Fraudezaken, zeg maar de witteboordencriminaliteit, genieten een andere prioriteit binnen het openbaar ministerie dan 'echte' criminaliteit. Woensdag hield de meervoudige noordelijke fraudekamer zitting in de rechtbank van Groningen. Dat doen ze eens in de drie maanden. Op de rol stonden twaalf mannen en een vrouw die de boel– doorgaans de overheid – zouden hebben geflest.
Vier verdachten kwamen niet opdagen.
Twee mochten naar huis omdat de rechtbank niet begreep waarvan deze mannen nou eigenlijk werden verdacht. De dagvaarding van het openbaar ministerie was te onduidelijk en werd daarom nietig verklaard. Blunder van de fraudeofficier.
Een verdachte is zoek, al meer dan een half jaar.
Vijf verdachten moeten later terugkomen, omdat het onderzoek in hun zaken nog niet klaar bleek.
De zaak tegen verdachte nummer dertien werd wel behandeld. En juist in deze zaak eiste de fraudeofficier vrijspraak.
Nummer dertien wordt dus verdacht van onschuld.
De verdachte voelt zich ook een nummer dertien.
Meer dan twee jaar had hij moeten wachten op de behandeling van zijn strafzaak.
Twee jaar bungelen, onzekerheid.
Nummer dertien is zestig jaar en was directeur van een bouwbedrijf.
Hij was de techneut, zijn partner Henk de financiële man.
Hij zorgde dat er werk was, Henk dat het betaald werd.
En ze deden het niet slecht. Het aantal werknemers groeide in luttele jaren van enkele tientallen naar 250.
De omzet idem dito.
Overal in het Noorden zag je Meijering & Benus aan het werk.
De directeur zei, Henk en ik waren als een getrouwd stel. "Daarmee bedoel ik dat we elkaar volledig vertrouwden."
De directeur vond dat wel zo prettig, want als echte bouwtechneut had hij met geld niet zo veel op.
Henk des te meer.
Iets te veel.
Henk rommelde met de omzetbelasting, op een manier dat de fiscus een miljoen euro misliep. En, zoals nagenoeg bekend is, zoiets pikt de fiscus niet.
De politie werd gestuurd.
De twee directeuren werden aangehouden.
In januari dit jaar werd Henk veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf voorwaardelijk.
Gisteren was nummer dertien dus aan de beurt.
"Eindelijk", zuchtte hij. "Ik heb hier twee jaar op moeten wachten."
De bouwdirecteur had daar moeite mee. "Overal waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Als bij ons een fout werd gemaakt, dan gingen we er heen, losten het op en punt. Geen discussie. Maar dit… dit is een menselijk drama."
Privé en zakelijk waren mensen hem gaan ontlopen.
"Het heeft een enorme impact, zo'n strafzaak."
De mensen zeggen, Bartelse, want zo heet de directeur, kan wel beweren dat ie van niks wist, maar waar rook is, is vuur.
Zo denken de mensen.
De fraudeofficier niet. Hij is er van overtuigd dat de directeur goed van vertrouwen is geweest en daartoe ook alle reden had. Bartelse heeft met verboden handelingen niets te maken gehad.
En zo gebeurde het dat nog voordat de advocaat ook maar een woord had gezegd, de officier van justitie de rechtbank verzocht directeur Bartelse van alle blaam te zuiveren en vrij te spreken.
Dat klinkt raar. Het openbaar ministerie klaagt iemand aan, brengt hem voor de rechter en gaat vervolgens proberen die rechters er van te overtuigen dat de verdachte onschuldig is.
Wie niets gedaan heeft, heeft ook niets te vrezen.
Veel mensen denken dat.
Juristen weten dat het niet waar is.
Voor Bartelse is de nachtmerrie nog niet helemaal ten einde.
Zijn werk was zijn leven. Na twee jaar bungelen moet hij nu nog twee weken wachten op de uitspraak.
En dan maar hopen dat daarna het geluk bij nummer dertien terugkeert.
Rob Zijlstra