Thursday, March 17, 2005

De ene moord is de ander niet.

Er zijn moorden die leiden tot nationale verontwaardiging, stille tochten en beelden met verdriet op het Journaal. Er zijn ook moorden die tot niets leiden. De moord in de Berkenlaan in Groningen, op 9 september vorig jaar, is er zo een. Daar werd de 32-jarige Marphin neergestoken en de krant berichtte de volgende dag over een steekpartij. De man overleed in het ziekenhuis, maar dat werd pas veel later bekend.

 

Marphin was geen lieverdje, een moeilijke jongen, maar hij was wel een mens, schreef de oudste broer namens de familie in een bedroefde brief aan de rechtbank.

 

Gisteren stond de 25-jarige Rabia, de man die Marphin neerstak, terecht. Hij meldde zich daags na het incident bij de politie en zit sindsdien vast. Ook hij voelt zich slachtoffer en had nooit gewild dat Marphin zou sterven. Natuurlijk niet, mijn-heer de rechter, zei hij herhaaldelijk . Hij beroept zich op noodweer en wil graag terug naar zijn vrouw en kinderen .

 

De toedracht is complex. Een poging:

Het is half acht ’s avonds, lekker weer nog.

Marphin bezoekt met een kennis de buurman van Rabia.

Rabia is met zijn zoontje buiten op straat. Fietsen leren.

Vanaf het balkon roept Marphin plots dreigende woorden naar Rabia.

Dat gaat over doodschieten.

Rabia heeft Marphin eens verwijderd uit de zaak van zijn broer.

“Misschien herkende hij mij.”

Dan lopen Marphin en kennis de gang in van de woning van Rabia.

De deur van de portiekwoning stond kennelijk open.

De vrouw van Rabia roept vanaf haar balkon dat er twee vreemde mannen in huis zijn.

Kort daarna verschijnt de kennis op straat.

Diens geparkeerde scooter valt om.

Rabia helpt het ding overeind te zetten.

Ze geven elkaar een hand.

Marphin komt.

Rabia vraagt: “Wat moest jij in mijn huis?”

Marphin zegt niets, maar steekt op Rabia in met een schroevendraaier.

Hij wordt geraakt in schouder en hals.

De kennis kijkt toe met een zwaard in de hand.

Het zoontje dat fietsen zou leren begint te huilen.

Marphin en kennis proberen er op de scooter vandoor te gaan.

Rabia er achter aan (of niet), Marphin valt.

Rabia steekt en treft Marphin diep in de borst.

Het mes waarmee wordt gestoken is niet van Rabia, zo wordt vastgesteld, maar van het slachtoffer die het heeft laten vallen.

 

Moord, oordeelde de officier van justitie aanvankelijk. Ter zitting maakte zij er doodslag van. De vereisten voor moord, voorbedachte rade en kalm, zijn niet te bewijzen.

Niks doodslag, maar noodweer, zegt Rabia’s advocaat Erik de Mare.

Nee, vindt de officier, want op het moment dat Rabia stak, werd hij niet meer aangevallen. Hij ging immers achter Marphin aan. Er was op dat moment geen dreiging meer.

 “Rabia is doorgeschoten in zijn zelfverdediging.”

 

Rabia zegt te hebben gestoken toen hij werd gestoken. “Ik ben niet achter hem aangegaan.”

 

De officier van justitie eiste drie jaar gevangenisstraf en zei het broodnodig te vinden dat Rabia zich laat behandelen om minder snel agressief te worden. Daarom eiste ze naast die drie jaar ook een voorwaardelijke TBS, als stok achter de deur. En 3500 euro. Voor de kosten van de begrafenis. Marphin was niet verzekerd..

 

Trieste zaak.

 

Maar ook opmerkelijk.

De behandeling nam zo’n twee uur in beslag.

Dat is niet veel, maar weinig voor een rechtszaak.

Er is geen land in de buurt waarin een rechtbank een moord in twee uur tijd behandeld.

 

Veel bleef in die twee uur ook nog eens onduidelijk.

De rechter suggereerde een paar keer dat Marphin en Rabia elkaar kennen.

Rabia zei van nauwelijks, alleen van dat incident in de zaak van zijn broer.

Maar er gingen verhalen over schulden. Drugsschulden, probeerde de rechter

Zou dat het geval zijn, dan zou er een motief kunnen zijn.

En een motief kan duidelijkheid scheppen.

De onduidelijkheid bleef.

Er ontbraken handtekeningen onder de processen-verbaal.

Handtekeningen vormen doorgaans het bewijs dat de politie het verhaal van getuigen correct heeft opgeschreven. Het openbaar ministerie baseert de aanname dat Rabia achter Marphin aanging op die verklaringen.

Getuigen legden ook tegenstrijdige verklaringen af.

Uit niets in het dossier blijkt hoe lang het incident heeft geduurd.

Misschien wel dertig seconden. Of vijf minuten, tijd genoeg om achter iemand aan te rennen.

De politie kwam pas een uur na het incident ter plaatse.

Een verhelderende reconstructie, niet ongewoon, heeft de politie niet gemaakt.

Niemand die vroeg waarom niet.

 

Over twee weken volgt de uitspraak.

Dan zal blijken of de rechters – waarheidsvinders – genoegen nemen met de waarheid zoals die donderdag ter zitting is geschetst.

 

De ene moord is de ander niet, maar in de rechtszaal hoort dat wel zo te zijn.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 11:30 PM | Feedback (36)