was. Bij Ferhat een antisociaal stoornisje misschien, maar niet zo ernstig dat daar rekening mee moet worden gehouden. Dat vond Ferhat zelf ook. "Mij mankeert niets."
Beide hadden wel spijt.
Heel erg, zei Ferhat, maar wat hij daarmee nou precies bedoelde, kon hij niet vertellen.
Mihnea wel: "Dat die man dood is, vind ik heel erg." Ik ben walgelijk, had hij tegen zijn advocaat gezegd.
Hoe hoog moet de rekening zijn, vroeg de officier van justitie.
In ieder geval wil het openbaar ministerie dat ze de familie 2.157 euro betalen bij wijze van schadevergoeding. Zo viel de grafsteen buiten de dekking van de verzekering.
En daarnaast voor beide acht jaar cel.
"Samen uit, samen thuis."
Donderdagmiddag stonden ook drie minderjarigen terecht die verdacht worden hand- en spandiensten te hebben geleverd bij de fatale overval. Zij vallen onder het jeugdstrafrecht (maximaal twee jaar gevangenisstraf). Strafzaken van minderjarigen worden achter gesloten deuren behandeld. Aan het begin van de avond eiste het openbaar ministerie onvoorwaardelijke gevangenisstraffen tegen de drie 17-jarigen van 16 tot 18 maanden.
Op 2 juni zijn de uitspraken.
Rob Zijlstra