Thursday, March 31, 2005

De ene moord is de ander niet, schreef ik op 17 maart op deze weblog.

 

Op 9 september vorig jaar werd in Groningen de 32-jarige Antilliaanse Groninger Ramphis (die ik op de eerdere weblog per abuis Marphin noemde) doodgestoken door de 26-jarige Groninger Marokkaan Rabia M. Het openbaar ministerie ging aanvankelijk uit van moord, maar tijdens de zitting wijzigde de officier van justitie dat in doodslag. De voorbedachte rade en het kalme beraad waren niet te bewijzen, vond het openbaar ministerie. De eis luidde drie jaar cel en tbs met voorwaarden (behandeling buiten een kliniek).

 

Het gebeurt niet vaak dat de rechtbank een hogere straf oplegt dan het openbaar ministerie eist. Meestal is het andersom. Alleen daarom al mag het vonnis dat donderdag werd uitgesproken verrassend worden genoemd: acht jaar cel voor moord.

 

Even zag het er donderdagmiddag naar uit dat de rechtbank tijdens het uitspreken van het vonnis mee zou gaan met advocaat Erik de Mare die een beroep had gedaan op noodweer­-exces: Rabia, die met zijn zoontje op straat aan het spelen was,  werd zonder aanleiding aangevallen en met een schroevendraaier in de hals  en bovenarm gestoken. Hij verdedigde zich. De rechtbank erkent dat Rabia op dat moment ’in een hevige gemoedstoestand verkeerde’: hij draaide door.

 

Toch nam het vonnis een andere wending: nadat Ramphis met de schroevendraaier toestak, probeerde hij er vandoor te gaan op een scooter. Op dat moment ging Rabia, aldus de rechtbank, achter hem aan. Om bij Ramphis te komen moest hij zeker tien meter lopen. In dat tijdsbestek, waarin van dreiging geen sprake meer was, had Rabia tot bezinning moeten komen. Maar in plaats daarvan stak hij Ramphis met diens eigen mes in de borst.  Na kalm beraad en in rustig overleg, zo staat in het vonnis. Moord dus.

 

Ook staat er:

Naar het oordeel van de rechtbank is er zoveel tijd verstreken tussen het eindigen van de noodweersituatie en het steken door de verdachte, dat er geen sprake meer kan zijn van een zogenaamde naijlende hevige gemoedsbeweging. Ofwel: geen noodweer-exces.

 

Andere rechters hadden op basis van dezelfde feiten tot een ander vonnis kunnen komen. De scheidslijn tussen goed en kwaad is soms flinterdun.

 

Het meest opmerkelijke aan dit vonnis is echter dat tijdens de zitting niet een duidelijk beeld kon worden gegeven van hoe de exacte toedracht is geweest. Rabia ontkent niet dat hij heeft gestoken, wel ontkent hij stellig dat hij achter Ramphis is aangelopen. Getuigen spreken elkaar op dit cruciale punt tegen. De politie kwam pas na een uur op de plaats van het delict.

 

Het is, zeker bij levensdelicten, niet ongebruikelijk dat ter plaatse een reconstructie wordt gehouden om de exacte toedracht te achterhalen. Dat had zeker in deze zaak duidelijkheid kunnen verschaffen. Nu ligt er een vonnis waarin de bij wet vereiste overtuiging eveneens flinterdun is.

 

Om de uitspraak af te doen als een rechterlijke dwaling, gaat misschien iets te ver. Maar merkwaardig blijft het dat de rechtbank er genoegen mee heeft genomen dat het openbaar ministerie heeft nagelaten een zo goed mogelijk beeld te geven van wat zich in de vroege avond van 9 september exact heeft afgespeeld.

 

Onbevredigende rechtspraak.

 

Rob Zijlstra

 


Noodweer – Het plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Wanneer noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.

Noodweer-exces – Als iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweer exces. De dader is dan niet strafbaar.

bron: rechtspraak.nl

 


 

posted @ 11:54 PM | Feedback (82)