Wednesday, January 26, 2005

Ik kan mij geen andere plek voorstellen waar de mens, de mens die wordt verdacht van een strafbaar feit, zo naakt wordt neergezet als in een rechtszaal, schreef ik in mijn eerste bijdrage op deze weblog.

 

Dinsdag stond Bennie terecht voor de rechtbank in Groningen. Hij is 36 jaar en is al acht jaar bewoner van de dr. S. van Mesdagkliniek. In die acht jaar is hij de wereld alleen maar meer gaan haten, zei hij. "Ik minacht iedereen en ik ben wie ik ben." Aan vrijwel alle stoornissen die in TBS-klinieken voorhanden zijn, lijdt Bennie in meer of mindere mate. Zijn advocaat sprak van een triest geval, zo triest kom je maar zelden tegen.

 

Een paar maanden geleden verkocht hij een medeweker van de kliniek twee klappen, vuistslagen op het linkeroog, op een moment dat het hem allemaal even teveel werd. Een rustgevend pilletje pakte averechts uit. Er waren acht mensen voor nodig om hem te overmeesteren.  

 

De twee klappen komen hem duur te staan. Het openbaar ministerie ziet er een poging tot doodslag in en eiste dinsdag 18 maanden gevangenisstraf. De Van Mesdagkliniek heeft hem de deur gewezen. Bennie zit nu in De Grittenborgh, het huis van bewaring in Hoogeveen. Voordat Bennie in de Van Mesdag belandde, zat hij lange gevangenisstraffen elders uit. In de voorbije twintig jaar is hij nooit echt vrij geweest.

 

Hij heeft één doel in zijn leven: voor zijn veertigste wil hij op verlof. Dat is tussen nu en vier jaar. "Ik moet een toekomstperspectief hebben, anders heeft het geen zin meer." Om zijn doel te bereiken is hij bereid "het spelletje met zijn behandelaars mee te spelen." Niet dat jij daar enig vertrouwen in heeft. "Psychiaters en psychologen zijn idioten en hun therapieën zijn achterlijk. Dikke nep."

 

Lukt het hem niet, verlof binnen vier jaar, dan is het afgelopen, liet hij zijn rechters weten. "Dan wil ik dood." Bennie meent dat. Onlangs heeft hij een testament opgesteld en zijn advocaat opdracht gegeven daar na zijn dood uitvoering aan te geven. Hij laat één ding na. De rechters wilden weten wat. Bennie trok zijn T-shirt iets omhoog en zei: "Mijn broekriem. Die is voor mijn broer."

 

Het is het enige dat hij bezit; een broer, een broekriem en nog een beetje hoop.

 

Rob Zijlstra

politie- en justitieverslaggever

groningen

posted @ 10:48 AM | Feedback (80)