In de krant staat dat er dit jaar al vier mensen zijn veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Vorig jaar werden zes mensen levenslang achter de tralies gezet.
Daarmee was 2004 een recordjaar.
Tussen 1954 en december vorig jaar zijn in Nederland 24 mannen en één vrouw tot levenslang veroordeeld.
Drie mensen uit dit gezelschap hebben hun straf er op zitten: zij zijn dood.
Aan twee anderen is gratie verleend.
Levenslang is dus in.
De kans is groot dat 2005 het recordjaar 2004 zal overtreffen.
Komende maandag kan nummer vijf van dit jaar volgen.
Die nummer vijf zou Marthin kunnen zijn.
In oktober eiste het openbaar ministerie van Groningen de zwaarst mogelijke straf tegen Marthin.
Maar zijn rechters wilden niet verder gaan dan 18 jaar en TBS.
Het openbaar ministerie is het daar niet mee eens en ging in hoger beroep.
Daar, bij het gerechtshof in Leeuwarden, luidde de eis opnieuw levenslang.
Maandag is de uitspraak.
Voor alle duidelijkheid: levenslang betekent, anders dan wat nogal eens wordt gedacht, ook echt levenslang. Tot de dood er op volgt. De enige mogelijkheid om er aan te ontsnappen is, op ontsnappen na, gratie. Dat is in het naoorlogse Nederland slechts tweemaal verleend.
Gratie is uit.
Marthin.
Op 21 oktober vorig jaar, op zijn dag des oordeels, schreef ik: ‘Marthin komt, even na een uur, de rechtszaal binnenlopen. Hoewel, lopen kun je het niet noemen. Met onwillige tred worstelt hij zijn zware lichaam richting het hekje waar verdachten achter moeten plaatsnemen. Een onzichtbare hand dwingt hem deze gang te maken. Zijn onbeholpen verschijning straalt angst uit. Zo moeten de mensen vroeger naar het schavot zijn gelopen, in het besef dat daar de beul wacht die zodadelijk het hoofd zal afhouwen. Marthin draagt een lichtblauw baseballshirt, waar in witte letters Dirty South 95 op staat.’
De president van de rechtbank vraagt aan deze ongelukkige of hij Marthin is. Dat is een formaliteit. Zachtjes klinkt er een ja. Daarna neemt hij plaats naast zijn advocaat en verbergt het gezicht achter grote handen. Het forse lichaam trilt.
Het vonnis wordt voorgelezen. De verkorte versie. De rechtbank acht hem schuldig aan twee maal moord en tweemaal een poging tot moord. De voorzitter van de rechtbank zegt dat geen levenslang zal worden opgelegd.
Marthin begint daarop onbedaarlijk te snikken.
Achttien jaar en TBS is zijn lot.
De rechter vraagt of hij het begrepen heeft.
“Een beetje”, zegt hij zachtjes.
Maandag zal dit tafereel zich herhalen, zij het dat de uitkomst nu nog ongewis is.
Alsof ik, ondanks zijn gruweldaad, medelijden met Marthin heb.
Daags na de strafzitting belt een man die zich voorstelt als een collega, nou ja, een ex-collega dan, van Marthin. Hij wil gewoon even wat kwijt. Hij heeft met Marthin samengewerkt. Bij de Albert Heijn in Vinkhuizen. ”Hij was iemand die in zijn vrije tijd daar ook altijd was. Dan hield hij mensen in de gaten, winkeldieven en zo. Ik kan het nog altijd niet begrijpen. Hij is wel een beetje een rare, maar ook iemand, dacht ik altijd, die geen vlieg kwaad zou doen.”
Dat was een misvatting.
Marthin vermoordde zijn vrouw met wie hij in scheiding lag en zijn schoonmoeder.
En verwonde de vader van zijn vrouw ernstig.
Daarna probeerde hij, op de vlucht, zijn vijf maanden oude zoontje te verdrinken.
En zichzelf.
Dat mislukte.
Het water bleek te ondiep en de politie was er te snel.
In alles een levenslange pechvogel.
Maandag: het vervolg.
rob zijlstra