Friday, January 28, 2005

De meeste verdachten bekennen in de rechtszaal schuld. Onder de kleine groep verdachten die ontkent het misdrijf te hebben gepleegd, bevinden zich geboren fantasten.

Zo stond vorig jaar voor de rechtbank een jonge Groninger terecht die werd verdacht van een gewapende overval op een tankstation. Stug hield hij zijn onschuld vol. Hij was ten tijde van de overval niet eens in Groningen. Maar hij had geen schijn van kans. De overval was opgenomen en de beelden van de beveiligingscamera waren haarscherp. Duidelijk was te zien dat de jongen die het vuurwapen gericht hield op het hoofd van de angstige medewerker dezelfde jongen was die in de zittingszaal ongeloofwaardig zat te wezen. Hij zei: “Ja, dat moet ik wel zijn. Nee, ik snap ook niet hoe het komt dat ik op die video sta. Want ik heb het niet gedaan.” Twee jaar cel.

Donderdag stond een 24-jarige inwoner van Groningen terecht wegens brandstichting met gevaar voor goederen en personen. De man had zijn woning in brand gestoken met de bedoeling verzekeringsgeld te innen, zo was de stellige overtuiging van de officier van justitie. Eis: vijftien maanden gevangenisstraf.

De man ontkende. Niks brandstichting. Hij had wat gedronken bij vrienden, was thuis gekomen, nipte aan nog een paar glazen whisky om uiteindelijk in benevelde toestand met een brandende sigaret op de bank in slaap te vallen. Na enige tijd was hij wakker geschrokken van de vlammen in zijn gezicht, waarop hij in paniek de woning ontvluchtte. Zonder iets of iemand te waarschuwen was hij naar een kennis gegaan.

De officier geloofde geen barst van dit verhaal en zo keek hij er ook bij. Zelfverzekerd: de technische recherche heeft op diverse plekken in de woning bestanddelen van benzine aangetroffen. Alles wijst er op dat de verdachte benzine over het tapijt heeft gesprenkeld.

Daar had de verdachte een verklaring voor. Hij had een scooter met een kapotte benzinemeter. Om niet voor verrassingen komen te staan, had hij altijd wat extra benzine in huis. Een kennis nam dat dan mee. In een plastic zakje. Bij het overgieten in lege colaflessen werd er wel eens wat gemorst. Vandaar misschien.

Ongelovige blikken in de rechtszaal.

De kennis werd als getuige opgeroepen. Onder ede herhaalde die het verhaal. Je zag aan het hoofd van de officier van justitie dat hij alvast de procedure voor meineed zat door te nemen. Richting de getuige: ”Benzine in een plastic zakje. Wat is de naam van dat tankstation?”

De getuige moest het antwoord schuldig blijven. Hij wist de naam van de wijk. Helpman.

De voorzitter van de rechtbank: “De BIM?”

De getuige: "Tegenover het tankstation is een chinees waar je ook patat kunt kopen." De rechtbankvoorzitter: "Dat is de BIM!”

De officier van justitie: “Kunnen we even schorsen. Ik wil een paar telefoontjes plegen.”

Een kwartiertje later keerde de officier terug. Hij had de BIM gebeld. En de BIM bevestigde het verhaal van de plastic zakjes.

Toen even later de verdachte te verstaan werd gegeven dat hij nog die middag naar huis mocht, barstte hij in tranen uit. Hij had al zeven maanden in voorarrest gezeten. De rechtbank doet over twee weken uitspraak, maar liet doorschemeren dat een vrijspraak in het verschiet ligt.

Rare verhalen kunnen ook waar zijn.

rob zijlstra

politie- en justitieverslaggever, groningen

over deze weblog

 

posted @ 12:34 AM | Feedback (108)