Er kan dus ook gelachen worden in de rechtszaal.
Het is een uur 's middags, het vaste tijdstip voor de uitspraken van strafzaken die twee weken eerder plaatshadden. Drie van de vijf verdachten hebben de moeite genomen te verschijnen. Dat mag, het hoeft niet. Ze zijn vanuit diverse huizen van bewaring in het land naar Groningen vervoerd. Het voorlezen van het vonnis duurt per verdachte hooguit twee minuten. De juridische volzinnen zijn niet aan iedereen besteed. Standaard vraagt de rechter dan ook, nadat hij het vonnis (deels) heeft voorgelezen: Heeft u het begrepen?
Verdachte (verschrikt): "Ik moet dus 24 maanden zitten?"
Rechter: "Nee, u heeft 24 maanden gekregen waarvan vier maanden voorwaardelijk."
Verdachte: "Dat is dus 20."
Rechter: "Ja, en daar gaat dan weer een derde deel vanaf, zoals u misschien wel weet."
Verdachte: "Dan wordt het… twaalf maanden."
Rechter: "Met aftrek van de tijd die u al vast heeft gezeten."
Verdachte: "Ik ben in maart opgepakt."
Rechter: "Nog een maand of drie dus."
Verdachte (opgelucht): "Dat is te doen. Bedankt."
De vijf krijgen samen ruim zeven jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Diefstal, diefstal door middel van braak, diefstal met geweld, doorgaans is dat een gewapende overval en brandstichting. In totaal moeten deze vijf daders ook zo'n 15.000 euro betalen aan de slachtoffers.
De laatste verdachte is een lange jongen, net 19 jaar. Hij heeft een veel te grote broek aan. Op de publieke tribune zitten twee meisjes. Vriendinnetjes, zo blijkt. Hij doet stoer, geeft met zijn handen op de rug, seintjes. Zij giechelen. Dertig maanden, luidt het vonnis wegens vijf diefstallen waarvan een aantal met geweld en een poging tot een ramkraak bij een benzinestation. De rechter zegt dat bij het bepalen van de hoogte van de straf enigszins rekening is gehouden met zijn nog jonge leeftijd. Tof, zegt hij.
Als hij, nu als dader, wordt afgevoerd om terug te worden gebracht naar de gevangenis in Lelystad roept hij zijn twee aanbidsters triomfantelijk en vrolijk toe. Beide armen in de lucht. De meisjes reageren al even uitbundig en lachen nu hardop. De overige aanwezigen ontgaat de humor. De griffier kijkt verstoord, de officier geërgerd en de rechter bedenkelijk, zo van: die hebben er helemaal niets van begrepen.
Rob Zijlstra