Rotzaken, dat zijn het.
Als verkeersdeelnemer verkeersongeval met dodelijke afloop veroorzaken. Zo staat het op de dagvaarding. Zakelijk, maar in werkelijkheid gaan er keer op keer menselijke drama’s achter schuil. Ik heb het wel eens eerder betoogd: het uitzenden van één zo’n rechtszaak op de televisie, prime-time, zou een dure campagne van 3VO overbodig maken.
Het akelige van deze rotzaken is ook dat iedereen zomaar zo’n verkeersdeelnemer kan worden.
Al twaalf jaar rijdt Hein (55) hard werkend met zijn mobiele winkelwagen door Noord-Groningen. Het ding is 2.20 meter breed en elf meter lang. Hein heeft de naam een voorzichtige rijder te zijn. Harder dan 25 kilometer per uur zit er met de SRV-wagen niet in. Is ook niet wenselijk: het zou het assortiment uit de schappen doen stuiteren.
Op 23 april vorig jaar bedient Hein zijn klanten in Roodeschool. Stapvoets rijdt hij aan het einde van de middag de Westerdijkstraat in. Daar moet hij eventjes wachten op een vrouw die er haar auto parkeert. Vervolgens rijdt hij nog een stukje op, waarna hij de winkel stilzet om een meter of zes achteruit te rijden. Maar na twee meter voelt hij dat het niet goed is. De vrouw gilt. Onder een van de achterwielen ligt een fietsje en een meisje. De vrouw blijkt haar moeder. Ze trekt haar kind onder de wagen vandaan, maar Cynthia is dan al dood. Zij was vijf jaar oud.
De dorpskinderen leggen er de volgende dag hun knuffeltjes, bloemen en hun tekeningen neer.
Hein verkeert in shocktoestand.
Sinds het drama heeft hij niet meer in de spiegel durven kijken.
Roekeloos rijgedrag, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, zegt het openbaar ministerie.
Hein zit roerloos, met de ogen dichtgeknepen, in het verdachtenbankje, op dezelfde stoel waar normaliter de criminelen zich zitten te verantwoorden.
De officier van justitie zegt dat in dit soort zaken de verdachte ook een soort slachtoffer is. In dit geval een oplettende chauffeur die een dodelijk ongeluk heeft veroorzaakt. “De reden dat ik deze zaak ter zitting breng, is om een norm te stellen. De vraag is: is wat Hein heeft gedaan, voldoende geweest om het ongeluk te voorkomen?”
De officier van justitie vindt zelf van niet. Eigenlijk, zegt ze, moet je zo’n wagen met twee man besturen. De tweede man zou bij het achteruitrijden moet uitstappen om te kijken of dat wel veilig is.
Ze vraagt en antwoordt: “Is hij schuldig? Ik vind van wel. Het zit aan de onderkant van de schuld, maar toch.”
Om de norm te stellen eist de officier van justitie een werkstraf van 200 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden. Voorwaardelijk om de rijdende winkelier niet brodeloos te maken. Minder zwaar tilt het openbaar ministerie aan het feit dat Hein geen geldig rijbewijs had. Wettelijk is een SRV-wagen een vrachtauto, waarvoor rijbewijs-C is vereist. Voor deze verkeersovertreding eist ze een boete van 240 euro.
Raadsman Fred Kappelhof, zoon van een melkboer, heeft het niet zo op de normstelling in dit geval. Hij schreef het openbaar ministerie een brief met het verzoek de zaak buiten de rechtbank te houden. “Het openbaar ministerie wil vooral een rechtsvraag voorleggen aan de rechtbank. Maar soms moet je de rechtsvraag ondergeschikt maken.”
Volgens Kappelhof blijkt uit niets dat Hein roekeloos of onoplettend is geweest. Eerder het tegenovergestelde. Van schuld of van enige verwijtbaarheid is geen sprake. Kappelhof vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van een werkstraf van 200 uur. Mijn cliënt is sinds 23 april vorig jaar een gebroken man.
Dat van die spiegel is echt zo.
Behandelend rechter Van Weringh stelt zich zo meelevend als mogelijk op. Tegen Hein, in jaren zichtbaar veel ouder, zegt Van Weringh op vaderlijke toon: “Op 23 april is een ramp gebeurd, ook voor u. Laten we daarover geen misverstanden bestaan. Het is verschrikkelijk wat er is gebeurd. En u gaat er onder gebukt.”
De rechter citeert uit een brief die de moeder aan de rechtbank heeft geschreven. Daarin staat onder meer dat ze het de SRV-man niet kwalijk neemt. ‘Hij was altijd voorzichtig.’ En ook: ‘Hij is al genoeg gestraft.’
Rechter Van Weringh: “Ik vind het knap dat iemand die zoveel verdriet in een brief kan zetten, toch nog de nuance ziet. En ik vind het knap dat u een goed contact onderhoud met de moeder. U bent zelfs op de begrafenis van Cynthia geweest.”
Als de zitting na een uur ten einde is gekomen, lijkt het alsof de rechter de verdachte even bemoedigend toeknikt. Bedankt voor uw komst, zegt hij nog.
Over twee weken doen Van Weringh & Co. uitspraak.
Rob Zijlstra