André is gek op werken.
Want, zegt hij zo overtuigend als hij kan, van werken is nog nooit iemand doodgegaan.
"Toch?"
Een rechter knikt.
Vervolgt: "Ik ben ook een goeie werker.
Toen ik beunde ging het écht goed met me.
Het liefst doe ik zwaar werk, want daar word ik moe van.
Ik vond het altijd jammer dat mijn taakstraf was afgelopen.
Dan vroeg ik of ik niet mocht blijven. Als vaste baan."
Elektronisch toezicht wil hij ook wel.
Hij kan terecht bij zijn vriendin.
"Die woont in een flat, drie hoog. Dus weglopen, kan ik niet", redeneert André.
Het openbaar ministerie had een andere, meer klassieke, sanctie in gedachten. Werken ervaart André niet als een straf en voor elektronisch toezicht, dat om nogal wat discipline vraagt, wordt hij niet geschikt bevonden. Nee, de officier van justitie dacht aan 36 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
André zegt dat hij zo’n straf niet echt tof vindt.
André heeft een taxi met chauffeur overvallen.
Hij was, 's ochtends in de vroegte, ingestapt en zei toen: 'Je gaat nu rijden of ik sla je hele hersenpan in. Rijden godverdomme'.
De chauffeur piekerde er niet over. Hij sommeerde André de taxi te verlaten en toen die dat niet deed, stapte de chauffeur uit. André ook, om de chauffeur een paar flinke klappen te verkopen. Daarna kroop hij zelf achter het stuur en ging er vandoor. De vrouw die de taxi besteld had, zag het allemaal met ontzetting gebeuren. De taxi werd later total-loss ergens in Groningen aangetroffen.
Zonder de portemonnee van de chauffeur met daarin 200 euro. Onderweg had André nogal wat brokken gemaakt.
De volgende dag wil André de stad in. En dus belt hij een taxi. Als die komt voorrijden en hij de chauffeur ziet, begint er bij hem vaag iets te dagen.
Bij de chauffeur niet.
Die ziet het meteen: dat is die vent van gisteren.
André ontkent niet dat hij de overval heeft gepleegd, maar dan moet hij daar wel eventjes wat bij vertellen, het even uitleggen.
"Ik heb het niet gewild.
Ik heb het helemaal niet bewust gedaan.
Ik zou zulkse dingen nooit doen.
Ik heb het nooit bewust gewild.
Ik wou dat die chauffeur hier was, dan kon ik mijn excuses aanbieden.
En dat is echt waar."
André was die nacht op stap geweest. In café De Unie, eens het mooiste café van Groningen, had hij twee, misschien drie biertjes gedronken. Hooguit. Tussendoor was hij even naar de wc geweest. En toen, kan niet anders, moet iemand iets in zijn bier hebben gedaan. Pilletjes of zo. Of een stofje waar hij helemaal raar van in zijn hoofd is geworden.
Inderdaad een raar verhaal, zei de advocaat, maar daarom nog niet onmogelijk. De advocaat stuurde aan op niet-toerekeningsvatbaar (wel schuldig, geen straf).
De officier bladerde ondertussen in het dossier en vond wat hij zocht. Toen hij weer wat mocht zeggen, zei hij: "Het strafblad van André telt veertien pagina's. Daaruit blijkt dat als hij drank op heeft, hij flink los kan gaan. Want het enige stofje dat hij die nacht tot zich heeft genomen, is alcohol."
Niks pilletjes.
En dan was er nog die hennepkwekerij in zijn woning.
Zeven moederplanten op het balkon, 554 stekjes onder TL-verlichting in de kamer. De stekkenhandel leverde André twee- tot driehonderd euro per week op. Een mooie aanvulling op de twintig euro die hij wekelijks kreeg via de schuldsanering. De rechter moest wel weten dat hij van die twintig euro per week niet rond kon komen, ook al omdat hij ieder weekeinde zijn dochter had. “Met die stekjes had ik het mooi voor elkaar, dacht ik.”
Het openbaar ministerie had nog wat, een akkefietje uit 2003 in Pieterzijl, Noord-Groningen. Daar zou hij ene Anita met een sjorband (dagvaarding OM: ‘althans met een op een sjorband gelijkend voorwerp’) om de oren hebben geslagen. De officier van justitie wilde daar wel een eenvoudige mishandeling van maken, want die ene Anita, ladderzat destijds, had zich ook niet onbetuigd gelaten. “In mijn strafeis zal dit niet zwaar meewegen.”
Wat wel zwaar meewoog, is dat André in de het verleden voor alle aanklachten waarvoor hij donderdag terechtstond, eerder was veroordeeld. Toprecidivist.
Hoofdschuddend en wrijvend met zijn vingers in de ogen, zei hij dus die eis van 36 maanden, zes voorwaardelijk, niet tof te vinden. De rekensom had hij al lang gemaakt: “Betekent dus dat ik nog 19 maanden ben weggerukt van mijn gezin.”
Uitspraak over twee weken.
Rob Zijlstra
uitspraak
Op 14 april schreef ik over Mohammed die zijn vroegere buurvrouw van haar tas had beroofd in het mysterieuze fietsenschuurtje. Mohammed ontkende: hij had een alibi. Maar zijn alibi bleek twee maanden eerder vermoord in het Robbenoord-bos, Noord-Holland. Twee jaar cel, vonniste de rechtbank donderdag. Mohammed heeft niet alleen het in hem gestelde vertrouwen (door die buurvrouw) op grove wijze geschonden, maar had ook onrust teweeg gebracht in de wijk en dat heeft weer geleid tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving, sprak de rechter. Naast twee jaar kreeg Mohammed één jaar extra, een TUL (een ten uitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling voor een eerder misdrijf). Aan de ex-buurvrouw moet hij ook nog eens 1.143,59 euro betalen, bij wijze van schadevergoeding.