Posted on Saturday, March 26, 2005 12:54 AM
In zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen gaat het alleen maar over criminaliteit. Maar de meeste criminaliteit heeft buiten de rechtbank plaats.
Een deel van die criminaliteit komt tot ons via de media en de media, de pers, is in belangrijke mate voor die informatie afhankelijk van de politie. Veel politiekorpsen publiceren dagelijks een selectie crimineel leed op haar internetsites. Ten behoeve van de pers. En hier doet zich iets vreemds voor, journalistiek gezien.
Voorbeeld:
Ik schreef eens een artikeltje over een uit de hand gelopen ruzie in en voor een woning aan de Petrus Campersingel in Groningen. Er zou zijn geschoten. Buren hadden 112 gebeld. Een ex werd aangehouden en de politie had de zaak in nader onderzoek. En zo stond het de volgende dag in de krant.
De volgende dag ging ook de telefoon: “Ik ben de mevrouw van de Petrus Campersingel. U schrijft in uw krant dat er gisteravond bij mij voor de deur is geschoten. Door mijn ex. Hoe komt u aan die onzin?”
Ik: “Uuh, dat is informatie die wij van de politie hebben gekregen. Staat ook op hun internetsite.”
De mevrouw van de Petrus Campersingel: “Maar het klopt niet.”
Ik: “Zal wel. De politie zegt het.”
De mevrouw: “Dus U gelooft alles wat de politie zegt?”
Ik: “Nee, maar als de politie zegt dat…”
Mevrouw: “Dan is het dus waar?”
Ik: “Nou ja, nee, maar…”
Zij: “Fraaie journalist bent u. Als de politie zegt zus en zo, dan schrijft u dat klakkeloos op in uw krant.”
De mevrouw van de Petrus Campersingel had (en heeft) helemaal gelijk. Als de politie zegt dat, dan is dat zo. Aldus de pers.
Mijn stelling is: het politieberichtje in de krant, het één-kolommertje, is geen fraaie vorm van journalistiek. En het merkwaardige is dat alle kranten, van Telegraaf tot NRC Handelsblad, en alle andere (regionale) media, en ik, zich hieraan bezondigen.
Ander voorbeeld:
De politie van Groningen meldde vrijdagmiddag op haar website, na een persconferentie:
Met behulp van vijf observatieauto’s heeft de politie sinds november 2002 al twintig autokrakers- of dieven aangehouden. De verdachten werden meestal op grond van de videobeelden door politiemedewerkers herkend. Zij werden korte tijd na de autokraak buiten heterdaad aangehouden. De meeste autokrakers betroffen bekende veelplegers.
RTV Noord berichtte kort na de persconferentie en op haar teletekst:
Het aantal inbraken in auto’s is fors gedaald. In 2002 werden nog 4500 auto’s opengebroken, vorig jaar waren dat er 3000. Volgens de politie is de daling veroorzaakt door een hardere aanpak van veelplegers en de inzet van lokwagens. Deze auto’s zien er uit als normale personenwagens. De politie houdt de wagens constant in het oog en zo lopen de dieven in de val. Sinds de introductie in 2002 zijn er twintig dieven gepakt.
Politie-informatie die de burger moed moet geven.
Maar de mevrouw van de Petrus Campersingel is vast en zeker gaan rekenen.
4500 auto’s in 2002: dat waren er 86 per week, dus twaalf per dag.
3000 in 2004: 57 kraken per week, zeg maar acht per dag,
Vier per dag minder: forse daling.
En sinds november 2002 zijn er al twintig dieven gepakt.
Twintig (20!)! In 29 maanden.
Zij zou misschien zeggen: “Tja. Prestatiecontracten willen ook wat.”
In zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen ben ik ze ook nog niet tegengekomen.
Rob Zijlstra