Er is veel verdriet in de rechtszaal.
Vorige maand stond voor de rechtbank van Groningen een Turkse jongen terecht die, met anderen, werd verdacht van een aantal snoeiharde gewapende roofovervallen op fietsers in het Stadspark. Een oudere man werd niet alleen beroofd van zijn portemonnee, maar moest ook nog eens op de knieën gaan zitten waarna hem een nekschot in het vooruitzicht werd gesteld. Op school was met ongeloof gereageerd. Hij was niet alleen een uitmuntende leerling, maar ook nog eens het schoolvoorbeeld van voorkomendheid. De ouders van de jonge verdachte zaten ook in de rechtszaal en moesten het allemaal aanhoren. Zij zaten, hand in hand, beide te huilen.
Dinsdag.
Een 19-jarige slungel wordt door de parketpolitie de rechtszaal binnengebracht. Zijn proces dient pas over een paar weken. Hij heeft, samen met anderen, oudere dames op straat van tasjes beroofd. Hij zit niet alleen vast in De Grittenborgh in Hoogeveen, maar ook op het vwo en moet straks examen doen. Daarvoor moet hij werkstukken inleveren. Maar in de cel heeft hij geen computer. Daarom wil zijn advocaat dat het voorarrest wordt geschorst. Dan kan hij, in afwachting van het proces, naar school.
Op de publieke tribune zit in haar eentje een vrouw. Ze heeft ruim een uur moeten wachten voordat de zitting begon. Het is de moeder. De jongen kijkt geen moment even op of om. Hij kijkt vooral naar beneden, naar zijn voeten. Zo negeert hij haar.
De advocaat zegt dat de studie erg belangrijk is voor zijn cliënt.
En dat zijn cliënt direct na schooltijd naar huis zal gaan en daar dan ook zal blijven.
De officier van justitie zegt dat het plegen van ernstige strafbare feiten nu eenmaal niet samengaat met het doen van examen. Ze wil er niets van weten.
De moeder slaat twee handen voor het gezicht.
De rechtbank oordeelt, na kort beraad, dat haar zoon terug moet naar de computerloze cel. Zijn persoonlijke belangen wegen niet op tegen de belangen van de rechtspraak.
De jonge verdachte richt zich op en wacht tot de parketpolitie hem afvoert. Zijn moeder blijft vier meter verderop hoopvol naar hem staren. Naar zijn rug. Eventjes later verdwijnt hij achter de deur die speciaal is bestemd voor verdachten. Hij gunt haar geen blik, niets.
De moeder staat nu ook op, pakt haar tas, slikt tranen weg en verlaat traag de zaal, alsof ze er stilletjes toch nog rekening mee houdt dat zoonlief zijn kinderhoofd nog ergens om een hoekje zal steken. Maar zelfs dat niet.
Rob Zijlstra
rechtbankverslaggever, groningen
over deze weblog