Verdachten met spijt en berouw staren tijdens rechtszaken.
Bij voorkeur naar beneden; naar de grond of naar het lege tafelblad voor hen.
Als ze iets zeggen, praten ze met zachte stem.
De bravoure, toch nodig om bijvoorbeeld 27 inbraken te kunnen plegen, is weg of ver te zoeken.
Op de kerfstok van René D., 23 jaar, staan 27 inbraken, voornamelijk in woningen in zijn eigen woonwijk, Beijum in Groningen. Spelcomputers, DVD-spelers, flatscreens, fotocamera's, alles van waarde. Tweemaal een gitaar. Als wapen – ter mogelijke verdediging – nam hij een biljartbal in een sok mee. Had hij nooit hoeven gebruiken. "Nee, gelukkig niet."
Dinsdagochtend staat hij terecht.
René heeft spijt, heel veel zelfs.
Toen hij werd gepakt, was hij opgelucht.
"Er moest eens een einde aan komen."
Af en toe trilt zijn onderlip.
Bedwingt tranen.
Zijn advocaat schiet dan te hulp.
De advocaat heeft papieren zakdoekjes meegenomen.
In zijn laatste woord biedt René zijn excuses aan aan de slachtoffers van wie een aantal in de zaal zit. Daarbij kijkt hij eventjes om, de zaal in.
Dat doen niet veel verdachten.
"Ik ben geen junk, maar ik heb wel een probleem.
Ik zit in de gevangenis, maar hoor daar eigenlijk niet thuis.
En eigenlijk ook weer wel."
Wel als het aan het openbaar ministerie ligt.
De eis: dertig maanden, waarvan acht voorwaardelijk.
Dieptepunt in de serie inbraken, vond de officier van justitie, is de inbraak in de woning van zijn eigen zus. "Beneden alle peil." Hij had haar bankpas gestolen en daarmee eenmaal 250 en eenmaal 1000 euro gepind. Inmiddels zijn broer en zus weer on speaking terms. Zij heeft hem al een keertje bezocht in de gevangenis. En vergeven.
Met de andere slachtoffers ligt het allemaal wat anders. Terug naar zijn woonwijk, eenmaal vrij, durft hij niet. Veel slachtoffers weten wie hij is. Dat voelt niet lekker. Ver van Groningen wil hij straks een nieuw leven opbouwen.
Hoe het allemaal zo ver had kunnen komen, wilden de rechters weten.
René zat niet lekker in zijn vel.
Hij had zijn school verkloot, er niks van gebakken, terwijl hij beter had gekund.
Hij had een bierglas in het gezicht gekregen, met een lelijk litteken tot gevolg.
Daarom was hij gaan drinken.
En blowen.
Steeds vaker en steeds meer.
Foute vrienden. Kringetje.
En toen was er geen weg meer terug.
Serieus verslaafd aan de softdrugs.
Zijn gedrag was die van een hond in een slagerij.
Hoe hij zijn toekomst ziet, vroegen de rechters.
Zijn vader, met wie hij sinds hij in de gevangenis zit weer contact heeft, had gezegd, je moet vooruit kijken.
Zakdoekje...
Zachtjes antwoordt hij: "Afkicken is het begin van mijn toekomst."
De uitspraak is over twee weken.
Rob Zijlstra
uitspraak
De 31-jarige Groninger veelpleger Michel is dinsdag voor de 22e keer veroordeeld. Ditmaal kreeg hij dertig maanden celstraf, waarvan zes voorwaardelijk. Er was drie jaar tegen hem geeist. Zijn harddrugsverslaving houden Michel in een ijzeren greep; vijftien jaar geleden werd hij voor het eerst veroordeeld.