Posted on Wednesday, February 16, 2005 11:31 PM
Het laatste woord over het vergeten laatste woord in de rechtbank van Groningen is nog niet gezegd (zie de log van 15 februari). De rechtbank vergat dinsdag aan het einde van de zitting aan een verdachte van oplichting, die zonder advocaat terechtstond, het laatste woord te gunnen. Het wetboek van strafvordering zegt daarover:
Aan de verdachte wordt op straffe van nietigheid het recht gelaten om het laatst te spreken (artikel 311, lid 4).
De vraag is of de verdachte, tegen wie een werkstraf van 240 uur en vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf is geëist, de dans ontspringt in het geval hij wel schuldig wordt bevonden. Geraadpleegde rechtsgeleerden zeggen van niet. Wel dat het hier om een rariteit gaat.
Het komt er op neer dat het vonnis – dat op 1 maart wordt gewezen – een vonnis (uitspraak) zal zijn met een gebrek. Het is daarmee, in hoger beroep, een vernietigbaar vonnis. De verdachte komt daarmee niet weg. In hoger beroep wordt de zaak overgedaan en als de verdachte dan wel het laatste woord krijgt, is het gebrek hersteld. Gaat de verdachte bij een veroordeling niet in hoger beroep, dan moet hij er sowieso aan geloven.
Je zou kunnen zeggen, gezien artikel 311, lid 4 dat de oplichter hier een beetje wordt opgelicht.
Overigens heeft de rechtbank vandaag ontkend dat de verdachte het laatste woord is onthouden. De betrokken rechter zou navraag hebben gedaan bij de griffier en die zou het ‘laatste woord’ wel degelijk hebben genotuleerd. Ik zeg dat dat onmogelijk waar kan zijn. Valsheid in geschrifte behoort rechtbankgriffiers vreemd te zijn.
Rob Zijlstra